De poseur

Sinds kort hangt er porno bij mij aan de muur. Ik heb een foto gekocht van Jeroen Robert Kramer, die als fotograaf naar oorlogsgebieden reisde. Om het analoge fotolab Aap te helpen voortbestaan, geeft Kramer zijn foto’s voor de productieprijs weg.

Op mijn foto staat een Amerikaanse soldaat, uitgezonden naar Afghanistan. Hij heeft een ontbloot, gespierd bovenlijf vol tatoeages, met teksten als ‘soldaat van god’ en ‘May god have mercy upon my enemies because I will not’. Het geweer zit voor zijn gulp. Je hebt weinig fantasie nodig om er een half erecte piemel in te zien.

Onlangs bezocht ik een lezing van Ferry Biedermann, verslaggever en collega en vriend van Kramer. We spraken onder meer over Susan Sontags essaybundel Kijken naar de pijn van anderen. Hij vertelde dat Kramer niet meer naar oorlogsgebieden gaat. Geweld krijgt een smeuïg laagje wanneer je er mooie foto’s van maakt. Biedermann liet een foto van Kramer zien. Een verzamelgraf. Negen kisten. Op de kisten komen de schaduwen van omstanders terecht, ze geven de doden een silhouet. Biedermann vertelde dat Kramer zijn eigen foto verafschuwt. De foto is te goed, de compositie te perfect.

Een kleine stap van massagraf naar een groepsverkrachting. Er zijn talloze voorbeelden, maar ik blijf steeds denken aan die in Cleveland, Texas, een paar jaar geleden. 18 jonge mannen verkrachtten een 11-jarig meisje. Ze filmden het geweld. The New York Times berichtte er toen vreemd eenzijdig over: vooral het lot van de daders stond centraal – was hun toekomst nu verloren; konden zij nog wel naar school? Het artikel werd gepubliceerd onder de kop ‘Vicious Assault Shakes Texas Town’ Alsof het stadje het werkelijke slachtoffer was, niet de 11-jarige.

Ik blijf me vooral afvragen: waren die jongens niet meer met de camera bezig dan met het meisje?

De meesten van ons weten niet hoe het werkelijk is om te verkrachten, of, bijvoorbeeld, iemand te onthoofden. Maar we weten allemaal hoe het voelt om te worden gezien.

Ik denk niet dat we het vermogen om onderscheid te maken tussen realiteit en fictie kwijtraken. Ook tieners begrijpen het verschil tussen verkrachtingsporno op internet en een groepsverkrachting in een afgelegen schuur. Maar het poseren kan wel degelijk een afstand creëren tot de fysieke realiteit. Wie iets voor een camera doet, ziet zichzelf al in het eindresultaat. Het beeld toont niet de werkelijkheid, maar leidt die. De aanwezigheid van een camera zorgt ervoor dat mensen zich gaan gedragen naar een beeld dat als beeld normaal is.

Ze zeggen dat het kwaad in iedereen zit. Dat zal. In ieder geval staan we allemaal weleens model.

Ik kijk naar ‘mijn’ man aan de muur. Als poseur is hij geslaagd, maar wat heeft hij als soldaat gedaan?