De burgers verdienen meer keuzevrijheid als consument

Wie mag kiezen, kiest voor keuzevrijheid. Keuzevrijheid in de supermarkt. In het stemhokje, Bij een vakantiebestemming. Bij het volgen van een studie. Bij de keuze van een partner. Kiezen is dagelijks werk. En soms is dat hard werken. Nu alle grote zorgverzekeraars hun polisvoorwaarden en bijbehorende premies voor de ziektekostenverzekeringen hebben gepubliceerd, begint het keuzeseizoen.

Dat is, bijna ongemerkt, uitgegroeid tot het grootste jaarlijkse keuzefestival. Elke burger is verplicht verzekerd, maar mag zelf kiezen welke verzekeraar en welke polis zijn voorkeur hebben. Dat is zo geregeld in de Zorgverzekeringswet die in 2006 is ingevoerd. Daarmee is de keuze van een zorgverzekering dwingender dan bijvoorbeeld politiek keuzes. De opkomstplicht bij Nederlandse verkiezingen is afgeschaft in 1970.

De zorgverzekering is een van de van ‘producten’ die decennia te boek stonden als een nutsvoorziening. Een voorziening zonder fratsen, waarvoor geen reclame gemaakt hoefde te worden, want er was niet veel of niks te kiezen. Bellen deed je via de PTT, een staatsbedrijf, en voor een aansluiting was een wachtlijst. Brieven verstuurde je via de Post, een zuster van de PTT en post werd tweemaal per dag bezorgd. Gas en licht kreeg je via de lokale, latere provinciale energiemaatschappij, die in handen was van gemeente of provincie. Toen kabel-tv werd ingevoerd, verliep dat meestal via diezelfde nutsondernemingen of gemeentebedrijven.

Nu is niet meer de aanbieder aan de macht, maar de consument. De twee liberaal-linkse kabinetten-Kok hebben in de jaren negentig van de vorige eeuw daarvoor de basis gelegd. De Zorgverzekeringswet van 2006 werd vakkundig door het parlement geloodst door toenmalig topambtenaar Van Rijn (nu staatssecretaris Volksgezondheid, PvdA) en minister Hoogervorst (VVD). Zoals de burger met het ‘rode potlood’ verkiezingen beslist, zo beslist hij als consument nu met een muisklik over zijn zorgpolis, zijn energieleverancier en talloze andere producten. Inmiddels worden terecht de stemmen luider die werknemers ook meer keuzevrijheid willen geven bij de pensioenregeling, waarvoor zijn werkgever meestal verplicht is aangesloten bij een pensioenfonds.

Keuzevrijheid is echter geen wondermiddel. Keuzevrijheid veronderstelt een open markt, waarin meerdere partijen hun producten en diensten aanbieden en daarbij zoveel betrouwbare informatie geven dat de consument weloverwogen de hem best passende beslissing kan nemen. Hoe meer producten ondernemers lanceren om aan consumentenwensen tegemoet te komen, hoe ondoorzichtiger het voor diezelfde consument wordt. Keuzestress is een populaire klacht. Wie door de bomen het bos niet meer ziet, bekijkt een website waar de producten vergeleken worden. Maar ook dat zijn geen wondermiddelen. Het is lang niet altijd duidelijk of en hoe zulke websites gekoppeld zijn aan de aanbieders van de producten die zij vergelijken en beoordelen.

In die soms schimmige verhoudingen is het scherpst de paradox te zien van keuzevrijheid en regulering: voor de beste keuze moeten er duidelijk regels zijn voor het informeren van de consument.

Het bestaan van keuzestress en de paradox van keuzevrijheid en extra regelgeving zijn geen reden om die consumentenvrijheid op te geven. Integendeel. Liever meer dan minder.

De meeste consumenten vinden het vermoedelijk wel prettig om zelf niet de benodigde tijd te besteden aan onderzoek en informatie om een eigen keuze te maken. Zij volgen bijvoorbeeld liever de keuze van hun werkgever, bij een collectief contract met een zorgverzekeraar bijvoorbeeld. Maar ook deze burgers hebben recht op hun keuzevrijheid. Ook wie voor een collectief wil kiezen, moet die vrijheid hebben.

Een minderheid van de consumenten die wél haar eigen keuzes wil maken, beleeft dat doorgaans als een rijke verworvenheid. Geef hun dat ook. Het is een verworvenheid die niet alleen een individueel karakter heeft, maar ook een algemeen nut dient. De minderheid die met beredeneerde keuzes de aanbieders van zorgverzekeringen, energie en andere producten scherp houdt, vervult een nuttige functie, ook voor de schouder ophalende meerderheid.