Dus: vermijd de bank en leen van je buren

Banken worden steeds strenger met het verstrekken van hypotheken. Dus lenen burgers geld bij elkaar. Maar er kleeft wel een risico aan.

Barchem (Achterhoek) stunt met prijzen in de strijd tegen leegloop. Foto ANP

De verbouwing van zijn huis zou ongeveer 80.000 euro gaan kosten, berekende Frank van Blitterswijk (47) uit Haarlem. De kans dat hij dat van de bank kon lenen schatte hij laag in. „Ze letten daar niet goed op de persoon en het plaatje, maar enkel op cijfers.”

Daarom zette hij samen met zijn partner een kredietverzoek op de site Geldvoorelkaar.nl. Hij schreef op waarom hij een lening nodig had, bedacht een bijpassende rente voor de eventuele investeerders (8 procent) en wachtte af.

Een half uurtje later had hij 80.000 euro binnen. „Zo snel had ik ook niet verwacht”, vertelt Van Blitterswijk aan de telefoon. Maar prettig was het wel.

De verbouwing is inmiddels in volle gang en een week geleden heeft hij 20.000 euro bijgeleend, omdat er wat financiële tegenslagen waren. „Daar moet je bij een bank niet mee aankomen.”

Van Blitterwijk is een van de succesverhalen van crowdfunding: een manier van geld aantrekken die aan populariteit wint. In Nederland werd vorig jaar 32 miljoen euro via crowdfunding gefinancierd. Je zoekt – tegenwoordig meestal via internet – mensen (crowd), die geld (funding) aan je willen geven. Vaak zijn het beginnende bedrijven die aandelen verkopen, soms koop je een product dat bijvoorbeeld nog niet is gemaakt, zoals bij de site Kickstarter. Maar in dit geval zijn het particulieren die elkaar onderling geld lenen en heet het peer-to-peer lending.

Volgens de internationale Peer-to-Peer Finance Association verdubbelt deze tak van crowdfunding elk jaar. De eerste sites die dit aanboden begonnen in 2005 in Engeland. Inmiddels heb je wereldwijd een aantal grote platforms die bedrijfsmatig bemiddelen tussen particulieren die geld lenen, zoals Lending Club, Prosper, Crowdcube en Zopa.

In Nederland bestaat sinds 2011 Geldvoorelkaar.nl en sinds een paar maanden Lendico.nl, een van oorsprong Duits bedrijf. Alhoewel Geldvoorelkaar.nl amper vier jaar bestaat, is het vorige week voor 10,6 miljoen euro overgenomen door een soortgelijke Zweedse website Trustbuddy.

Snel en makkelijk geld

De populariteit van dit soort sites is makkelijk te verklaren. De kredietvrager krijg snel en gemakkelijk zijn geld, vaak voor een minder hoog rentepercentage dan bij een bank. En de kredietgever krijgt een hoger rentepercentage dan bij een bank, zonder dat hij moeite moet doen om zich te verdiepen in investeren of handelen op de beurs. ‘Stealing money from banks will get you in jail. Making money by cutting out banks will get you rich’, is dan ook het motto van Lendico.

Rudi Warmerdam (46), in het dagelijkse leven technisch tekenaar, investeert sinds een maandje geld via Lendico. Voornamelijk omdat het meer rendement oplevert dan sparen bij een bank, en ook een beetje voor het altruïstische gevoel: „Anders staat het geld maar op de bank, nu help ik er mensen mee die het nodig hebben.”

Het kleinste bedrag dat hij heeft uitgeleend is 25 euro, het hoogste 750 euro. Door al die kleine investeringen te spreiden, haalt hij gemiddeld een rendement van 4 à 5 procent. Over die lening van 25 euro was dat dus maar een paar cent . „Dat lijkt weinig, maar als ik het op de bank had staan, was dat nog minder geweest.” Om te beslissen in wie hij precies wil investeren, screent Warmerdam zorgvuldig de verhaaltjes die de kredietvragers verstrekken. „Ik heb zelf een gezin en ik weet wat er maandelijks in- en uitgaat. Dan maak ik een inschatting van wat hij of zij zou overhouden, als ze ook nog die lening moeten terugbetalen. ”

Want dat is de deal als je geld wilt lenen via zo’n site: alles is openbaar, behalve je naam en adres. Maar wel je salaris, leeftijd, gezinssituatie, gegevens bij Bureau Krediet Registratie en zelfs je uitgavenpatroon. Voor je een verzoek om geld mag plaatsen, moet je bijvoorbeeld je identiteitspapieren, bankafschriften, werkgeversverklaring en loonstrookje inleveren.

Op basis van die gegevens krijg je een bepaalde rating. Bij Geldvoorelkaar.nl val je in een van de zes risicoclassificaties. Als je een veilige investering bent, val je in klasse 1; dan is je lening maximaal 30 procent van je afloscapaciteit. De hoogste klasse, 5, geldt als heel speculatief; dan is je lening maximaal 100 procent van je afloscapaciteit, of heb je een start-up. Lendico heeft een soortgelijk systeem, met vijf risicoklassen, A tot E.

Maar wat als de lener niet betaalt?

Het Britse bureau Financial Conduct Authority (FCA) deed vorig jaar augustus een onderzoek onder 21 peer-to-peerlendingplatforms. Het grootste risico was dat je als kredietverstrekker je geld kwijt bent, mocht de kredietnemer opeens verdwijnen of weigeren terug te betalen.

En ja, dat risico is niet nihil. Volgens oprichter Edwin Adams (46) komt dat bij Geldvoorelkaar.nl in 2 tot 5 procent van de gevallen voor. „Als de incasso niet lukt, nemen we contact op met de kredietnemer. Als dat niets uithaalt, schakelen we een deurwaarder in. En als dat niet kan, zit er niks anders op dan de betalingen aan de leners stop te zetten.”

Ook balen voor het platform zelf, want dat verdient aan de transacties. Geldvoorelkaar.nl vraagt aan kredietnemers plaatsingskosten (125 euro) en een succesfee (1,25 procent, vermeerderd met 0,95 procent per jaar looptijd). Lendico vraagt aan de kredietnemer een percentage (oplopend vanaf 0,5 procent). En bij allebei betalen de investeerders ook ongeveer 1 procent van het geïnvesteerde bedrag aan het platform.

Nog een risico: deze sites bestaan nog niet zo lang en de wetgeving weet er ook nog niet altijd raad mee. Zo ging een voorloper van deze sites, het in 2007 opgerichte Boober, binnen twee jaar failliet. Deze had nog geen vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en moest stoppen. Daardoor werden de uitstaande leningen niet terugbetaald.

Juridisch ingewikkeld

De platforms die nu in Nederland actief zijn, hebben wel de benodigde vergunning van de AFM. Een woordvoerder laat weten dat de AFM „innovatie belangrijk vindt, dus niet afwijzend tegenover peer-to-peerlending staat”. Wel bekijkt de AFM dit per site: „Crowdfunding is juridisch gezien een ingewikkeld fenomeen. Ze steken allemaal net anders in elkaar, sommige geven aandelen uit, andere geld en niet iedereen hoeft een vergunning.”

AFM is bezig een onderzoek af te ronden over peer-to-peerlending. „Daar nemen we ook tips in op.”

Tot die tijd moeten mensen zelf kijken hoe verstandig het is. Peggy (41), die niet met haar achternaam in de krant wil, is er in ieder geval „dolblij” mee. Ze verdient als automatiseringsmedewerker 2.303 euro netto in de maand, maar kreeg haar hypotheek voor een nieuwbouwhuis nét niet sluitend. „Ik had binnen anderhalve week het geld, 5.000 euro, bij elkaar.”

Ze had nog andere kredieten lopen, waaronder een lening voor de studie van haar zoon, en die moest ze van de bank eerst afbetalen voor ze de hypotheek kreeg. Nu betaalt ze een paar jaar lang 81 euro per maand terug aan haar investeerders. „Dat gaat goed lukken hoor. Doordat ik nu een huis kan kopen in plaats van huren, ben ik goedkoper uit met maandlasten voor wonen.”

Peggy overweegt zelfs nóg wat te lenen, voor een huisje in Suriname. „Ik heb al grond gekocht, en als ik nu een huis bouw dan kan ik dat gaan verhuren. Dan heb ik toch weer extra inkomsten.”