De Chinese minister van Internet kent Facebook niet (zegt hij tenminste)

In het Chinese Wuzhen zijn deze week topbestuurders van internetbedrijven samen. De nieuwe minister van Internet is er ook. Hij wil graag „een open dialoog”.

Veinst de nieuwe Chinese minister van Internet Lu Wei verbazing of vertelt hij de waarheid? Het blijft in het midden als hij met een strak gezicht beweert dat hij „nog nooit die websites van Facebook, Twitter of YouTube heeft bezocht”. Erkennen dat hij er wel eens een blik op heeft geworpen, zou deze hoge partijfunctionaris strafbaar maken.

„Ik weet dus werkelijk niet of deze sites in China gesloten of verboden zijn, maar laat ik meteen duidelijk maken dat alles wat er in mijn land gebeurt in overeenstemming is met de Chinese wetten”, antwoordt hij op de vraag waarom buitenlandse (sociale) media worden gecensureerd of zelfs helemaal worden geblokkeerd.

Minister Lu Wei is een nieuwe en belangrijke hoofdrolspeler in cyberspace. En hij is een partijman pur sang. Bij wijze van ‘coming out party’(dixit het partijblad Global Times) heeft hij als minister van de nieuwe Staatsdienst voor het Internet de eerste ‘Wereld Internet Conferentie’ georganiseerd in het oude Chinese handelsstadje Wuzhen bij Shanghai. „Met de vrienden van de wereldpers” wil hij graag „een open dialoog voeren”.

Zonder een spoor van ironie voegt hij eraan toe dat „cyberspace in China een vrije wereld is en dat China nog nooit iets gedaan heeft waar het zich voor zou moeten schamen”. Twee dagen geleden zijn door de blokkade van een van de grootste Amerikaanse internetdiensten, EdgeCast in Los Angeles, duizenden websites in China onbereikbaar geworden, waaronder die van grote banken en energiebedrijven. Internetters in China zien dagelijks de situatie (geen toegang tot Gmail, de BBC op zwart, kranten onbereikbaar) verslechteren.

Iedereen is in Wuzhen

De zaal in Wuzhen zit tot morgen vol met topbestuurders van Chinese, Amerikaanse, Zuid-Koreaanse en Japanse internetbedrijven, onder wie de oprichters van Chinese giganten als Alibaba, Baidu en Tencent. Ook Facebook, LinkedIn, Twitter en Google zijn vertegenwoordigd. Uitsluitend voor deze gelegenheid is het Wuzhense conferentieoord omgetoverd tot een digitale vrije zone. Met slechts één click zijn als teken van gastvrijheid alle verboden of moeilijk toegankelijke sites bereikbaar.

De grote opkomst – de totale waarde van de aanwezige bedrijven overstijgt de 500 miljard dollar– verrast niet. Lu Wei en zijn ministerie van Internet, in feite een bundeling van versnipperde (censuur)diensten, gaan een cruciale rol spelen in het bestaan van nationale en internationale internetbedrijven. Zij kunnen niet heen om de Chinese markt van 635 miljoen internetters. Dat reusachtige aantal zal in 2015 uitgedijd zijn naar 850 miljoen internetters.

De boodschap van minister Lu Wei is simpel. Het Chinese internet zal alleen maar groeien, er kan veel geld verdiend worden met e-commerce. Die Chinese internethandelsmarkt was goed voor 300 miljard dollar aan omzet in 2013. „Geen internetbedrijf met ambitie kan om de Chinese markt heen. Maar laat ik duidelijk maken dat, hoewel Chinezen bekendstaan om hun gastvrijheid, wij het recht hebben onze gasten te kiezen en anderen te weigeren.”

Lu Wei, en het is voor het eerst dat een hoge Chinese partijvertegenwoordiger dat zegt, wil dat er internationale afspraken gemaakt worden om het internet „vreedzaam, veilig, open en democratisch te besturen”. Volgens de minister wordt het tijd dat regeringen en bedrijven wereldwijd tot een gedragscode komen. Een code naar Chinees model welteverstaan, de ‘Chinese Droom’ op het internet.

China wil zijn stempel zetten

Volgens David Bandurski van China Media Project, dat de razendsnelle ontwikkeling van het Chinese internet kritisch volgt, wil China zijn stempel zetten op de vorming van een soort nieuwe, internationale internet-orde. „De Chinese leiders zeggen in feite tegen alle internetbedrijven: jullie hebben ons harder nodig dan wij jullie. Zij zeggen: wij zijn groot, wij zijn heel veel geld waard en jullie volgen onze lijn.” En, zegt hij: „Er zijn twee totaal verschillende visies op het internet aan het ontstaan. En het is bij lange na niet uitgemaakt welke visie de overhand zal krijgen.”

Dat is ook de verklaring voor de zwijgzaamheid van bedrijfsleiders als Jack Ma (Alibaba) Robin Li (Baidu) en Pony Ma van Tencent, Reid Hoffman (LinkedIn) en Vaugan Smith (Facebook). Geen woord spraken zij over de censuur, de blokkades van onwelgevallige commerciële sites en de arrestaties en veroordelingen tot levenslange gevangenisstraffen van bloggende wetenschappers en journalisten. Geen woord ook werd er gesproken ter verdediging van internetvrijheden. Ook niet door de Amerikanen en de Zuid-Koreanen.

Facebook, Twitter, LinkedIn en Line, het geblokkeerde Zuid-Koreaanse WhatsApp, willen zelfs niet reageren op de meeste recente acties van de Chinese censuur. Bestuursvoorzitters die worstelen met de dagelijkse realiteit in China zwijgen daar meestal over, en directies van internetbedrijven zijn geen uitzondering.

Facebook is bezig met een campagne om de blokkade opgeheven te krijgen. Oprichter Mark Zuckerberg en bestuurslid Vaugan Smith zijn zelfs met Chinese lessen begonnen, om met minister Lu Wei te kunnen converseren. Hoe Facebook denkt te voldoen aan de wettelijke vormen van zelfcensuur is niet duidelijk.

LinkedIn is al begonnen met een Chineestalige site en werkt in China mee aan de verplichte censuur van de boodschappen die via deze site worden verstuurd. Vandaar ook dat LinkedIn niets in de weg wordt gelegd en Facebook, net als Instagram, vooralsnog wel. „Maar ik sluit niet uit dat wij met Facebook ook tot consensus komen. En zo niet, even goede vrienden, maar dan komen zij China niet in”, zegt minister Lu Wei.