Door Dikke Bertha kwam er een carnavalsverbod

Vóór de Grote Oorlog was er één persoon die begreep dat de twintigste eeuw vroeg of laat ons land op gewelddadige wijze aan zou doen: koningin Wilhelmina. Zij weigerde in 1913 de eerste steen te leggen voor het onzindelijke Vredespaleis, en werd niet toevallig de heldin van geschiedschrijver Loe de Jong die betoogde dat Nederland door de Duitsers hardhandig uit zijn vredige winterslaap was gewekt. De twintigste eeuw begon hier te lande zogezegd op 10 mei 1940. Tot die tijd stond het vaderland op sluimerstand.

Er bestaat ook een andere opvatting, namelijk, dat de moderne geschiedenis hier binnen sijpelde. Zo leerden tienduizenden Belgische vluchtelingen, een stagnerende economie en honderdduizend gemobiliseerde Hollandse zonen tussen 1914 en 1918. Hoe de elite met veel geluk en wat polderend vermogen Nederland vier jaar voor het ergste verschijnsel van de twintigste eeuw wist te behoeden, is beschreven in Nederland Neutraal door de militair historici Wim Klinkert, Samuël Kruizinga en Paul Moeyes. Hoe het ‘het volk’ verging is te lezen in een klein en fijn boek over een Nederlands dorp in de Eerste Wereldoorlog. Het draagt de welgekozen titel Schampschot en is geschreven door historicus Paul van der Steen, die eerder in een boek over een nazi-opleidingsschool bewees de grote geschiedenis in het kleine te kunnen beschrijven.

Wat deed de Wereldoorlog aan het Limburgse grensplaatsje Eijsden, waar ‘meer kippen dan mensen woonden’? Te schrijven dat alles er anders werd, zou onzin zijn, maar helemaal hetzelfde bleef het ook niet. Ze hoorden er de Dikke Bertha bulderen rond Luik. Niet veel later arriveerden Belgische vluchtelingen, werd ‘de staat van beleg’ afgekondigd, inclusief avondklok en – erger – tijdelijk kermis- en carnavalsverbod, en moest men, bij gebrek aan meel, de vla ontberen.

Van der Steen onderscheidt drie fasen: in het begin overheerst de aanvaarding van de extra belasting van zo’n oorlog aan de grens. Later begint de irritatie over de beproeving, die dankzij smokkelarij van wollen borstrokken en paarden wel weer voordelen met zich meebrengt. Ten slotte overheerst de vermoeidheid, gevoed door armoede, voedselschaarste en distributiewet.

De harde twintigste eeuw dringt ondertussen mondjesmaat tot het dorp door, onder meer door een langdurige staking in de zinkwitfabriek. Het opvallendste gevolg van de oorlog is dat Eijsden blijk geeft van een martiaal nationalistisch patriottisme, alsof 1914-1918 Limburg tijdelijk verNederlandst. Verder rommelt het dorp de oorlog door. Een uitzondering is het oponthoud van de vluchtende Kaiser Wilhelm op station Eijsden. ‘Den Pruus! Den Pruus!’ jauwt het dorp hem uit. Wilhelmina daarentegen wordt er later bejubeld. In dit boek speelt ze geen grote rol, ook niet in de vaderlandse historie tot 1940. Haar moment komt als de geschiedenis hier binnenmarcheert, en zij in Londen haar finest hour beleeft.