De Wolf of Wall Street is bang om te zwijgen

Bo&Caro zijn bij debatten, productpresentaties en borrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat en waar: Het optreden van de échte Wolf of Wall Street Jordan Belfort, in de Rai in Amsterdam

Wie: Jordan Belfort, energyconsultant Marleen Schulz en sales executive Lieke Dekkers, en ruim vierduizend opgefokte mannen.

Tussen de mannen in pak vallen ze extra op. Twee blonde meisjes op de 1.000 euro kostende ‘platinum-plaatsen’ van het optreden van Jordan Belfort – de échte Wolf of Wall Street. Marleen Schulz en Lieke Dekkers werken bij Essent en wonnen de wedstrijd die werd uitgeschreven door de salesafdeling. Wie in één week de hoogste gemiddelde dealwaarde haalde won.

„Dat waren wij dus”, grijnst Schulz voldaan. Zij mogen vlak bij het podium zitten en krijgen koffie met chocolaatjes. De rest van de afdeling, zestig man, moet genoegen nemen met een plekje achterin de enorme zaal, waar een opgefokte sfeer hangt. Want waar blijft de wolf?

Rijk worden gaat nu iets langzamer

Na een uur wachten verschijnt hij eindelijk op het podium. „The great Jordan Belfort.” Een honderdtal mannen springt op, begint plechtig te hummen en slaat met de vuist op de borst. Hebben ze gezien in de film over Belfort, die door Leonardo DiCaprio vertolkt werd.

„Actually…”, begint Belfort verontschuldigend, „I never did that.” Het was acteur Matthew McConaughey die het inmiddels fameuze maniertje gebruikte om zich te concentreren vlak voor hij een scène moest spelen. Regisseur Martin Scorcese vond het mooi en stopte het in de film.

Meer dingen uit de film zijn niet in het echt gebeurd. „Ik heb nooit coke uit de kont van een meisje gesnoven”, bezweert Belfort. „Echt niet.” Het dwergwerpen heeft, tot opluchting van de fans, wél echt plaatsgevonden.

Een week niet praten

Belfort heeft nog een behoorlijke schuld openstaan. Naar schatting moet hij nog zo’n 110 miljoen dollar aan door hem gedupeerden terugbetalen. Werk aan de winkel dus. Als motivational speaker reist hij nu de hele wereld over. En dan praat hij veel. Heel veel.

Een ruim drie uur durende stroom van cliché’s als „work your fucking ass off”, „write your own story”, „you can’t hit what you can’t see” en „don’t be afraid to fail”. Belfort neemt een slok water. Hij is schor. „De dokter heeft me geadviseerd een week helemaal niet te praten.” Dan, kuchend: „Maar dat lukt me nooit. Sommige mensen zijn bang voor spreken in het openbaar, ik ben bang voor níét spreken in het openbaar.” Helaas.