Wapenbeurs met ‘hoog reüniegehalte’

‘Wapenbeurs’ mocht het van de lobbyclub van de defensie-industrie niet heten. Maar wat was het dan voor show, waar actie tegen werd gevoerd?

Demonstratie van wapenstok en gevechtstenue op de beurs van de defensie-industrie in Ahoy in Rotterdam. Foto ANP

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) werd gisteren in Rotterdam verwelkomd door demonstranten. Zij opende in Ahoy de jaarlijkse wapenbeurs en die begint traditioneel onder protest van de organisatie Stop de Wapenhandel. Daarbij hadden Palestina-activisten, SP, GroenLinks en de lokale partij NIDA zich aangesloten. Hun voornaamste bezwaar was dat de wapenbeurs een podium biedt aan de Israëlische wapenfabrikant Elbit.

Maar „Elbit heeft afgezegd”, vertelde Mat Herben voorafgaand aan de beurs namens de organisator, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Dat weerhield de demonstranten niet, net zomin als de 2.500 tot 3.000 geschatte bezoekers.

1 Wat moeten we ons daarbij voorstellen, een wapenbeurs?

Herben verwerpt de term ‘wapenbeurs’. „Ik verzet me tegen de framing van antiwapenclubs die doen alsof dit een beurs is waar we allerlei gevaarlijke wapens verkopen aan enge regimes. Het is een symposium en tentoonstelling van de defensie-industrie voor de Nederlandse markt.”

Een plek om militaire spullen te (ver)kopen aan de Nederlandse overheid, maar ook vooral om te netwerken. „Er is misschien één stand met pistolen, verder zijn er vooral vrachtwagens, uniformen en dit jaar veel cyber.” ICT en andere innovatie is tegenwoordig immers minstens zo belangrijk voor de krijgsmacht als klassieke wapens. Toch is dit hét jaarlijkse evenement waar de ministeries van Defensie en Justitie door fabrikanten worden verleid om vooral hún wapentuig aan te schaffen. Spullen die dodelijk kunnen zijn.

2 Wie komen daar zoal?

Veel ambtenaren dus, al dan niet in uniform, die beslissen over de aanschaf van nieuw materieel voor leger en politie. En de fabrikanten daarvan. Damen scheepsbouwers, elektronicagigant Thales, de Amerikaanse vliegtuigfabrikant Lockheed en het Duitse voertuigbedrijf Rheinmetall bijvoorbeeld. Maar ook Fox-IT, KPN, Daf, Fokker en Segway hebben een stand.

In de militaire industrie gaat jaarlijks 3 miljard euro om, zegt Herben, maar geen enkel bedrijf is helemaal van Defensie afhankelijk.

Politici waren ook ruim aanwezig zijn. Minister Hennis verzorgde dus de opening. Haar partijgenoot Frank van Kappen, senator en generaal-majoor buiten dienst, was dagvoorzitter. Karla Peijs, voormalig CDA-minister van Verkeer en Waterstaat, is de voorzitter van de defensie-industrielobby NIDV, waar ook Herben voor werkt. Ook CDA’er Maxime Verhagen, oud-minister van Buitenlandse Zaken en van Economische zaken gaf acte de présence. Hij is nu namelijk niet alleen de voorzitter van bouwlobby Bouwend Nederland, als „bijzonder vertegenwoordiger voor de Nederlandse defensie-industrie” is hij sinds vorig jaar ook bezig met het binnenhalen van orders die met de nieuwe JSF-straaljager te maken hebben. „De beurs heeft altijd een hoog reüniegehalte”, zegt Herben.

3 Wat was er te zien?

Geen Israëlische raketten dus, wel veel wielvoertuigen. Het Duits-Nederlandse pantservoertuig Boxer speelt een hoofdrol en er zijn heel veel vrachtwagens in de aanbieding. Dat komt doordat Defensie heeft aangegeven die volgend jaar te zullen bestellen. „Boeing heeft ook een grote stand, omdat ze weten dat Nederland weer helikopters wil kopen”, zegt Herben. De beurs is altijd in november, legt hij uit, omdat dan in de begrotingen van de departementen duidelijk is geworden welke spullen er in het komende jaar moeten worden aangeschaft.

Hoewel het niet fantastisch gaat met de defensie-industrie is de beurs iets groter dan afgelopen jaren. Er is enig optimisme nu er op defensie minder wordt bezuinigd dan voorzien. „Het klimaat lijkt veranderd.”

4 Wat kostte het om de beurs te bezoeken?

Genodigden en standhouders kregen gratis kaarten van de organisatie, maar wie de beurs als belangstellende wilde bezoeken, moest 500 euro neertellen.

De kaarten zijn zo duur, vertelt Herben, „om bedrijfsspionage te voorkomen. Straks komen er allemaal snijbonen uit andere landen met een fototoestel”.

En zo’n entreeprijs houdt ook de anti-wapen en anti-Israël demonstranten buiten.