Als het Kamerlid de lobbyist sms’t voor wat concertkaartjes

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: hoe binnen de overheid een integriteitindustrie tot groei kon komen. Ofwel: integriteit als imagoproduct (en hamerstuk).

Tekst Tom-Jan Meeus / Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Dondermorgen, 21 minuten over tien, begon de vergadering van de Tweede Kamer met twee hamerstukken. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar zelf word ik altijd nieuwsgierig van hamerstukken.

Je kunt zeggen: in de Kamer draait het om debat – om de woorden van de ideeënstrijd. Maar onderwerpen die niet besproken worden, beslissingen die woordeloos passeren, zeggen natuurlijk ook iets over de stand van zaken.

Nu heeft de afhandeling van een hamerstuk in de plenaire zaal een eigen ritueel: de onbetekenendheid van het stuk dient in een korte plechtigheid bewezen te worden.

Dit gaat zo. De fungerend voorzitter, donderdag was dit Khadija Arib (PvdA), leest gehaast het onderwerp voor. Zij stelt vast dat niemand „zich als spreker voor dit onderwerp heeft aangemeld”.

Geen van de aanwezige Kamerleden slaat acht op deze woorden; zij hebben wel wat beters te doen. Zij bladeren in hun papieren, zij bestuderen hun telefoon.

„Ik stel voor dit voorstel zonder stemming aan te nemen”, zegt de voorzitter. Zij klopt met de hamer op haar tafel. „Dan is aldus besloten”, spreekt ze plechtig – en zo vliegt het Kamerstuk het archief in: verbannen naar een anoniem internetadres in de documentenfabriek.

Nu ging één van de hamerstukken donderdag over integriteitbeleid. Zelf had ik zeker niet het idee dat we tekort aan integriteitbeleid hadden, eerder omgekeerd – maar je blijkt je altijd weer te kunnen vergissen.

Wat was het geval: de Kamer had met dit hamerstuk het eigen reglement van orde aangescherpt – om preciezer vast te stellen wat haar leden onder nevenactiviteiten, geschenken en reizen moeten verstaan. Hier had zich een heuse werkgroep uit de eigen gelederen over gebogen.

Uit de nieuwe tekst kon je opmaken dat er de laatste jaren uitvoerig discussie moet zijn geweest over wat reizen, nevenactiviteiten en ontvangen giften voor Kamerleden precies zijn.

En volgens het nieuwe reglement werd hun gevraagd voortaan ook opgave te doen van andere dan alleen hun financiële belangen: eerdere functies bij voorbeeld. Aan hen werd gevraagd er ook rekening mee te houden dat burgers „omstandigheden van hun partner of andere directe familieleden” relevant vinden.

Zo ging dit pagina’s door, in zo’n taaltje waarvan je wist dat elke poging tot exactheid ruimte voor nieuwe achterommetjes bood. Dus ik dacht: nodeloze correctheid op donderdagmorgen.

Nu had ik me al eens verbaasd over de registers die de Kamer hierover al jaren publiceert. Je kunt er bij voorbeeld in zien dat Willem Vermeend, de oud-PvdA-politicus, zijn boeken gratis aan zo’n beetje alle Kamerleden toestuurt – waarna die Kamerleden dit als gift (17,50 euro) aanmelden. Rondpompen van Vermeend-promotie als blijk van parlementaire integriteit – ik weet het niet.

Dit type trivia was ruim voorhanden. Een nootmuskaatmolen („waarde onbekend”) voor het Kamerlid De Caluwé (VVD). Een kaasmandje („50 á 60 euro”) van de gemeente Alkmaar voor Krol (50Plus). Een 5- florinmunt („waarde 2 euro”) van Aruba voor Recourt (PvdA).

Toch was dit niet alles. Evengoed merkte ik laatst dat die cadeautjes voor sommige Kamerleden helemáál niet triviaal zijn. Een lobbyist maakte er zich zo boos over dat hij zei: als je belooft dat je mijn naam en die van het Kamerlid niet noemt, zal ik je een recent sms’je laten zien.

Ik beloofde het.

Zo kon ik met eigen ogen vaststellen dat je Kamerleden hebt (lid van een coalitiepartij) die vissen naar deelname aan een politiek forum op een groot publieksevenement. Dan kan hij (m/v) zijn hele gezin gratis meenemen (kleine 150 euro per ticket) en hoeft hij dit niet op te geven voor het register – want het is werk.

Wat schaamteloos, zei ik. De lobbyist antwoordde: gebeurt vaker dan je denkt.

Dus de vraag was: hielp je integriteit eigenlijk vooruit met al dat integriteitbeleid? Bij de serieuze corruptiezaken (de VVD-politici Hooijmaijers en Van Rey, onlangs de inkoopverdenkingen tegen hoge politie- en defensieambtenaren) was het OM aan zet. Daar had je vrij weinig aan dat integriteitbeleid.

En intussen groeide er rond dat beleid een soort industrietje. Zo bezocht ik een week of drie terug in Rotterdam de Dag voor de Integriteit. Die was georganiseerd door een bureau dat voor het Rijk integriteit(beleid) bevordert. Honderden mensen uit het hele land die zich bij de (semi-)overheid met integriteit bezighielden.

Ik zag twee wonderlijke dingen. Aan de ene kant burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam, die vertelde, je schrok ervan, dat hij nooit meer iets declareerde: te riskant. Straks zat er één incompleet bonnetje tussen en dan wachtte hem de schandpaal. Het leek me een krankzinnige interpretatie van integriteit – maar daar hoorde je niemand over.

Daarna trad een legertje integriteitfunctionarissen van (semi-)overheden op – en die openden me de ogen pas echt. Vlotte types die de ongemakken van ‘integriteitsschendingen’ achter zich hadden gelaten: daar hádden ze het gewoon niet over op deze Dag van de Integriteit.

Zo onderstreepte een gedegen mevrouw van Defensie het belang van een compliance strategy. Prima. Evengoed sprak zij met geen woord over recente affaires met chroomverf en van corruptie verdachte inkoopmedewerkers bij Defensie.

Ook was er een vlotte vent van uitkeringsfabriek UWV, die een wervelende presentatie gaf – beeld en muziek wisselden elkaar af, hij swingde erbij. Let’s stick together.

Dit alles om de „20.000 hele nette hardwerkende mensen” van het UWV te bewonderen. Ook hij vond het onnodig het laatste integriteitnieuws inzake het UWV te delen: de dubieuze miljoenenaanbestedingen die de parlementaire onderzoekscommissie ICT nog onlangs bij het UWV constateerde.

Hier bleek, kortom, wat overheidsintegriteit in de praktijk voor die handhavers was geworden: een praatje. Public relations. Een truc om het eigen imago op te krikken. Geen hamerstuk – een toneelstuk.

Het bevreemdende was intussen dat je onder lobbyisten (!) groeiend ongemak kon optekenen over de agressiviteit waarmee nieuwe bedrijven zich op diezelfde Nederlandse overheidsmarkt bewogen. Stichtingen om commerciële belangen te verhullen, heimelijke mediacampagnes: het gebeurt volop, zeiden ze.

Onlogisch was dit allerminst: kijk naar het buitenland. Zo kwam de Amerikaanse taxi-app Uber – die ook hier de markt op wil – deze week in de VS in opspraak omdat het dreigde een miljoentje vrij te spelen om onwelgevallige journalisten zwart te maken. In Canada onthulde Greenpeace adviezen van een vermaard pr-bureau dat een agressieve campagne tegen opponenten van een oliepijplijn adviseerde.

En vorig jaar liep een lobbyfirma in België tegen de lamp, omdat een lobbyist met behulp van een Nederlandse patiënte toelating van een duur medicijn wilde afdwingen. De patiënte, Maryze Schoneveld, die leidt aan de (spier)ziekte van Pompe, slaagde er eerder in in Nederland (dit leest u goed) tijdelijk gebruik van een duur geneesmiddel af te dwingen, gemaakt door een Amerikaans farmaceutisch bedrijf. De patiënte gaf in 2012 ook een vraaggesprek aan deze krant.

In België bleek vorig jaar dat dezelfde patiënte door de farmaceutische industrie was ingehuurd om daar een identieke mediacampagne op te zetten: zij benaderde een Belgisch patiëntje met een zeldzame ziekte om haar voorbeeld te volgen – hetgeen ook gebeurde.

De zaak kreeg amper aandacht in Nederland (alleen de Volkskrant schreef er over) – terwijl het me, ook voor de politiek, een daverend schandaal leek.

Dus ik benaderde deze week de (Nederlandse) lobbyist die dit project in België met de patiënte begeleidde. Hij reageerde met een schitterende drogredenering: de beschuldigingen aan mijn adres kloppen niet, zei hij – maar daar mag je me niet op citeren.

Ziehier de stand van zaken inzake integriteit(beleid). De Kamer behandelt het thema als hamerstuk (intussen ontwijken Kamerleden de eigen regels). Ambtenaren behandelen het als toneelstuk. En belangenbehartigers die overheden met trucs bewerken gaan hun goddelijke gang – ook nadat ze zijn betrapt. Je kunt dit moeilijk een gelijk speelveld noemen. Volgende week, las ik, is de week van de mediawijsheid. Ik zou zeggen: integriteitwijsheid zou er best bij kunnen.