Column

In Nederland is er nooit genoeg te eten

Tatjana Bozic in ‘Happily Ever After’ (2DOC/IKON)

Voor liefhebbers van documentaires zijn de late novemberdagen altijd ingewikkeld en vergen veel administratie. Het liefst zou je de hele dag op IDFA films kijken, maar wat je wilt zien is toch lang van tevoren uitverkocht. Precies in diezelfde periode zendt de NPO de meeste en beste documentaires uit. Sommige daarvan kun je op internet terugkijken, andere weer niet of slechts op obscure betaalkanalen, zoals Andrew Rossi’s Page One: Inside the New York Times (2DOC/VPRO).

Bovendien moet je de lengte van de televisie-uitzending eigenlijk vergelijken met de speelduur op festivals of anderszins in de bioscoop. Dat is meestal schrikken: Page One werd teruggesneden van 92 naar 48 minuten, en Happily Ever After (2DOC/IKON) van 83 naar 55 minuten. Dat is des te betreurenswaardiger omdat Boudewijn Koole juist voor de montage van laatstgenoemde film een Gouden Kalf won. Het lijkt erop dat een ex van de hoofdpersoon, Aleksei met de losse handen, er gewoon integraal uit gesneden is.

Maar ook in de korte versie blijft het egodocument van de oorspronkelijk Kroatische Tatjana Bozic (Karlovac, 1971) een buitengewoon bezienswaardige film. Vooral de stakkers die van versiergoeroes als Julien Blanc willen leren wat vrouwen eigenlijk willen, zouden Bozic’ visueel essay over de vrouwelijke blik op de liefde moeten bekijken.

Vanaf dag één van haar relatie met de Nederlandse documentairemaker Rogier Kappers legde Bozic alles met haar camera vast, zoals ze eerder ook wel met andere minnaars deed. We zien de verliefdheid, de zwangerschap, de trouwplannen en uiteindelijk het gekibbel op de bank. Als de relatie het dieptepunt bereikt, besluit Tatjana haar exen weer eens op te gaan zoeken: de romantische Pavel in Moskou, de Duitse medestudent van de filmschool Frank, de Britse ambtenaar Jacob.

Die vertellen uiteindelijk ongeveer hetzelfde verhaal als haar vader: zulke stemmingswisselingen en het heen en weer schieten tussen onafhankelijkheid en wegcijferen, daar valt niet goed mee te leven.

Het is dus een pijnlijk en eerlijk zelfportret geworden, samengesteld uit grote hoeveelheden ongelijksoortig materiaal. Maar het is ook een hilarische impressie van een inburgeringsproces. Eerst denkt de hoofdpersoon dat die Rogier aangenaam direct is, totdat ze ontdekt dat in Nederland alle mannen zo zijn. Ze moet op de Nederlandse ambassade rare kennisvragen beantwoorden (is de koning een man of een vrouw?) en leren schaatsen, fietsen, thuis bevallen en overal op tijd komen.

Het allerergst vindt ze de familiebijeenkomsten, waar urenlang sketches en liedjes worden opgevoerd voordat er eindelijk gegeten mag worden. Maar in Nederland is er nooit genoeg te eten, dus voedt Tatjana zichzelf bij met babyvoeding voor haar zoontje.

Het voordeel is dat er in zo’n exotisch land na een scheiding ook co-ouderschap en andere creatieve omgangsvormen met exen bestaan. Wat mij betreft leidt het ironische narcisme van Happily Ever After (eerder in competitie op het Rotterdamse filmfestival) tot de beste documentaire van de week in een overvol tv-aanbod.