Hekkensluiter is straks de klos

Met de invoering van een nieuwe divisie wil de KNVB een natuurlijke doorstroom creëren.

Om veel supporters te trekken is betaald voetbal helemaal niet nodig, zo werd onlangs bij de derby Quick Boys tegen Katwijk weer eens duidelijk. De wedstrijd in de hoofdklasse trok meer dan 7.000 toeschouwers. Foto Orange Pictures

Het is de enige profcompetitie in Europa waarin voetballers met een gerust hart kunnen verliezen. Hoeveel nederlagen ze ook lijden, degraderen kunnen ze toch niet uit de Nederlandse eerste divisie. Er is sprake van een muur. Met aan de ene kant onschendbare verliezers en aan de andere topklassers die onder de huidige voorwaarden niet kunnen promoveren. De natuurlijke doorstroom ontbreekt, en dat stoort.

Daarom wil de KNVB de opzet van het tweede Nederlandse profniveau graag veranderen. Nu echt. Na jaren soebatten moeten clubs vanaf het seizoen 2015-‘16 kunnen degraderen. En dat niet alleen: de beloftencompetitie verdwijnt en er komt een derde liga bij, tussen de topklasse en eerste divisie. Deze landelijke (tweede) divisie zal bestaan uit veertien topklassers en vier beloftenteams. Tot die laatste categorie behoren tweede teams van clubs als Feyenoord, Roda en Utrecht.

Het plan dient 2 december te worden goedgekeurd tijdens de bondsvergadering, maar volgens betrokken partijen is dat meer een formaliteit. De KNVB heeft wel de stemming gepeild bij belangenvereniging Topklasse CV, maar deze partij heeft formeel geen zeggenschap. „Meer dan een advies kunnen wij niet geven”, zegt Ad Westerhof, voorzitter van de Amsterdamse topklasser AFC.

Ongenoegen

Zelf heeft Westerhof zich namens AFC geschikt in de aangekondigde beleidsverandering. Evenals veel van zijn collega’s bij andere clubs. Toch moeten er kanttekeningen worden geplaatst bij die welwillendheid. Ondertussen zou er ongenoegen sluimeren. Gert-Jan Pruijn, voorzitter van Koninklijke HFC uit Haarlem: „Iedereen is berustend, omdat er geen weg terug lijkt te zijn. Maar ik hoor clubs nu al praten over het ontduiken van nieuwe regels.”

Die regels vormden altijd een belemmering voor amateurclubs om toe te treden tot het profvoetbal. Wilden ze naar de eerste divisie, dan moesten ze onder meer zestien fulltime contractspelers aanstellen en beschikken over minimaal tweeduizend zitplaatsen en fellere lichtmasten. Alleen Achilles ‘29 uit Groesbeek heeft de overstap gemaakt. Maar dat kon alleen doordat de KNVB de eisen afzwakte onder het mom van een pilot.

Met ingang van het seizoen 2016-2017 gelden die verlaagde eisen niet alleen voor Achilles, maar voor alle clubs. Licht zal geen obstakel meer vormen, het aantal zitplaatsen evenmin. Wie 2.000 man kwijt kan, staand danwel zittend, kan toetreden tot de nieuwe landelijke divisie. Dat hoeft ook niet met minimaal zestien contractspelers, maar met acht.

Dat de KNVB de eisen verder versoepelt, geeft aan dat de bond er veel aan gelegen is om dezelfde opzet als Engeland, Duitsland en België te hanteren. In die landen kennen ze wel een degradatie- en promotieregeling volgens de basisprincipes van sport: winnen wordt beloond, onkunde bestraft.

Zo hoort het ook, vindt preses Gert-Jan Pruijn van Koninklijke HFC. Hij zou het niet erg vinden als zijn club dankzij goede resultaten in de Jupiler League belandt. „Maar waarom moeten wij dan een semiprofstatus hebben? Wij vinden dat ons niet zomaar profnormen kunnen worden opgelegd. Als wij zonder contracten willen werken, moet dat kunnen.”

„Wanneer wij aan de nieuwe eisen moeten voldoen, kan dat ons 500.000 euro kosten. Ik zou niet weten waarvan we dat moeten betalen. Of wij met contracten werken? Nee, met onkostenvergoedingen. Voor sommige jongens is dat een paar duizend euro per jaar. Dat is peanuts vergeleken met een volwaardig arbeidscontract.”

Tijdens een recente vergadering van belangenvereniging Topklasse CV werd duidelijk dat clubs zo min mogelijk contractspelers willen, voor zo min mogelijk uren. De KNVB denkt aan 20 uur per week, maar de clubs zien liever 12 uur. Dat komt beter overeen met het ritme van drie keer trainen en één wedstrijd.

Na de vergadering werden al trucs uitgewisseld om regels te omzeilen. Stel dat een topklasser straks vier spelers een arbeidsovereenkomst moet bieden. Dan geven ze vier junioren van 17 jaar toch een contract. Voor hen ligt het minimumloon een stuk lager dan voor een volwassene.

Dit is vooral hoe kleinere clubs denken. Amateurgiganten als Spakenburg, IJsselmeervogels en Rijnsburgse Boys hebben daar minder last van. Zij werken al met contractspelers; Spakenburg heeft er bijvoorbeeld nu al 24. Deze zaterdagclubs hoeven ook niet te vrezen dat ze vanaf 2016 op zondag moeten voetballen. Spelen ze uit tegen een zondagclub, dan wordt dat duel zaterdag om 18 uur gespeeld.

Reserveteams

Een andere verandering is de toetreding van beloftenteams. Nu komen alleen de tweede teams van Ajax, FC Twente en PSV uit in de eerste divisie. Straks betreden ook alle reserves van andere profclubs de voetbalpiramide.

Deze ploegen worden verdeeld op basis van hun klassering in het seizoen 2015-2016. Gelet op de huidige standen zou het betekenen dat bijvoorbeeld Jong Vitesse in de tweede divisie komt, Jong Volendam in één van de twee topklassen en Jong FC Dordrecht in één van de zes hoofdklassen. „Dan krijg je straks de wedstrijd AFC-Jong Fortuna”, verzucht Ad Westerhof van AFC. „Nou, gezellig.”

Andersom is dat voor profclubs wel interessant. Voor hun reserves is het waardevoller om tegen topamateurs te voetballen dan tegen leeftijdsgenoten op maandagavond, in een leeg stadion. Zo wennen ze aan de aanwezigheid van meer publiek en fysieke weerstand van oudere spelers.

Dat is de positieve kant van het verhaal. De andere kant is dat amateurs met gemengde gevoelens aankijken tegen plannen waar ze amper invloed op hebben. AFC-preses Westerhof: „Als wij vier spelers een contract moeten geven, wat te doen met de anderen? Geven we die een gevulde koek?”