Bespaar ons de retoriek over woninginbraken

Minister Opstelten (justitie) legt mij deze week uit dat één op de vier inbraken te voorkomen valt „als ik mijn deur op slot doe”. Stop de persen! ‘Maak het inbrekers niet te makkelijk’ heet zijn campagne. Nu kan ik (wel) mijn hersens gebruiken, dus die boodschap is niet voor mij.

Maar ik krijg wel argwaan als de minister zich meteen als crimefighter op de borst gaat slaan. Als de burger zijn deur op slot doet, kan namelijk „de ingezette daling van woningbraken doorzetten”. De minister heeft het trots over een „flinke daling”, wat een gevolg is van „een effectieve aanpak en samenwerking van mijn ministerie, politie, gemeenten en het Openbaar Ministerie.”

Driewerf hoera voor de jubilaris zelf en niet te vergeten ‘zijn’ ministerie. De belofte van het regeerakkoord dat de burger kan rekenen op de overheid voor een effectieve ‘aanpak’ van de criminaliteit komt uit. Wij van het kabinet incasseren hier een succes.

Alleen jammer dat dit kletskoek is. Tegenover woninginbraken staat de politie feitelijk machteloos. Er wordt al jaren slechts 9 procent opgehelderd. Alleen met diefstal uit auto’s liggen de percentages nog lager, op ongeveer 2,5 procent. Veel verbetering zit er ook niet in. Opstelten belooft in de zogeheten Veiligheidsagenda dat over vier jaar het oplossingspercentage tot 11,5 procent moet zijn gestegen. Ieder jaar een half procentje erbij – dat stelt niks voor. Van Justitie moet je het als burger bij inbraken dus niet hebben.

Beter hang- en sluitwerk, goede verzekering, een stevige buitenlamp en buren die opletten. Dat helpt. Zelf doen dus.

Dat vind ik verder niet erg. Ik heb bescheiden verwachtingen van het strafrecht. En ik hoef niet op elke hoek een dure agent. Maar bespaar me de retoriek over de ‘effectieve aanpak’ van de overheid. Dat versterkt de illusie dat strafrecht een duizend-dingendoekje is waar al het onrecht mee kan worden opgeveegd. Dat is niet zo en ook nooit zo geweest. Slechts één op de tien inbraken komt in de strafrechtketen terecht. Inbraak blijft de facto vrijwel onbestraft. Ook de komende jaren, zelfs met een VVD-duo op ‘veiligheid en justitie’. Die bij alles ‘aanpakken’ beloven, zo illusies versterken en teleurstellingen organiseren. Zeg nou eens de waarheid en vertel de burger dat het rendement van de politie laag is en laag blijft. En dat je van strafrecht sowieso bescheiden verwachtingen moet koesteren.

Is er trouwens wel sprake van die ‘ingezette daling’ van inbraken? Het is bekend dat de criminaliteit als geheel daalt, al jaren. Dat zou ook best voor inbraken kunnen gelden. In het recent verschenen gezaghebbende overzicht Samenleving en Criminaliteit 2013 staat dat de criminaliteit vergeleken met 2007 inderdaad daalde met 17 procent. Maar voor woninginbraken gold dat niet. Die was in 2013 namelijk 28 procent hoger dan in 2007. Het aantal inbraken steeg van 68.000 naar 87.000. De effectiviteit van de politie nam over die periode ook nog af. Het aantal geregistreerde verdachten daalde met 13 procent. Er waren juist méér woninginbraken en minder aanhoudingen. Dat is dus twee keer min. En niet één keer plus, zoals Opstelten claimt.

Het kabinet belooft intussen wel dat het aantal woninginbraken in de toekomst zal dalen. In de begroting voor 2015 staat dat het aantal inbraken vanaf 2015 van 84.000 naar 80.000 (2016) en dan naar 65.000 (2017) en 61.000 (2018) toe gaat. In 2017, als dit kabinet dus al weg is, gaat er zelfs een wonder gebeuren. Dan gaat het aantal woningbraken in één ruk met 15.000 omlaag. Een trendbreuk, dus. Hoe dàt kan vertelt Opstelten er helaas niet bij.

Mijn conclusie, ook op basis van de publiekscampagne, is dat die daling alleen gerealiseerd kan worden door de bewoners zelf. Zou er een slot- en pantserglassubsidie aankomen? Moeten corporaties van ieder nieuw huis voortaan verplicht een fort maken? De politie kon al niet veel uitrichten tegen inbraken, hoeft het ophelderingspercentage slechts met 2 procent te verhogen en heeft de handen vol aan het zichzelf verkleden tot Nationale Politie.

En dan nog even dit. Het ministerie is niet van minister Opstelten. Het ministerie is van de burger – en die is heus niet dom.