Voor acteur John Lanting draaide theater om de vrolijkheid

John Lanting (1930-2018)

Lanting maakte het aloude Nederlandse toneelgenre van de klucht salonfähig. Toch was de vrolijkheid niet zijn enige handelsmerk.

John Lanting in 1971. Foto Ton den Haan

Acteur John Lanting, de ‘koning van de klucht’, zoals hij zichzelf noemde naar het gelijknamige theaterprogramma, is op 88-jarige leeftijd in zijn woonplaats Breda overleden. Lanting was al geruime tijd ziek. Tot 1996 was hij in de Nederlandse theaters te zien met zijn genereuze kluchtige spel en een expressie in zijn gezicht die het midden hield tussen verbazing en aanstekelijke hilariteit.

Lanting werd op 30 maart 1930 in Overveen geboren en is vooral bekend als producent van Theater van de Lach, dat hij in 1972 oprichtte met Jacques Senf. Hij bedacht komedies als Nee schat nu niet, Een kus van een Rus en Een trouwring mag niet knellen.

Toch was de vrolijkheid niet zijn enige handelsmerk. Zo speelde hij in 1961 samen met Ingeborg Elzevier in het tv-spel Nooit gedacht, dat ook een ernstige kant telt. Voorts speelde Lanting in televisieseries als Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer? (1972-1976) en De vloek van Woestewolf (1974).

John Lanting in ‘Kink in de kabel’ in 1992. Foto Pan Sok

Jonge toneelmeester

Lanting maakte het aloude Nederlandse toneelgenre van de klucht salonfähig. Op zijn 23ste ging hij naar de Toneelschool in Amsterdam, waar hij in 1956 zijn diploma haalde. Al eerder, op een van zijn vele reizen door Europa en Marokka, maakte hij kennis met het theater als jonge toneelmeester van het Spaanse danspaar Susanna y José in Saint Tropez. Hij vergrootte zijn kennis van het theater als toneelknecht in de Stadsschouwburg van Haarlem. Tot 1964 was hij verbonden aan het Rotterdams Toneel, later Nieuw Rotterdams Toneel. Hij speelde er in het wereldrepertoire, zoals stukken van Ibsen, Goldoni, Molière, Beckett en Brederode. Met zijn solovoorstelling De Aap, een verslag van de academie van Franz Kafka reisde hij zelfs naar Japan. Ook was Lanting verbonden aan het Lurelei Cabaret (1965-1966) en trad hij op in het satirische televisieprogramma Hadimassa (1967-1972). In 1987 ontving Lanting de Johan Kaartprijs wegens zijn verdiensten voor blijspelkunst en theateramusement.

Beckett

De vondst voor de naam Theater van de Lach werd, aldus Lanting zelf, geïnspireerd door Aktie Tomaat (1969), waarin jonge toneelschoolstudenten het oude toneelbestel wilden vervangen door nieuw en geëngageerd theater. Op de vraag waarover dit nieuwe toneel ging, antwoordde Lanting dat toneel voor hem draaide om de lach, de vrolijkheid. Dat weerhield hem er niet van zich in de eerste jaren van zijn carrière ten volle toe te leggen op het serieuze repertoire. In seizoen 1965-1966 vertolkte hij bij het Nieuw Rotterdams Toneel de rol van Nagg in Eindspel (Fin de partie) van Samuel Beckett dat in 1957 de wereldpremière beleefde in Londen in de regie van Roger Blin. Nagg en zijn vrouw Nell zitten opgesloten in vuilnisemmers. Alleen hun hoofd is voor de toeschouwers zichtbaar. Beckett heeft altijd beklemtoond dat de beproefde genres van de klucht, de farce en de circusact voor hem grote inspiratiebronnen zijn geweest. Deze visie heeft John Lanting serieus genomen.

    • Kester Freriks