Emotioneel vermorzeld

Joyce Roodnat

Over wie er met de eer gaat strijken. Now Babylon in W139; Les nègres; How Did I Die.

Elke keer als ik zo’n voetbalkenner verbaal in hoor hakken op bondscoach Guus Hiddink, denk ik eerst tuttut, kan het alsjeblieft wat minder? En dan denk ik: maar die spelers? Die verloren toch óók?

Hiddink is de kop van Jut, en dat mechanisme ken ik uit het theater. Is de voorstelling slecht, dan krijgt de regisseur het voor zijn kiezen. Is de voorstelling goed, dan worden om te beginnen de acteurs in de hoogte gestoken.

Regisseurs nemen dat doorgaans manmoedig op, maar soms hoor ik er eentje brommen: eh, die spannende lichaamstaal van hem? Heb ik bedacht. En die lome blik van haar? Komt ook van mij. En nou krijgen zij de eer.

Die eer ligt meestal in het midden. Daar gaan ze ook van uit in de Amsterdamse uitdagende-kunstruimte W139. Daar groeit Now Babylon, een „post-apocalyptische nederzetting”. Anders dan je zou verwachten is die nasleep van de apocalyps opgewekt en daadkrachtig. Ik zie een dreunding van Peter Zegveld. Een dromerige muurschildering van Veronique Schrama. Een ijl houten luchtschip van Maze de Boer. Een enthousiast puffend tuinslangengeval van Zoro Feigl. En nog veel meer. Ik heb naar hun namen gevraagd, bordjes ontbreken en ik was er toch nieuwsgierig naar. Ik geneerde me, zei dat het me speet dat ik aan de gezamenlijkheid afdeed.

Op een dvd zie ik een film die de Milanese gegoede klasse een veeg uit de pan geeft: Il capitale umano. In januari 2015 in de Nederlandse bioscoop, maar ik ben te benieuwd om dat af te wachten, want hij is genomineerd voor de Europese Oscars. De film raakt me niet zo, tot dat ene briljante moment. Een man dwingt een vrouw hem te kussen: „Nee, niet zo. Écht”. Eén tongzoen. Beetje blèh, maar erger is het niet. En toch is het verschrikkelijk. Want je voelt dat het hem gaat om te slurpen aan een trophy wife. Hij wil raken aan de macht van haar echtgenoot. Niet aan haarzelf.

Trophy wives (groot, blond, status-verhogend en desondanks moederlijk, denk aan alle vrouwen van alle Rolling Stones) staan in films meestal te kijk als losers. Goed voor een komische noot, veroordeeld tot een bijrol (zie de echtgenote in de machofilm The Wolf of Wall Street – ik had graag een film over háár gezien).

Dat is hier anders. Valeria Bruni Tedeschi speelt haar: veertigplus, eeuwig mooi en emotioneel vermorzeld. Ook zij is genomineerd voor zo’n Europese Oscar en terecht. Wat doet ze dit goed. En al mag ik niet vergeten dat dit personage óók een creatie van de filmer is, ik vind haar cruciaal. Ze trok het personage naar zich toe en ging aan de slag.

Omgekeerd trekt Johan Simons alle acteurs gelijk in zijn regie van het controversiële toneelstuk Les nègres van Jean Genet. Hij trok grote kegels over hun hoofden. Genets taal overheerst, met zinnen als: „Ze breit bivakmutsjes voor de kleine schoorsteenvegertjes”. Poëtisch. Bedaard en onschadelijk.

Maar de avond dat ik het stuk zag, smeet een verwarde activist een kartonnen koker op de bühne. Een acteur, een grote man in een negentiende-eeuwse soepjurk, dook net op tijd weg. Schrik is iets hoogstpersoonlijks. Het breekt door alles heen en dat hadden we net nodig. Het bracht de urgentie, die hier weg gepoetst was. Bij het buigen gingen de maskers af – de acteur oogde nog steeds ontzet. Breekbaar. Mooi.

In een kleine zaal zie ik de raspende voorstelling How Did I Die. De drie acteurs spelen het merendeel van de voorstelling in zijn achteruit, met knakkende heupen en wiebelnek. Erg knap. Maar hoe bewonderenswaardig ook, de eer is voor de maakster, het Heemsteedse wonderkind Davy Pieters (wie vorig seizoen haar doorbraak The Truth About Kate miste, kan dat vanavond in Groningen nog inhalen. Of op 6 december in Haarlem. Ik zeg het maar even.)

Met How Did I Die doet Davy Pieters sectie op een moord-op-een-meisje-in-het-bos en daartoe redeneert ze heen en terug.

Een verschrikking maak je onschadelijk door hem te ontrafelen, daar wijst Pieters op. Een aanslag is persoonlijk en dat moet weg. Niet dat je er dan iets van snapt, maar de pijn wordt handelbaar. Je weet het nog wel, maar je voelt het niet meer zo.

(Niet? Doe de test. Vraag aan een willekeurige moeder: hoe was je bevalling? Och, best te doen – zoiets zal ze antwoorden. Dat ze toch echt lag te schreeuwen weet ze nog best. Maar de pijn weet ze niet meer.)