‘Zorgverzekeraar wilde een faillissement’

Verzekeraar DSW zou snel zijn geld willen, dat was er niet. DSW ontkent dat.

Riagg, de instelling voor geestelijke gezondheidszorg, ging vorige week failliet. Marianne Nobel, voorzitter van de ondernemingsraad, stelt dat zorgverzekeraars mogelijk hebben aangestuurd op de val van het Riagg. Zo kan het kleine ambulante zorgcentrum tegen hún voorwaarden worden overgenomen door een grote speler in de regio. Volgens zorgverzekeraar DSW klopt dat niet.

Het Riagg kampte dit jaar met betalingsproblemen. Een reorganisatie was onafwendbaar, maar werd door de vakbond van de hand gewezen. Een poging tot fusie met Fortagroep wees de cliëntenraad af. Toen het Riagg uiteindelijk aangaf bij DSW dat de overname niet zou lukken, besloot directeur Chris Oomen de niet gebruikte zorgvoorschotten terug te vragen. Dat is een budget van de verzekeraar waaruit zorg vooruit kan worden betaald. Het Riagg kon dit bedrag niet ophoesten.

Volgens Nobel kwam het de zorgverzekeraars wel erg goed uit. „Toen ze zagen dat er geldproblemen waren, eisten ze meteen hun geld terug. Veel te snel. Voor onze directeur, Tom Bank, zat er geen andere mogelijkheid op dan het faillissement aan te vragen.”

Oomen van DSW reageert verontwaardigd. „Het Riagg heeft het aan zichzelf te danken. Op het moment dat de reorganisatie niet door kon gaan, stelden wij voor met GGZ Delfland te fuseren. Zij wilden dat niet, maar wilden met het kleinere Fortagroep samen. Dat was gedoemd te mislukken. Toen dat ook zo bleek, besloten wij het geld terug te vragen. Dat mag, als het geld niet wordt besteed voor zorg. We zijn geen kredietinstelling. En nee, we konden niet langer wachten. Er zat geen verbetering in. Het is makkelijk om de zorgverzekeraar de schuld in de schoenen te schuiven.”

Mirko Noordegraaf, voorzitter van de Raad van Toezicht, mag tijdens het faillissement geen uitspraken doen over de toedracht. Wel merkt hij op dat het speelveld is veranderd. „Het draait om efficiëntie, zakelijkheid en optimalisatie. Patiënten moeten snel beter worden. Voor kleine GGZ-instellingen is dat lastig te realiseren. Patiënten zijn buitengewoon complex, het is lastig hun verbeteringen te monitoren.”