De ex bepaalt bij de steltvlieg hoe groot ’t nageslacht wordt

Foto Milan Janda

Ze zijn aan elkaar gewaagd, deze mannelijke Australische steltvliegen (Telostylinus angusticollis). Ze proberen elkaar van de boomstam af te knokken. Wie wint, mag met de vrouwtjes paren. Dat zijn de kleinere vliegen op de voorgrond. Maar zo’n paring is geen garantie voor vaderschap. Vrouwtjes paren namelijk dagenlang met jan en alleman. Alleen wie met een vrouwtje paart vlak voordat haar eitjes rijp zijn, wordt vader.

Maar, en nu komt het: de exen beïnvloeden het nageslacht dat het vrouwtje met haar nieuwe partner krijgt. Dat bewezen Australische wetenschappers met een serie experimenten (Ecology Letters, december 2014). Dit verschijnsel heet telegonie. Wetenschappers ruziën er al over sinds Aristoteles. Die suggereerde als eerste dat kinderen kunnen lijken op een eerdere partner van de moeder. Darwin noemde intrigerende voorbeelden in On the Origin of Species, maar de theorie raakte in onbruik.

De Australiërs lieten zowel grote als kleine mannetjes – die als larven veel of juist weinig te eten hadden gekregen – paren met vrouwtjes. Maar dat gebeurde toen de vrouwtjes nog niet klaar waren om eitjes te leggen. Twee weken later, toen hun eitjes bijna rijp waren, en de zaadcellen van de eerste mannetjes niet meer leefden, paarden de vrouwtjes met andere mannetjes. En wat bleek: alleen de grootte van de eerste lichting vrijers bepaalde de grootte van het nageslacht.

Hoe dit kan? De onderzoekers zoeken de verklaring in de spermavloeistof van de eerste partners. Die bevat naast zaadcellen ook allerlei eiwitten, waarvan al eerder is aangetoond dat ze het eigen nageslacht van het mannetje beïnvloeden. Blijkbaar doen die eiwitten iets met de onrijpe eicellen. Maar hoe dat precies zit, moet nog worden uitgezocht.