IS: bedreven in massamoord, slecht in oorlog

IS lijkt op de Rode Khmer: ontheemde jongeren met een dodelijk maakbaarheidsideaal, vindt Ugur Ümit Üngör.

illustratie martin sutovic

Het jaar 2014 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van Islamitische Staat (IS). Een grondig inhoudelijk begrip hebben we nog niet. Syrië en Irak lijken wel één grote puinhoop, een chaos van krioelende baarden en Kalashnikovs, maar er is zowel structuur als logica in al het geweld in de beide landen.

Er is een groot verschil tussen oorlog (legitiem geweld tussen legers) en genocide (illegitiem geweld tegen ongewapende groepen burgers). IS is goed in genocide, maar vrij slecht in oorlogvoering – met uitzondering van hun getalenteerde 28-jarige officier Omar al-Shishani (‘de Tsjetsjeen’). Veel veldslagen lukten niet of maar half, IS ervoer zelden serieuze tegenstand, en in Kobani stierven vele malen meer jihadisten dan Koerden. IS is des te begaafder in massamoord en vooral in het verspreiden van trotse propaganda daarover.

Wat voor geweld oefent IS uit en waarom?

„De christenen en joden in ons land zijn onze broeders en hebben onder het kalifaat en sultanaat vrijheid, recht op godsdienstuiting, en bescherming onder de wet,” sprak de kalief. Maar dan wel de laatste Osmaanse kalief, de meertalige Abdülmecid II (1868-1944), schilder, dichter en pianovirtuoos. Maar het IS-kalifaat is een ideologische utopie, een neokalifaat dat weinig lijkt op het bewind van de Osmaanse voorgangers. De leider, Abu Bakr Al-Baghdadi, is een slechte historicus, en een gewiekste ideoloog: zijn utopische toekomstvisie van een maakbare, foutloze samenleving voorziet in de gewelddadige eliminatie van alle onzuiverheden. Niet anders dan andere twintigste-eeuwse radicale ideologieën zoals nazisme, stalinisme en etnisch nationalisme.

Het IS-geweld kan worden ontleed in vier elementen: massamoord, gedwongen bekering, vandalisme en verkrachting. Allereerst, de massamoord op categorieën burgers, onder wie krijgsgevangenen ongeacht afkomst; vaklui zoals doktoren, activisten, technici en journalisten die niet willen buigen; en complete etnische en religieuze minderheden zoals sjiieten, Yezidi’s, Kakai’s, Shabaks, Sabiërs, Koerden, Turkmenen. Deze worden zonder pardon in greppels gelegd en doorzeefd door een handjevol executeurs. Er is echter meer aan de hand dan moordpartijen. Het geweld van IS richt zich op de vernietiging van abstracte identiteiten.

Een tweede geweldsvorm is de gedwongen bekering, bijvoorbeeld van de Yezidi’s. IS publiceerde gechoreografeerde propagandafilmpjes waarin een groep van angst verstijfde Yezidi-mannen publiekelijk afstand neemt van hun antieke godsdienst. Een derde geweldsvorm is de breed uitgemeten destructie van materiële cultuur in Irak en Syrië. IS blaast systematisch alle niet-soennitische gebedshuizen op onder het mom van „zuivering van de aarde van de tempels der ongelovige sjiieten”. Met deze praktijken en dit taalgebruik werkt IS als de ex-president van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, wiens troepen doelbewust de bibliotheken en moskeeën in Bosnië aan flarden schoten. Deze sloop wist alle sporen uit van de sjiitische identiteit, inclusief haar herinnering. Tot slot seksueel geweld: IS pleegt een verkrachtingscampagne die erop gericht is de eigen krijgers van gratis seks te voorzien, de betroffen gemeenschappen moreel te breken en accommodatie en angst af te dwingen. Honderden yezidi- en Alawitische vrouwen zijn inmiddels gekidnapt, de enkeling die ontsnapt overleeft met de vreselijkste trauma’s.

De mystificatie van het IS-geweld is een uiting van westerse vooroordelen: mannen met lange baarden krijgen meer aandacht en maken er meer indruk mee dan een gladgeschoren, Engelssprekende president in driedelig pak. Sterker nog, de angstcampagne van IS komt verdacht gelegen.

Het lijkt bijna geen toeval dat IS westerse stereotypen van islamisten uitbeeldt: met rood doorlopen, wijd opengesperde ogen en zwarte baarden snijden ze de hoofden af van slachtoffers die eruit zien als de buurjongen van elke westerling. Laat je niet verblinden door de irrationeel lijkende fanatici – we hebben te maken met calculerende geweldstechnocraten. De leiding van IS bestaat namelijk uit doorgewinterde Saddamisten met een lange staat van dienst in de collectieve geweldpleging in Irak. Voormalig seculiere officieren, sommigen veteranen van de genocide tegen de Koerden in 1988, anderen van de massamoord van sjiieten in 1991, weer anderen van de vernietigende aanslagen op sjiitische moskeeën in februari en augustus 2006.

Deze achtergrond verklaart IS’ bizarre Arabische nationalisme, dat zowel Koerden als Turkmenen attaqueert, beide grotendeels soennieten. Dat is een erfenis van Saddams Ba’athregime in Irak. Pragmatici die onthoofden omdat dat functionele en effectieve propaganda is. Toen in 2007 onthoofdingen niet meer werkten in Irak, stopte Al-Qaeda met die gruwelpropaganda.

Analyses suggereren een mozaïek van motieven voor Westerse moslims om bij de IS te gaan: de ideologie van politieke islam, machteloosheid, hypocrisie van westerse interventie, seksuele frustratie, identificatie met slachtofferschap van moslims, sterk gevoel van onrechtvaardigheid en verontwaardiging. Dichter bij huis vatte de voormalige maoïst Erik van Ree zijn eigen communistische radicalisering in de jaren ’70 scherpzinnig samen: ideologische zelfhypnose, utopische illusies over een radicaal nieuwe samenleving, dwaze historische romantiek. Doorslaggevend was volgens Van Ree de oprechte empathie die hij in zijn jeugd had gevoeld met straatarme Indiërs en Vietnamese oorlogsslachtoffers: „Vooral de Amerikaanse bombardementen op Vietnam maakten door hun aanhoudendheid en heftigheid een diepe indruk. Ze wakkerden in mij steeds intensere haatgevoelens aan.”

Deze lessen zijn één op één toepasbaar op IS. Haatgevoelens en wraakfantasieën kan en mag je best voelen vanachter je laptop in Amsterdam-West, maar als je ze daadwerkelijk kan botvieren belooft dat verlossing.

Westerse IS-leden hebben het op tenminste drie manieren mis. Eén: deze jongelui zouden emotioneel serieus moeten worden genomen op hun eigen voorwaarden, door de aandacht te vestigen op hun selectieve verontwaardiging. Men zou kunnen argumenteren dat die schijnheilig, zelfs racistisch is: over de genocide in Darfur hebben we ze niet gehoord, hoewel daar een kwart miljoen moslims zijn vermoord door de Soedanese ‘regering’. Hypocrisie, niet? Twee: vechten tegen het brute Assad-regime lijkt een nobele zelfopoffering: jezelf blootstellen aan geweld, ziekte en ontberingen, daarnaast veel tijd doorbrengen aan het front, en moslimburgers beschermen. Maar het in koelen bloede executeren van geknielde krijgsgevangenen (waarover de Koran in meerdere soera’s gebiedt ze te voeden, kleden, en niet mishandelen), of het tergend langzaam onthoofden van op de grond vastgebonden weerlozen is geen heldendaad. Lafheid, niet? Drie: tot slot, wat vinden de heren en dames jihadisten van de ontluisterende constatering dat IS moslims uitmoordt met een enthousiasme dat doet denken aan de paramilitairen van Ratko Mladic, Narendra Modi, of, ironisch genoeg, Bashar al-Assad. Waarom moesten honderden van hun jongemannen in gefilmde, macabere slachtpartijen aan het mes? Wreedheid, niet?

In zijn onnavolgbare zelfbehoud, cynische pragmatisme en complexe dictatuur lijkt het op industriële schaal doormoordende Assad-regime op het stalinisme. IS heeft meer iets weg van de Rode Khmer: een fanatieke jonge generatie die door een slepende oorlog is ontheemd en gebrutaliseerd, die eens en voor altijd wil afrekenen met corrupte politiek, westerse inmenging en alle mogelijke menselijke gebreken en die een maakbaarheidideaal najaagt. Samen staan deze titaantjes garant voor de langzame doodbloeding van de Syrische samenleving. Jongens zijn ze – maar naïeve jongens.