De bureaucratie van een pot moes

Om appeloverschot tot appelmoes te laten verwerken moet de voedselbank aan talloze regels voldoen.

Foto Thinkstock

Dat er ‘voedselbank’ op het etiket staat, werkt misschien stigmatiserend, maar er was geen ontkomen aan. Zonder het aparte etiket waren de 125.000 literpotten appelmoes die de afgelopen twee dagen zijn geproduceerd er nooit gekomen. En hadden de 35.000 gezinnen die in Nederland afhankelijk zijn van de voedselbank dit kleine extraatje niet gekregen. De 125.000 kilo goede appels die erin verwerkt zijn zouden waarschijnlijk zijn doorgedraaid, of aan de varkens gevoerd.

Dat etiket zal Salomon Querido, verantwoordelijk voor voedselverwerving bij Voedselbanken Nederland, een zorg zijn. Voor hem was het slechts een van de talloze bureaucratische hobbels die hij moest nemen om een deel van appeloverschot dat is ontstaan door de Russische groenten- en fruitboycot, te verwerken voordat het bederft.

Telers die gebruikmaken van de steunregeling die de Europese Unie in augustus heeft ingesteld, krijgen een extra hoge vergoeding als zij de partijen die zij uit de markt halen aan de voedselbank leveren. Ook krijgen zij het transport naar de distributiecentra van de voedselbank vergoed.

Papierwinkel

Tot eind oktober hebben telers meer dan 700.000 kilo groenten en fruit aangemeld, zegt Querido, waarvan zo’n 70 procent appels en peren. Dat is maar een fractie van wat telers in totaal uit de markt gehaald hebben (zie inzet), maar voor de voedselbanken was het te veel. Te veel appels in elk geval: het aanbod komt neer op 14 kilo per gezin.

Querido ging dus op zoek naar fabrikanten die een deel hiervan zouden willen verduurzamen, door het te verwerken tot appelmoes voor de klanten van de voedselbank.

Maar dat ging zomaar niet. Brussel eist absolute zekerheid dat de subsidie niet misbruikt wordt, doordat telers partijen aanmelden die ze toch ook op de markt kwijtkunnen. In september is de regeling tijdelijk stilgelegd na dergelijk misbruik, met name door Poolse telers. Het leidde tot een waslijst aan regels die ervoor heeft gezorgd dat de partij appelmoes fors duurder is geworden dan gehoopt.

Querido legt uit: „De papierwinkel begint al bij de levering van verse appels aan de klanten van de voedselbank. De teler brengt zijn partij naar een van de acht distributiecentra van de voedselbank. Daar wordt die partij geïnspecteerd door de Economische Controledienst. Van daaruit gaan de appels naar de 156 voedselbanken in het land. Voor elke levering moet een apart contract komen. Soms zijn dat wel veertig contracten voor één partij. Ik vind het een wereldprestatie dat we dat voor elkaar hebben.”

Geheim recept

Daarna werd het ingewikkelder: een fabrikant vinden die wilde meewerken. De firma Hak bijvoorbeeld, die overigens een trouw leverancier van de voedselbank is, zag het niet zitten. „Op de deksels van alle potten die onze fabriek verlaten staat Hak”, zegt directeur Timo Hoogeboom. „Daarom mag er alleen appelmoes in zitten die precies volgens het Hak-recept gemaakt is.” Niet alleen is dat recept geheim, de voedselbankproductielijn was volledig afhankelijk van het aanbod, dat uit allerlei verschillende appelrassen bestaat. Dat maakte het recept volgen onmogelijk.

Later werd er een fabrikant gevonden die de appelmoes tegen kostprijs wilde maken. Het gaat om een klein bedrijf dat niet op media-aandacht zit te wachten en anoniem wil blijven. Aangezien de voedselbank niet over fondsen beschikt, wilde zij graag de productiekosten betalen in appels, die de fabrikant dan voor zijn eigen, commerciële productielijn zou kunnen gebruiken.

Bang voor boetes

Dit mocht van het ministerie van Economische Zaken, maar de administratieve voorwaarden waren zó ingewikkeld, dat het onuitvoerbaar was, zegt Querido. „Ik kon dit niet aan de fabrikant verkopen.” Er moest dus alsnog geld komen.

De productiekosten liepen bovendien op door de eis van Brussel dat de subsidiepartijen strikt gescheiden blijven van marktpartijen. Er moest dus een apart etiket komen, evenals een aparte receptuurcontrole en een aparte accountantscontrole.

Querido: „Iedereen is bang om een boete uit Brussel te krijgen voor het overtreden van de regeling.” De fabrikant moet volgens hem extra personeel inzetten om de zaak administratief in orde te krijgen. „Je hebt onderhand vier accountants nodig om een boete te ontlopen.”

Na ongeveer een maand lobbyen bij vermogende particulieren had de voedselbank ruim 20.000 euro ingezameld en kon de productie beginnen. De totale kostprijs was gisteren nog onbekend, maar zou hiermee wel volledig gedekt zijn. Querido hoopt op een tweede ‘run’, maar dan moet er wel nieuw geld bij. „Het zou zoveel beter zijn als we appels uit de subsidieregeling konden gebruiken om de productie te bekostigen”, zegt hij.

Hetzelfde geldt voor het overschot aan wilde ganzen, vervolgt Querido. Als er volgend jaar weer ganzen worden afgeschoten, zou hij die aan slagers willen leveren om ze te laten verwerken tot vlees voor zijn klanten, en die slagers betalen in ganzen. Querido lobbyt hier voor in Den Haag. „Anders gaan er steeds goede producten verloren en blijven we in een kringetje ronddraaien.”