Daar zat Jan Arends, omringd door zijn proppen papier

Ik denk niet dat iemand deze week in Nederland een boek leest. Geen literatuurliefhebber althans. Want die zitten in zaaltjes: vorige week vier dagen Crossing Border, dinsdag Bijlmer Boekt, gisteren hadden we West Words in Amsterdam en de Verwey Leesclubs in Leiden (met acht jongeschrijvers, ze zijn zo alomtegenwoordig dat we het inmiddels aan elkaar schrijven). Vandaag snel verder naar de klassieke kinderboeken op het Jan Campertsymposium (Herman Koch over De eikelvreters!) terwijl morgen de Middag van de Brief wacht.

En vanavond? Dan is er het Jonge Schrijversfeest (warempel, daar heb je ze alweer) in de Stadsschouwburg. Een herfstboekenbal, waar de ’s nachts stiekem de kostuums van Toneelgroep Amsterdam aangepast worden (maar dat is geheim). De jongeschrijvers reiken ook een Gouden Schrijfmachine uit.

Niet te missen dus – maar wat doen we dan met de Jan Arends Party in Pakhuis de Zwijger, het feest bij de heruitgave van het werk van de schrijver van Keefman? Daar treedt de 89-jarige Inez van Dullemen op. (Met jongeschrijvers, trouwens). Van Dullemen schreef een nawoord bij Keefman. Het is een prachtig portret van Arends (1925-1974), toen die nog een jonge schrijver was: ‘In de kroeg zat hij erbij als een schuwe, verlepte spreeuw, met wreven bejegend door obers, maar wel een spreeuw die onverhoeds een felle pik kon geven.’ Soms stormde Arends huize Van Dullemen binnen om een typemachine te eisen, ‘alsof er een bevalling ophanden was en het kind in het vruchtwater zou omkomen als er niet direct verlost werd.’ Arends trok zich terug, ramde als een bezetene op de toetsen, tot het tikken langzaam minder werd, ‘als regendruppels die van het dak vallen nadat de bui al over is’, schrijft Van Dullemen. ‘Wanneer ik uiteindelijk binnenkwam, lagen er stijf samengeknepen proppen papier om hem heen als uitgebraakte uilenballen.’

Kunnen de jongeschrijvers hun Gouden Schrijfmachine niet postuum aan Jan Arends geven? Dan moet alleen iemand Inez van Dullemen in triomf de Jonge Schrijversavond binnen leiden, zodat zij de trofee namens haar oude vriend in ontvangst kan nemen. Normaal gesproken had ik me als vrijwilliger opgegeven, maar ik heb nu andere plannen, want ik ben nu in Keefman beland: ‘Vriend, hoe vaak heb ik je al niet gezegd dat ik mij geheel wil inzetten voor het psychiatrisch gestoorde mens. En dan zit jij maar te lullen en met je hand over je kin te wrijven?’ Ik lees vanavond nog even verder. Thuis.