Wat zijn we weer trots

Ik hou van Rotterdam. Zo zul je mij nooit zien verhuizen naar Amsterdam, ook al kom ik daar heel graag. Nee, de beruchte „Amsterdamse” zelfingenomenheid stoot mij tegen de borst. De spreekwoordelijke Grachtengordelcultuur vind ik vooral hilarisch.

Daarom had ik een Feyenoord-shirt aan toen ik onlangs in de Amsterdamse Balie sprak. De oude Herenclub van wijlen Harry Mulisch was bijeengeroepen. En ik mocht plaatsnemen bij de nieuwe Herenclub. Maar hoe langer het duurde, hoe recalcitranter ik werd. Kom op zeg, neem eens ’n pil joh, dacht ik. Urenlang zwijmelend een groepje oude mannen ophemelen wier grootste wapenfeit was dat ze het vooral over zichzelf hadden in de Herenclub? Nee, geef mij maar Rotterdam, waar we toch een ingebakken argwaan hebben tegen dat soort hoge heren.

En toch erger ik me soms ook aan onszelf. Waarom? Omdat wij in Rotterdam het tegenovergestelde hebben van Amsterdam: daar is men vol van zichzelf, terwijl wij lijden aan een weergaloos minderwaardigheidscomplex. Dat complex uit zich het meest als er in het buitenland weer eens iets moois wordt gezegd over onze stad. We zijn er dan als de kippen bij om te exclameren: „Kijk, Rotterdam is ook leuk hoor!”

Zo was er The New York Times die Rotterdam opnam in haar ‘52 Places to go in 2014’. En vorige week riep The Academy of Urbanism in Londen Rotterdam uit tot Europese stad van het jaar 2015. En wat zijn we weer trots. Wethouder Ronald Schneider verklaarde met rode oortjes: „Rotterdam is hot.”

Natuurlijk, voor de happy few is Rotterdam zeker „hot”. De ene luxe woontoren na de andere rijst op. De biologische, linksdraaiende koffie met een ingewikkelde naam is niet meer aan te slepen. En trots zijn we hoor. Met als toppunt Leefbaar Rotterdam-hopman Joost Eerdmans die verklaarde „bakfietswijken” te willen. Oh, de ironie. Is dat het, mensen? Gaan we ons ‘succes’ afmeten aan hoe meer we eigenlijk op Amsterdam gaan lijken? Als ze ons in Londen en New York maar teren, kan de rest ons niet deren, lijkt het motto.

Dat doen ze in 020 beter, kan ik u garanderen: zelfkritiek is daar welkom. Ik werd niet weggezet als „zuur” toen ik daar in Feyenoordshirt de Grachtengordel-pretentie belachelijk maakte, integendeel. En gelijk hebben ze, want zoals een treffend adagium het zegt: kritiek is de grootste vorm van liefde.

En zoals ik aan het begin aangaf: ik hou van Rotterdam. Dus vraag ik mij af: wat is de keerzijde van onze „innovatieve businessmodellen” die door The Academy worden geprezen? Want inmiddels is Rotterdam de armste stad van Nederland, met een van de hoogste werkloosheidscijfers. Niemand bekommert zich om hen, de Rotterdammers die geen biologische quinoa-salade kunnen betalen.

Hoewel, dat is niet helemaal waar. Ook daar heeft Eerdmans een oplossing voor: die mogen straks wegkwijnen in de ‘asodorpen’ die hij wil. Lekker uit het zicht. Worden ze vanzelf minder arm van.