‘Poetin is klaar voor de oorlog, het Westen niet’

De Russische geschiedenis speelt een belangrijke rol in zijn romans. Vandaar zijn scherpe oog voor het gevaar Poetin.

Michail Sjisjkin: ‘We kunnen alleen zien hoe de massa’s hun Führer achterna lopen’ Foto Robin Utrecht

Het woord ‘Poetin’ kan Michail Sjisjkin (53) slechts met moeite over de lippen krijgen. „Ik vermijd de naam liever omdat ik hem niet erken als mijn president”, zegt de vermoedelijk populairste Russische schrijver van het moment, die beurtelings in West-Europa en Moskou woont. „Míjn president zou democratisch verkozen zijn, niet door bedrog aan de macht gekomen.”

Dus laten we met de literatuur beginnen. Na Onvoltooide liefdesbrieven (2010) is nu voor de tweede keer een roman van Sjisjkin in Nederlandse vertaling verschenen: Venushaar, uit 2005. Dat is een complex werk, met tal van door elkaar heenlopende verhaallijnen: de belevenissen van een tolk bij de Zwitserse immigratiedienst (wat Sjisjkin zelf geweest is), de memoires van een in 1900 geboren Russische zangeres, episoden uit de klassieke Oudheid, Stalins deportatie van de Gagaoezen, een hedendaagse liefdesgeschiedenis en nog heel veel meer. Een ingewikkeld boek.

Sjisjkin: „Om te schrijven was het juist makkelijk. Je schrijft gewoon op wat er door je heengaat, een paar jaar lang. Je eigen leven kun je nu eenmaal niet verzinnen. Ik ben eraan begonnen toen mijn moeder aan kanker overleed en ik haar dagboeken vond. Mijn moeder leefde in een van de donkerste, somberste perioden van de Russische geschiedenis, de jaren veertig en vijftig. Maar de dagboeken die ze bijhield als jong meisje waren tot mijn verbazing ontroerend vrolijk: een jonge vrouw zoekt de grote liefde, is blij als de zon schijnt. Was mijn moeder blind voor de wrede wereld? Eerder wijs, denk ik. Een jonge vrouw op zoek naar liefde was neergedaald op aarde, als een kaars in onze duisternis. Zulke vrouwen zullen er altijd zijn.”

Toch komt uw moeder in het boek niet voor.

„Haar dagboeken zijn verloren gegaan bij een brand in het huis van mijn broer, de dichter en uitgever Aleksandr Sjisjkin. Ik heb het idee overgeplant naar Izabella Joerijeva, een zangeres van wie ik de dagboeken heb verzonnen. Zij is een reëel bestaande persoon, die leefde van 1899 tot 2000 en dus alle gruwelijkheden van de Russische geschiedenis in die eeuw heeft doorstaan. Mijn vader was gek op haar naïeve, zoetige romances. Aanvankelijk kreeg ik het benauwd bij de gedachte dat ik als schrijver bezig was de dagboeken van een werkelijk bestaand iemand te verzinnen. Welk moreel recht had ik daartoe? Maar toen verscheen ze in mijn droom. Ik heb haar om vergeving gevraagd, en zij heeft mij bedankt.”

Literatuur dient, net als cultuur in het algemeen, in Rusland als antidotum tegen de vreselijke dingen van de wereld, zegt Sjisjkin. „Op 15-jarige leeftijd heb ik me gerealiseerd wat de functie van kunst is, toen ik de film Andrej Roebljov van Andrej Tarkovski zag: urenlang vreselijke dingen, moord, marteling. En toch kwam ik de bioscoop uit met een licht, gelukkig gevoel. Dat is waar het bij kunst om gaat. De kunstenaar verandert voor jou de wereld, hij neemt alle ellende op in zijn ziel en transformeert die in warmte voor jou.

„Ik vergelijk schrijven graag met het toedienen van bloedtransfusie. Als ik Tolstoj lees, deelt hij zijn bloed, zijn vermogen tot leven met mij. Er moet natuurlijk wel sprake zijn van passende bloedgroepen. Op school moest ik de boeken van partijleider Leonid Brezjnjev lezen – ik had het gevoel dat ik daaraan dood ging.”

Ook de naam van de roman, Venushaar, verwijst naar dit principe. ‘Venushaar’ is de populaire benaming van een varen, adiantum capellus-veneris, die in warme streken in het wild groeit maar in Rusland alleen als potplant bestaat. Hij kan in een kamer niet zonder menselijke warmte.

Kan literatuur de angst verdrijven voor Poetins autoritaire staat en zijn oorlog in Oekraïne?

Hij haalt de schouders op. „Vorige week was ik op een literair festival in Krasnojarsk – misschien wel de laatste keer dat het gehouden mag worden. Dacht u dat iemand het daar over de oorlog wilde hebben? De mensen willen over literatuur horen. Wat er in Moskou en Oekraïne gebeurt, interesseert daar niemand. Ze hebben hun eigen land, Siberië, en kunnen met al dat gas in de grond heel goed zonder Moskou. Het is wachten totdat Poetin is opgehoepeld – over twee weken, twee jaar of nog langer. Als je het mij vraagt valt de Russische Federatie daarna uit elkaar, want Poetin heeft ervoor gezorgd dat alles alleen nog maar van hem afhangt. Elke dag dat hij aan de macht is, vernielt hij Rusland een beetje meer.”

Wanneer besloot u schrijver te worden?

„Dat kan je als redelijk mens niet besluiten. Iemand heeft nu eenmaal verantwoordelijkheden, voor een gezin bijvoorbeeld. Je kunt moeilijk tegen je vrouw zeggen: ik ga nu jaren een roman schrijven en we zien wel of het wat wordt. Bovendien kun je in Rusland van literatuur sowieso niet leven. Er zijn buiten Moskou en Sint-Petersburg geen boekhandels die literaire boeken verkopen.

„Mijn werk verschijnt eerst in literaire tijdschriften, zoals Znamja, en is dan op internet gratis voor Russische lezers beschikbaar. Ik werk daar zelf van harte aan mee, want wie in een kleine stad woont kan mijn boek alleen maar op de computer van een school of bibliotheek lezen. In Rusland is literatuur nooit een bedrijfstak geweest: of alle populaire boeken zijn verboden, of ze zijn gratis.”

Hoe werd u dan wél schrijver?

„Als kind. Op mijn tiende schreef ik mijn eerste verhaal, één velletje, dat ik meteen aan mijn moeder liet lezen. Ik zie nog hoe haar gezicht bij het lezen bewolkte. Ze had vermoedelijk iets over indianen of marsmannetjes verwacht, maar het ging over echtscheiding, omdat mijn ouders toen in scheiding lagen. ‘Je moet niet schrijven over dingen die je zelf niet begrijpt, Misja’, zei ze. Dat ben ik blijven doen – schrijven over dingen die ik zelf niet begrijp.

„Literatuur is altijd heel belangrijk voor mij geweest. Anderen hadden veel vrienden. Ik kende alle grote schrijvers, ook diegenen die verboden waren, zoals Nabokov, Solzjenitsyn, Sjalamov, Boelgakov, sommige werken van Dostojevski. Had u in een land willen wonen waar Nabokov verboden was? Ik niet.

„Ik bezat een bibliotheek van honderden schoenendozen vol foto’s die ik van geleende boeken had gemaakt, pagina per pagina. Dat was een heel apart gevoel: als je bijvoorbeeld een boek van Solzjenitsyn bezat, betekende dat dat je ook bereid was daarvoor naar de gevangenis te gaan. Bij elk woord dat ik neerschrijf, besef ik nu dat ik in een grote literaire traditie sta. Ik voel een verantwoordelijkheid voor de taal, en de woorden.”

En toen, eind jaren tachtig, ten tijde van de perestrojka, werd alles vrij...

„Dat was de tijd van mijn leven. Al die boeken verschenen opeens gewoon bij Sovjetuitgeverijen. Voor het eerst had ik het gevoel: dit is een land waarvan ik een burger kan zijn. En wilde zijn. Tot dan toe had ik me een vijand, een spion in eigen land gevoeld. Ik besloot toen ook om mee te helpen aan de opbouw van het land. Die moest naar mijn gevoel met de jeugd beginnen. Ik ben gaan werken als leraar Duits en Engels.”

En nu?

„Ik heb deelgenomen aan wat ik de derde burgerlijke revolutie in de Russische geschiedenis noem, na die van 1917 en de perestrojka: de grote demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg in 2011 en 2012, tegen de vervalste parlements- en presidentsverkiezingen. We vroegen om een dialoog met het Kremlin, maar we kregen een grote grijze kont in ons gezicht geduwd. Zo stelt het Kremlin zich een dialoog met het volk voor. Ik schat dat van al die honderdduizenden demonstranten – degenen die van Rusland iets wilden maken – zeker de helft in de afgelopen drie jaar is geëmigreerd. De andere helft zint op een manier om te emigreren. Er heerst nu een hele vreemde sfeer.”

Hoe heeft het zo mis kunnen gaan?

„Ten tijde van de perestrojka kregen honderdvijftig miljoen mensen opeens de vrijheid om een nieuw huis te bouwen, en te verhuizen uit de barakken waar ze al zeventig jaar lang aan gewend waren. Maar de meesten van hen wisten met die vrijheid niet om te gaan. Wat is er in de twintig jaar na de perestrojka tot stand gekomen? Diezelfde barakken.”

Hoe nu verder?

„Ik voel me net een Duitse schrijver in de jaren dertig: hopeloos. Onze boeken kunnen de oorlog niet tegenhouden. We kunnen alleen toezien hoe de massa’s hun Führer achterna lopen, regelrecht de catastrofe in. Boeken kunnen de oorlog niet tegenhouden, zelfs de bijbel kan dat niet. Ook het Westen kan de oorlog niet tegenhouden. Poetin is klaar voor de oorlog, het Westen niet, omdat het verantwoordelijkheid voelt en een massale vernietigingsoorlog wil vermijden. Dus heeft Poetin bij voorbaat gewonnen – niets hoeft hem ervan te weerhouden morgen Estland binnen te vallen.

„Het enige wat een schrijver kan doen is niet zwijgen. Zwijgen is steun. Maar wij weten natuurlijk dat elke oorlog tot een eind komt en geen enkele dictator eeuwig regeert. Dictators komen en gaan, boeken en lezers blijven. Mensen zullen mijn boeken lezen en Poetin vergeten. Verder is het een kwestie van wachten. Aan het eind wint de dichter het altijd van de tsaar.”