Een besmette erfenis

Maandag zal het Kunstmuseum Bern waarschijnlijk de omstreden collectie-Gurlitt aanvaarden. Het is geen erfenis om ongecompliceerd blij mee te zijn. In de collectie bevindt zich veel kunst van verdachte herkomst uit de nazitijd.

Uit de collectie van Gurlitt is een groot aantal werken waarvan de herkomst onduidelijk is online gezet op de website lostart.de, zodat mensen zich kunnen melden met claims. Hierboven 420 daarvan, die in zijn appartement in München voorjaar 2012 in beslag zijn genomen. Later werd ook in zijn huis in Salzburg kunst gevonden. In het ziekenhuis waar hij in mei overleed kwam uit zijn koffer een Monet te voorschijn.

De gift kwam in mei volkomen onverwacht. Cornelius Gurlitt, wiens kunstcollectie twee jaar geleden door Duitse autoriteiten in beslag was genomen, bleek voor zijn dood op 6 mei van dit jaar een testament te hebben opgesteld waarin hij al zijn kunst vermaakte aan het Kunstmuseum Bern.

Het museum vroeg bedenktijd en begon onderhandelingen met de Duitse autoriteiten over de voorwaarden waaronder het de omstreden erfenis wil aanvaarden.

De collectie bevat namelijk zo’n 600 werken die vermoedelijk door nazi’s zijn geroofd van veelal Joodse families. Ook bevat de verzameling ‘ontaarde kunst’, werken die de Duitse nationaal-socialistische overheid uit musea haalde en onder meer via de vader van Gurlitt probeerde te verkopen aan buitenlandse verzamelaars.

Maandagmorgen laat het museum weten wat het doet. De verwachting is dat het museum de erfenis aanvaardt, zeker nu is uitgelekt – maar niet bevestigd – dat Duitsland bereid is het kostbare herkomstonderzoek naar eventuele roofkunst, voort te zetten. Het land zal ook de kosten op zich nemen van eventuele rechtszaken die slachtoffers van het naziregime, of hun erfgenamen, zullen aanspannen als zij niet de kunst terugkrijgen waarop ze menen recht te hebben.

En toch. Zelfs als het museum dit inderdaad uit de onderhandelingen heeft weten te slepen, is de gift van Cornelius Gurlitt er niet een om ongecompliceerd dankbaar voor te zijn. Daarvoor zitten er te veel haken en ogen aan. Enkele op een rij.

Zo is het de vraag of het testament van Gurlitt rechtsgeldig is. In opdracht van een 86-jarige nicht van Gurlitt en een 95-jarige neef heeft psychiater en jurist Helmut Hausner een onderzoek verricht naar de wilsbekwaamheid van de fragiele tachtiger toen hij het testament opstelde. Uit brieven en documenten die Gurlitt naliet, concludeert de psychiater dat de solitair levende kunsthandelaarszoon een museum buiten Duitsland uitkoos omdat hij in de overtuiging leefde dat nazi’s uit München hem wilden beroven van zijn kunst. Een dergelijke illusionaire, paranoïde overtuiging, meent Hausner, maakt Gurlitt wilsonbekwaam.

Verantwoordelijkheid

Wat is het moreel juiste om te doen? Cornelius Gurlitt ontdook belastingen bij het verkopen van kunst uit de verzameling die zijn vader hem had nagelaten. Maar dat lijkt ook zijn enige onrechtmatige daad. Het in bezit hebben van de werken was dat niet. De inbeslagname door Beierse autoriteiten, daarentegen, was wel onrechtmatig, zo bevestigt deskundige in Duits strafrecht Saskia Hufnagel, van de Queen Mary-universiteit in Londen.

Bovendien heeft Gurlitt verklaard – en afgesproken met de Duitse autoriteiten – dat roofkunst terug moet naar de oorspronkelijke eigenaren of hun nazaten. Het museum zal die wil moeten uitvoeren.

Reputatie

Ronald Lauder, voorzitter van het Joods wereldcongres, dreigde het museum enkele weken geleden met een ‘stortvloed’ aan rechtszaken van Joodse organisaties en erfgenamen van slachtoffers van de Holocaust als het de erfenis zou accepteren.

Waar of niet, het museum zal bij aanvaarding van de erfenis inderdaad jarenlang onderwerp zijn van verontwaardiging bij pers, publiek en – niet in de laatste plaats – nazislachtoffers. Dat is onvermijdelijk omdat het museum controversiële keuzes zal moeten maken. Het is vaak erg moeilijk om te bewijzen dat een tekening in het bezit was van mensen die al zeventig jaar geleden zijn vermoord. En zonder bewijs zal zelfs het meest goedwillende team onderzoekers niet aanraden een werk te restitueren.

Chris Marinello, de advocaat van de familie Rosenberg die een Matisse in de collectie van Gurlitt claimt: „Herkomstonderzoek is kostbaar, moeilijk en levert lang niet altijd de moreel wenselijke uitkomst op. Daar komt bij dat de wijze waarop pers en publiek over restitutie en roofkunst denken, zich razendsnel ontwikkelt. In het nadeel van de huidige bezitters.”

De rechthebbenden

Marinello, ook oprichter van Art Recovery International, heeft met verbazing kennis genomen van Lauders oproep om de erfenis niet te accepteren. Hij denkt dat rechthebbenden en Holocaustslachtoffers juist zijn gebaat bij de acceptatie van het museum, waarvan het kanton (Zwitserse provincie) medebestuurder is. Samen met 43 andere landen heeft Zwitserland zich in 1998 immers gecommitteerd aan de zogenoemde ‘Washingtonprincipes’, een gedragscode die een actieve en ruimhartige houding vraagt inzake roofkunst, ongeacht de wettelijke verjaringstermijnen.

Als het museum de erfenis weigert, vervalt de kunst aan familieleden van Gurlitt. Die zijn niet gebonden aan deze gedragscode. Bovendien zal de familie minder goed zijn toegerust voor het omgaan met de conflicten die zullen ontstaan als meer dan één potentieel rechthebbende opduikt voor één en hetzelfde werk – wat al is gebeurd.

De collectie Gurlitt vertegenwoordigt waarde, zowel financieel als artistiek. Een hardnekkig gerucht wil dat de collectie één miljard euro waard zou zijn, maar sinds een kleine 500 werken op de Duitse website lostart.de zijn geplaatst, is het voor kenners eenvoudig een meer realistische schatting te maken. De meesten komen niet verder dan 50 miljoen euro.

In de kelder

Tussen de ongeveer 1400 werken die Gurlitt heeft nagelaten, is zeker kunst te vinden die de collectie van het Kunstmuseum Bern versterken. Zoals de litho’s van Edvard Munch. Of de werken van Rodin en Renoir, om maar iets te noemen.

Toch zal een museum als dat in Bern slechts een handvol werken opnemen in de vaste presentatie. De rest, veelal werk op papier, verdwijnt in het depot. Maar de Gurlittwerken staan al een jaar lang volop in de aandacht, ook buiten de kunstwereld. Het museum zal slechts met publicitaire schade onder de druk uitkomen om werken uit de collectie op te hangen die dat artistiek gezien niet verdienen.

Verkopen

Waarom wil een museum werk hebben van verdachte herkomst? Alfred Weidinger, adjunct-directeur van het Weens museum Belvédère – dat na lange juridische strijd geroofde werken van Gustav Klimt teruggaf aan nabestaanden; het beroemde ‘gouden’ Portret van Adele Bloch-Bauer hangt in Ronald Lauders Neue Galerie in New York – gaat zelfs zover te zeggen dat er maar één optie is voor het museum „als het verantwoordelijk wil handelen”: de erfenis accepteren, zo veel mogelijk restitueren, de rest verkopen en de opbrengst schenken aan een Joodse instelling voor Holocaustslachtoffers. Want het museum mag niet profiteren van een besmette collectie.