Column

Wanorde in de wereld als het nieuwe normaal

Fotografisch valt er nooit veel aan te beleven, maar politiek gezien kunnen de groepsfoto’s van wereldleiders op topontmoetingen een bijzondere lading krijgen. Dat was dit weekeinde het geval, op de top van de G20 in Brisbane.

Vooraan in het midden staat zoals het hoort de Australische gastheer, geflankeerd door de leiders van China en Japan. Obama staat tussen Xi Jinping van China en Rousseff van Brazilië. Merkel tussen Hollande en Abe, van Frankrijk en Japan. En helemaal links, met aan de ene kant de Zuid-Afrikaanse president Zuma en aan de andere kant niemand, staat wat verloren de president van het grote Rusland.

Het illustreert aardig de eenzame positie waarin Poetin op de top verkeerde. Niet alleen westerse leiders hekelden de Russische annexatie van de Krim en de destabilisatie van Oekraïne. In een aparte bijeenkomst spraken ook Australië, Japan en de VS daar samen nog eens hun afkeuring over uit. En niemand die het voor Rusland voor opnam.

Op de groepsfoto staan overigens geen twintig, maar 34 mannen en vrouwen – behalve de presidenten en premiers van de landen van de G20, ook nog de gebruikelijke speciale gasten zoals de leiders van de VN, het IMF en de Europese Unie. Ook van hen kwam er geen steun voor Rusland.

Toch is Rusland niet in een volledig isolement gedrongen. De Russische regering speelt nog steeds een belangrijke rol bij de onderhandelingen met Iran over het nucleaire programma van dat land. Met China heeft Rusland afspraken gemaakt over de bouw van gaspijpleidingen. Als energieleverancier blijft het land ook voor Europa van enorm belang. En onvermoeibaar houdt Merkel het gesprek met Poetin over Oekraïne gaande – in Brisbane spraken ze in zijn hotel maar liefst vier uur over de crisis.

Maar ook van Merkel hoeft Poetin geen begrip te verwachten. Ze is ervan overtuigd dat het Russische optreden in Oekraïne „na de verschrikkingen van twee Wereldoorlogen en het einde van de Koude Oorlog, de hele Europese vredesorde op het spel zet”, zoals ze de crisis zondag in dramatisch historisch perspectief plaatste in een toespraak in Sydney.

Morgen is Merkel negen jaar aan de macht en als ervaren staatsvrouw beschouwt ze het als haar taak, en die van Duitsland, om een politieke oplossing voor de crisis te vinden – zonder te zwichten voor de Russische machtspolitiek. Haar doel is „een soeverein en territoriaal ongeschonden Oekraïne, dat over zijn eigen toekomst kan beschikken”. Dat is „geen regionale kwestie”, zei ze zondag, „het gaat ons allemaal aan”. En anders dan Poetin staat Merkel niet alleen, zo bleek op de G20 nog eens.

Vaak klinkt de laatste tijd de verzuchting dat de chaos om zich heen grijpt en de wereld daar geen antwoord op heeft – kijk maar naar het geweld in Syrië en Irak, het terrorisme in Nigeria, de crisis in Oekraïne. Er is dringend behoefte aan een nieuwe wereldorde, zegt bijvoorbeeld Henry Kissinger, want de afspraken en instellingen van na de Tweede Wereldoorlog voldoen niet meer.

Staan we aan het begin van een nieuwe Koude Oorlog, die de zaak weer hardhandig op orde zal brengen? Het ziet er niet naar uit. De wereld valt niet in twee kampen uiteen, Rusland is niet de supermacht die de Sovjet-Unie was, en de relaties tussen landen zijn veel complexer geworden: een tegenstander in het ene conflict, kan partner zijn op een ander terrein. Vraag maar aan Merkel en Poetin.

In plaats van met een nieuwe orde zitten we voorlopig met een flinke mate van wanorde, die misschien wel ‘het nieuwe normaal’ is – zoals VN- en buitenlandexpert Richard Gowan het noemt. Een permanent en informeel crisismanagement moet de oplaaiende branden zien te blussen – met Angela Merkel als hoofd van de Europese brandweer.