Column

Brussel blaft wel maar bijt niet (echt door)

Maandag velt de Europese Commissie een definitief oordeel over de ontwerpbegrotingen voor 2015, die de lidstaten in oktober hebben ingediend. Volgens de laatste berichten zou de Commissie „serieus overwegen” om Frankrijk een boete te geven. De Fransen hebben hun begrotingstekort nog altijd niet teruggebracht tot onder de 3 procent van het bbp – terwijl ze al tweemaal uitstel hebben gevraagd en gekregen.

Neem die boeteberichten vooral met een korrel zout. De kans dat Frankrijk boete krijgt, is extreem klein. De Commissie zegt dit alleen om de druk nog even op de ketel te houden. De discussies met Parijs gaan niet meer over de begroting voor 2015. Die wordt goedgekeurd, nadat Parijs er na een clash met Brussel 3,6 of 3,7 miljard euro extra had afgeschaafd. Nu probeert de Commissie de schade voor 2016 en 2017 te beperken. In ruil voor een officiële goedkeuring voor 2015 wil zij dat de Fransen er harder aan trekken om in 2017 onder de 3 procent te zakken. Met bezuinigingen, maar vooral hervormingen.

Zo werkt het Europese stabiliteits- en groeipact. Niet als straf, maar als drukmiddel om ze te laten hervormen. Economisch gezien is het pact, zoals oud-Commissievoorzitter Romano Prodi zei, „stupid”. Elk land zit economisch anders in elkaar. Je kunt niet iedereen in één keurslijf dwingen.

Italië kort al jaren op overheidsuitgaven. Het laatste wat Rome moet doen, is nóg harder bezuinigen. Het moet wel iets anders doen: buitenlandse investeerders aantrekken. Die mijden Italië. Niet vanwege de staatsschuld of een paar procentpuntjes begrotingstekort, maar omdat ze de Italiaanse rechtspraak niet vertrouwen en verstrikt raken in de bureaucratie. In steden als Napels hebben generaties van misdaad en uitkeringen geleefd. Daar moet je geen begrotingsdiscipline op loslaten of, zoals de tegenstanders van austerity willen, „investeringen in infrastructuur”. Daar zijn diepe maatschappelijke en politieke hervormingen nodig – een nieuw sociaal contract.

Vandaar dat zelfs bondskanselier Angela Merkel vorige maand niet aandrong op een boete voor Italië. Ook niet voor Frankrijk. Er was er maar één die wel boetes wilde: José Manuel Barroso. Hij zat in zijn laatste weken als Commissievoorzitter en wilde niet de geschiedenis in als de man die met de Commissie liet sollen. Gelukkig hebben de anderen het hem uit zijn hoofd gepraat.

Als Barroso had doorgezet, was Europa pas goed in de politieke ellende geraakt. Regels zijn regels, maar het pact loopt tegen de grenzen van de democratie aan. Zolang belastingen en begrotingen puur nationaal zijn en door nationale parlementen worden getoetst, is het politiek problematisch als ‘Brussel’ ingrijpt – ook al hebben regeringen de Commissie zelf gevraagd dit te doen, en staat zij feitelijk in haar recht. Zeker als grote, trotse landen in het vizier komen, kan dit exploderen. Hadden Italiaanse of Franse parlementariërs het gepikt als niet zij, maar Commissiefunctionarissen het laatste woord hadden gekregen over de nationale begroting? Weinig kans. Hier wreekt zich dat politici de lidstaten economisch en financieel afhankelijk van elkaar hebben gemaakt met één markt en één munt, maar de democratie nationaal hebben gehouden.

Daarom gebruiken Merkel, de nieuwe Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en de anderen het pact als politiek instrument, om hervormingen af te dwingen. Zonder gemeenschappelijke regels heb je dat drukmiddel niet. Door het pact moet iedereen een beetje in het gareel. Soms voer je de druk op door publiekelijk met boete te dreigen. Dat geeft enig drama, maar levert vaak een extra maatregeltje op. En dat is in de eurozone altijd mooi meegenomen.