Creatief met kinderpillen

Te weinig medicijnen zijn afgestemd op het kind, zegt promovenda Diana van Riet. Ze zocht de beste toediening.

foto thinkstock

Een pilletje doormidden breken, tabletten tot poeder stampen of een capsule openmaken en het medicijn eruit schudden. Het is vaak behelpen voor ouders als ze hun kinderen een geneesmiddel willen geven, want veel van die middelen zijn alleen gemaakt voor volwassenen. De dosering en toedieningsvorm moet met kunst- en vliegwerk worden aangepast, zodat een kind het kan innemen.

„Geneesmiddelen voor kinderen zijn er nog veel te weinig”, zegt apotheker Diana van Riet, die volgende week woensdag aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert. „Ongeveer de helft van alle middelen die in Nederland voor volwassenen zijn toegelaten, zijn dat niet voor kinderen. Maar kinderen gebruiken ze wel, bijvoorbeeld omdat er geen alternatief is. Bovendien zijn medicijnen die wel zijn toegelaten voor kinderen lang niet altijd kindvriendelijk. Het komt regelmatig voor dat de beschikbare pillen te hoog gedoseerd zijn, of dat de tabletten te groot zijn voor kinderen om door te slikken.”

De farma-industrie liet kinderproducten tot voor kort meestal links liggen omdat het klinisch geneesmiddelenonderzoek met kinderen vaak lastig door medisch-ethische commissies was te krijgen. Ook de omzet zou te beperkt zijn. De Europese Unie besloot daarom in 2007 om fabrikanten die in Europa een nieuw geneesmiddel op de markt willen brengen, te verplichten ook te onderzoeken of hun middel voor kinderen geschikt is.

Van Riet was jarenlang nauw betrokken bij het opstellen van het speciale Europese richtsnoer voor kindergeneesmiddelen, eerst vanuit het RIVM in Bilthoven en later vanuit het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Ze is er trots op dat Europa hierin nu wereldwijd voorop loopt. Maar de veranderingen gaan wel langzaam, geeft ze meteen toe. Zo is er dringend behoefte aan voor kinderen geschikte medicijnvarianten die werken tegen hartziekten, immunologische ziekten en psychiatrische aandoeningen.

Dat is in veel gevallen niet zo simpel als domweg een lagere dosis geven. Omdat kinderen nog in de groei zijn reageert hun lichaam vaak anders op de werkzame stoffen, en ook hulpstoffen die bij volwassenen probleemloos gebruikt kunnen worden, zijn niet altijd geschikt voor kinderen.

„Goed gebruik van een geneesmiddel bij kinderen betekent ook iets voor het ontwerp”, zegt Van Riet. „Altijd is voetstoots aangenomen dat drankjes de ideale toedieningsvorm waren om kinderen medicijnen te geven. Maar in een literatuurstudie die ik deed, constateerde ik dat er geen wetenschappelijke basis voor was.”

Van Riet besloot die leemte zelf op te vullen met een vergelijkend onderzoek naar de ervaringen van ouders met verschillende toedieningsvormen. De deelnemers moesten vier dagen lang twee keer per dag een neutraal smakend placebo aan hun kinderen geven. Ze kregen een poeder, een troebele oplossing, een heldere siroop of een pilletje. „De uitkomst, die ik zelf als moeder stiekem wel verwachtte, was dat een pilletje het beste geaccepteerd werd”, zegt Van Riet. „Kinderen slikken drankjes wel makkelijk weg, maar soms vinden ze het te vies of te zanderig. Dan laten ze te veel uit de mond lekken, en krijgen ze niet genoeg binnen. Pilletjes gaven veel minder gedoe. ”

Internationaal waren de resultaten baanbrekend. Het gaf een voorzet aan nieuw onderzoek in deze richting. Van Riet: „In Berlijn werkt een groep nu aan minitabletjes van een paar millimeter groot, die snel uiteenvallen en die je bijvoorbeeld in de wang van een baby kan stoppen. Ook zijn er experimenten met geneesmiddelen in een soort ouweltje dat langzaam smelt in de mond. Er wordt nu veel creatiever nagedacht over toedieningsvormen.”

In het vergelijkende onderzoek bleek dat ouders soms het medicijn vermengden met een hapje appelmoes of vla om het toch te kunnen geven. „Maar daardoor zou er theoretisch iets aan de werking van sommige middelen kunnen veranderen”, zegt Van Riet. „Bekend is dat ijzer niet wordt opgenomen als je het met melk geeft, maar meestal is het effect heel klein. Sommige kinderen lusten vrijwel niks, dus ook geen geneesmiddel. Dat is een realiteit waarmee je moet dealen.”

Van Riet is zelf moeder van vijf kinderen. „Dat is een detail”, zegt ze afwimpelend. Toch heeft het haar geholpen in haar werk. „Ik heb zo wel de praktijkervaring. Soms hoorde ik iemand in een vergadering zeggen dat het niet willen innemen van medicijnen bij kinderen geen issue zou zijn. Dan dacht ik: jij hebt zelf zeker geen kinderen? Kom maar eens bij mij thuis kijken, dan zie je hoe dat gaat.”