Aardappelrapers

Na de oogst ligt er op het land nog van alles voor het oprapen. Vrijwilligers struinen de velden af – als romantisch gebaar tegen voedselverspilling.

Jean-Francois Millet schilderde in 1857 Les Glaneuses (De Arenleesters); drie arme vrouwen die, nadat het graan geoogst is, losse aren verzamelen.

De ruggen van de vrouwen krommen zich in de brandende najaarszon. Het is september en over de velden hangt de onmiskenbare lucht van kool. En kool zien we ook. Romanesco (groengele torentjesbloemkool), broccoli, soms al geel, en bloemkool, waarover een roze waas ligt. Die komt eroverheen als de zon erop schijnt. En dat mag niet, want de consument wil witte bloemkool. De meeste kolen zijn al geoogst; die vielen binnen de maten en specificaties die zijn opgegeven door de supermarkt. Deze vrouwen mogen de resten hebben. Twee voetbalvelden vol, in de buurt van Zeewolde. Zo’n 30 procent van de oogst.

Een handvol vrijwilligsters van de Youth Food Movement, waar jongeren zich inzetten voor een eerlijker en beter voedingsstelsel, sjouwt krat na krat het veld af. Ze zweten. In een middag wordt 200 kilo kool geraapt, maar het is zwaar werk – je kunt maar beter een sterke rug hebben.

Uiteindelijk, na nog een paar middagen rapen, hebben de vrouwen 650 kilo overgeschoten groenten opgehaald – tweebenige wortels, blozende bloemkool, aardappelen met plekjes of buitenissige vormen. Afgekeurd om hun vorm of kleur, maar nog perfect eetbaar. Al die groente zal met de hand in stukjes worden gesneden terwijl een dj muziek draait, in de ‘snipperdisco’.Vrijwilligers zullen er 1.500 liter soep van maken, waar minstens tweeduizend man van zullen eten bij Damn Food Waste, een manifestatie tegen voedselverspilling, afgelopen september in Zwolle.

Gleaning wordt het nu genoemd, het afstruinen van de akkers na de oogst. In Nederland gebeurt het alleen op kleine schaal, in Engeland zijn er hele netwerken van vrijwilligers die velden en boomgaarden afwerken. Vroeger mochten arme vrouwen en kinderen de velden op om de restjes te rapen na de oogst. Nu is gleaning weer in trek als romantisch gebaar tegen voedselverspilling. De vrijwilligers verwerken het eten zelf – er worden bijvoorbeeld megamaaltijden mee gekookt – of het wordt aan voedselbanken gegeven. Het Amsterdamse restaurant Instock draait zelfs geheel op ‘restpartijen’ voedsel.

Bijbelvaste mensen kennen voedselrapen als ‘aren lezen achter de maaiers’ – naar Ruth uit het gelijknamige Bijbelboek, de vrouw uit Moab die zich, als vreemdelinge in Israël, gedwongen zag de aren te rapen die de maaiers verloren of over het hoofd hadden gezien. (‘Lezen’ is een oud woord voor verzamelen uit de Germaanse taalfamilie – het lezen van boeken, van het Latijnse legere, is niet verwant). Ook in het bijbelboek Leviticus komt het aren lezen voor: „Ook moogt gij, wanneer gij de oogst van uw land maait, uw veld niet tot de uiterste rand afmaaien, en geen nalezing van uw oogst houden; ge moet die voor den arme en den vreemdeling overlaten”.

Nog in het Belgische Veldwetboek van 1886 staat dat alleen ‘bejaarden, gebrekkigen, vrouwen en kinderen beneden twaalf jaar’ tussen zonsopgang en zonsondergang mogen ‘aren lezen en naharken’ op velden waar geoogst is. Alleen met de hand – werktuigen gebruiken mocht niet. Het moest wel een beetje nederig blijven.

In de negentiende eeuw waren de bukkende, rapende vrouwen en kinderen in goudgeel nazomerlicht een dankbaar onderwerp voor romantische schilders die de verpauperde boerenstand wilden laten zien, getuige bijvoorbeeld het schilderij Les Glaneuses, (De Arenleesters) van Jean-François Millet uit 1857. Op de voorgrond zijn drie bukkende vrouwen te zien, ver op de achtergrond de hoog met graan opgetaste wagens van de oogst die naar de landeigenaar zal worden afgevoerd.

De redenering achter gleaning is ondertussen sinds de Bijbel niet veranderd. Er mag geen kruimel verloren gaan zolang niet ieders honger is gestild.

Greppels vol afgekeurde bananen

In 1990 maakte de Franse documentairemaakster Agnès Varda een film over het aren lezen, Les glaneurs et les glaneuses , waaruit bleek dat tal van Fransen de praktijk nog kennen of zelfs levend houden – uit nood of uit overtuiging. Met plastic tassen en emmers struinen ze akkers, velden en zeewater af om verwaarloosde druiven te plukken, verweesde aardappels te rooien of losgeraakte oesters te vangen. Varda liet ook het nieuwe, stedelijke struinen zien: mensen die op markten tomaten uit de dozen halen en de zakken appels uit de afvalbakken van de supermarkt. Het zijn nu niet zozeer vrouwen en kinderen als wel daklozen, zwervers en illegalen die genoegen moeten nemen met de resten.

Verspilling hoort bij overvloed. Ook vroeger werd eten verspild – alles werd immers tegelijk rijp en er waren geen goede methodes voor conservering. Melk bedierf, pruimen rotten weg aan de bomen. Het is een illusie te denken dat het varken op het erf alles opat.

Maar de gigantische, aan strenge regels gebonden voedselproductie van nu brengt ook gigantische verspilling met zich mee. In zijn boek Waste uit 2009 beschreef de Britse voedselactivist Tristram Stuart hoe dat eruitziet. Hij reisde de wereld rond en zag greppels vol afgekeurde, maar nog perfect eetbare bananen in Costa Rica. Tot aan de horizon reikende velden vol sinaasappels in Californië en de 13.000 kapjes witbrood die dagelijks door één enkele sandwichfabriek werden weggegooid omdat sandwiches van kapjes niet verkopen. „Containers vol. Brood waarvoor graan is gezaaid en dat met water is begoten, dat geoogst, getransporteerd, gemalen en gebakken is. Wat een verspilling van land, van energie”, zei Stuart hierover in een interview met deze krant.

Rond de tijd dat Millet zijn schilderij maakte, waren er weinig mensen, veel grondstoffen en weinig machines. Schaarste en oneerlijke verdeling waren de grootste problemen. Een industriële en een kunstmestrevolutie later is voedsel nu voor veel méér mensen overvloedig, goedkoop en constant beschikbaar. De wereld produceert maar liefst 4.000 calorieën per aardbewoner per dag – bij een betere verdeling zou er geen honger hoeven zijn, want een mens heeft tussen de 2.000 en 2.500 calorieën per dag nodig. Toch lijden nog steeds 805 miljoen mensen honger doordat eten buiten hun bereik blijft. Meestal door hun armoede, anders door misoogst of oorlog.

Natuurlijk is er geen direct verband tussen het weggooien van eten hier en honger in Azië of Afrika. Maar de stijgende vraag naar voedsel draagt bij aan ontbossing, overbevissing, landroof en vervuiling die overal ter wereld de huidige en toekomstige voedselproductie bemoeilijkt. De druk op landbouwgrond neemt toe. In 2050 is 70 procent méér voedsel nodig voor de wereldbevolking van dan tien miljard mensen. Die zullen vaak het westerse voedingspatroon willen, met veel vlees en zuivel, wat extra belastend is.

Ondertussen gaat volgens de meeste schattingen ruwweg een derde van al het eten verloren, 1,3 miljard ton per jaar. In ontwikkelingslanden doordat het niet tijdig wordt geoogst, niet goed wordt opgeslagen en te traag wordt getransporteerd. In de rijke, westerse landen doordat fabrikanten, supermarkten en consumenten het om futiele redenen verkwisten. Omdat er de verkeerde etiketten opgeplakt zijn of omdat het op een andere manier niet aan de strenge westerse voedselnormen voldoet. Dát tegengaan zou veel van de problemen verminderen.

Maar dat is moeilijk, want verspilling is een optelsom van talloze, soms onbewuste beslissingen en gewoontes. Het meeste eten, 42 procent, verspillen we bijvoorbeeld zelf, thuis. Omdat het over de datum is. Omdat we vergeten waren dat we het hadden. Omdat we opeens besloten uit eten te gaan.

Verdienen aan verspilling

Zolang er nu, hier, vandaag, geen schaarste is maar overvloed, zijn we weinig gemotiveerd dit te veranderen. We hebben spaarzaamheid immers nog maar heel kort geleden achter ons gelaten. Eindelijk hóeven we ons bordje niet meer leeg te eten. We hóeven niet meer te rommelen met bakjes in de ijskast. We worden juist steeds aangemoedigd onze impulsen te volgen en onderweg nog lekker iets extra’s te kopen, of drie stuks voor de prijs van twee. Dat is het probleem met verspilling, niet alleen van voedsel. Dat we over zuinigheid en mínder verbruik moeten nadenken terwijl de hele maatschappij op méér verbruik is ingericht.

Maar anders dan vroeger hebben we nu de middelen iets aan verspilling te doen. Bij een goed idee kunnen we er zelfs aan verdienen. Met samenwerking en logistieke inventiviteit kan er van de ‘reststromen’ van fabrieken iets anders worden gemaakt dat mensen kunnen eten. Soep, curry of quiche. Of je kunt het tot veevoer verwerken. Of je kunt er insecten op kweken die misschien weer gegeten kunnen worden. Pas als dat allemaal niet kan, zou voedsel vergist, gecomposteerd, of verbrand mogen worden.

Hoop schuilt in het feit dat eten momenteel belangrijker lijkt dan ooit – we denken er meer over na en zijn dus misschien ook meer bereid er verantwoord mee om te springen. Hoop schuilt daarnaast in het feit dat exclusiviteit en luxe niet meer zijn wat ze lang waren. Sinds de zalm, de entrecotes en de champagne de schappen van de supermarkt uitpuilen, is de culinaire voorhoede dol op nederige ingrediënten, zoals rammenas, koolrabi of varkenssnuit. Verloren gewaande technieken tegen verspilling, zoals koken met het hele dier, jam en chutney maken of fermenteren, worden door koks uitgedragen en in media breed uitgemeten. Als deze soberheid de nieuwe luxe is, heeft spaarzaamheid misschien een kans.

Volgens Toine Timmermans, expert op het gebied van voedselverspilling van de Wageningen Universiteit, hebben campagnes als Damn Food Waste veel bijgedragen aan bewustwording, maar niet ons gedrag veranderd. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de ITC, die de lakse en overvraagde mens soelaas moet bieden. „Over tien, vijftien jaar kopen we ons eten veel meer online. En hebben we een app die bijhoudt wat er het eerst op moet uit de koelkast en wat je daarmee kunt maken. De technologie daarvoor is er al.”

Daar moeten we volgens activist Tristram Stuart, de man die ook het gleanen in Engeland opzette, niet op gaan zitten wachten. Inderdaad kan iedereen vandaag beginnen zijn rijst af te wegen, zijn boodschappen een beetje te plannen en zijn groenten in een natte theedoek te wikkelen.

Heel eenvoudig eigenlijk. Gefundenes Fressen.