De grimmige slag om Jeruzalem

Gelovige Joden voelen zich tot de oude stad aangetrokken en bepalen meer en meer het straatbeeld. Seculieren en gematigden trekken weg. „De jongeren gaan naar Tel Aviv, Jeruzalem is dood.”

Verdeeld Jeruzalem

Terwijl Amerikaanse cameraploegen buiten hun licht laten schijnen op de synagoge, laat David Herskowitz (37) de heren-wc’s zien. Net boven de wasbak zitten de kogelgaten van de Palestijnse terreuraanslag een dag eerder, waarbij vier ultraorthodoxe joden en een agent omkwamen. Ondanks de enorme rouw in de wijk Har Nof, in West-Jeruzalem, hebben zich al weer tientallen mannen verzameld voor het gebed.

Ook tien kilometer verder, in de wijk Jabal Muqaber in Oost-Jeruzalem, zijn tientallen mensen bijeen. Palestijnen die Ghassan Abu Jamals vader condoleren. Ghassan wordt, met neef Uday, verantwoordelijk gehouden voor de aanslag op de synagoge. De twee werden zelf ook gedood.

Er is koffie in kleine bekertjes. De advocaat van de vader vertelt dat de Israëlische regering de lichamen van de neven voorlopig niet vrijgeeft aan de familie.

Tussen Nar Hof en Jabal Muqaber, in de wijk voor hogere inkomens Duitse Kolonie in West-Jeruzalem, drinkt een seculier joods stel een cappuccino. Lana (32) komt als vrouw alleen niet in Har Nof. Daar wordt ze „uitgescholden omdat ik me niet bedekt genoeg kleed”. In het islamitische Jabal Muqaber komt ze al helemaal niet. Joodse inwoners van West gaan niet naar Oost.

Welkom in Jeruzalem, stad met louter verliezers. Veel Palestijnen voelen zich gekrenkt en vernederd, om de decennialange bezetting, expliciete achterstelling door het stadsbestuur en om wat zij zien als joodse schendingen van de Tempelberg. Seculiere joden voelen zich niet op hun gemak, want de ultraorthodoxe joden krijgen meer invloed. De aanslagen, die aan negen mensen het leven kostten, vergroten hun gevoel van onbehagen. Nu blijken de ultraorthodoxe joden doelwit te zijn van terreur. Premier Netanyahu sprak van ‘de slag om Jeruzalem’.

De nieuwe messias

Net als naar Stockholm is naar Jeruzalem een syndroom vernoemd. Het jeruzalemsyndroom houdt in dat mensen in de stad bevangen worden door religieuze wanen. In een enkel geval komen mensen tot het inzicht dat zijzelf de nieuwe messias zijn.

Na de aanslagen kan het syndroom ook anders worden ingevuld: gelovigen voelen zich tot de stad aangetrokken, seculieren en gematigden trekken weg. De demografische trend zet door: orthodoxen krijgen meer kinderen. De vier gedode gelovigen in de synagoge laten samen 24 kinderen na.

De ultraorthodoxe gemeenschap – zo’n 145.000 van de 800.000 inwoners van Jeruzalem – dacht dat ze grotendeels buiten het Israëlisch-Palestijnse conflict stond. Het bestuderen van de joodse geschriften is voor hen belangrijker dan de wereldse samenleving. Zij waren het ook niet die opriepen tot meer joodse toegang tot de Tempelberg in Oost-Jeruzalem, heilig voor joden en moslims. Volgens hun rabbi’s mogen gelovige joden daar niet eens komen, vanwege de heiligheid van de locatie. Toch was hun synagoge het doelwit van twee Palestijnen. Was de aanslag op Yehuda Glick enkele weken geleden nog te verklaren vanuit zijn uitgesproken wens te bidden op de Tempelberg, deze aanslag lijkt meer gericht op joden en Israël in het algemeen. De ultraorthodoxen – 9 procent van de bevolking – zijn erg herkenbaar. Vooral de mannen, met hun zwarte pakken, hoeden en pijpekrullen.

Bij David Herskowitz in de synagoge heerst vooral ongeloof over de aanslag. Waarom hadden ze het gemunt op Har Nof, een rustige, ultraorthodoxe wijk op een heuvel in het uiterste westen, bijna zes kilometer van de frontlinie tussen West en Oost? „Er is hier soms een inbraak, dat is alles.”

Godzijdank, ik ben geen vrouw

De ultraorthodoxen volgen de meest traditionele opvatting van de 613 joodse wetten. Ze mogen geen kleren dragen die van wol én linnen gemaakt zijn, en in de keuken geen melk en vlees mengen. De mannen danken God elke ochtend voor het feit dat ze niet als vrouw geboren zijn. Op sabbat, van zonsondergang op vrijdag tot zonsondergang op zaterdag, mogen ze bijna niets. Waar in Tel Aviv restaurants en barretjes floreren op sabbat, is het in West-Jeruzalem uitgestorven.

Een op de acht inwoners van Jeruzalem afficheert zich als seculier. Maar „als je niet in Jeruzalem werkt, heb je er als seculiere jood niks te zoeken”, zegt Ilan, de cappuccino drinkende man in de Duitse Kolonie. „Jongeren trekken naar Tel Aviv, Jeruzalem is dood. Maar ja, ik ben hier geboren. Ik ga niet meer weg.” Vriendin Lana werpt tegen dat Jeruzalem „niet net als het kosmopolitische Tel Aviv” moet worden. „Stad voor toeristen. Jeruzalem is bescheidener.”

Meer dan met de ultraorthodoxen hebben beiden problemen met „Arabieren”. Dat was niet altijd zo, zegt Lana, maar sinds de aanslagen houdt ze meer „afstand” – als er een Arabier klust in haar appartement. Eigenlijk is het een schande, zegt Ilan, dat „joden niet meer veilig over straat kunnen” in hun „eigen” stad. „Wij kunnen nergens anders heen. Laat de Arabieren maar verhuizen, die hebben twintig andere landen om naartoe te gaan.”

Ook Jabal Muqaber ligt op een heuvel die uitkijkt op de Tempelberg. Een dag na de aanslag liggen er nog veel stenen op het zwartgeblakerde asfalt. Het stinkt naar het mengsel van water en chemicaliën dat de Israëlische veiligheidstroepen een etmaal eerder over de wijk hebben uitgesproeid, om de demonstraties te smoren.

Vader Abu Jamal had „nooit gedacht” dat zijn zoon in staat zou zijn tot een aanval als die van woensdag. „Hij sprak nooit over zoiets. Getrouwd, drie kinderen.” Hoewel hij geweld, zeker tegen gelovigen, categorisch afkeurt, snapt vader Abu Jamal dat veel van de ongeveer 280.000 Palestijnen in Jeruzalem zich gekrenkt voelen door de gebeurtenissen rond de moskee op de Tempelberg. „Elke dag nieuwe instructies, wie er wel naar binnen mag en wie niet. Vrouwen worden slecht behandeld. Vernederend.”

Zijn huis wordt waarschijnlijk gesloopt, maar dat deert Abu Jamal niet. Veel liever heeft hij het lichaam van zijn zoon terug, voor een fatsoenlijke begrafenis. „Eén vinger van mijn zoon is me meer waard dan mijn huis.”

Net zomin als Abu Jamal is David Herskowitz uit op wraak. „We moeten onze pijn omzetten in iets positiefs. Laten we van deze buurt een betere plek maken. We gaan door met wat God wil dat we doen.”