Anne

Door al dat gedoe rond de première waarbij sommige mensen het ongepast vonden dat er hapjes en alcohol aanwezig zouden zijn in het theater, had ik er in mijn hoofd een soort Joop van den Ende-dinnershow van gemaakt waardoor het niet meer in me opgekomen was om erheen te gaan. Maar ineens kreeg ik een kaartje (zonder diner-arrangement overigens, maar dat was niet uit principe, sterker nog: ik vond die discussie idioot) en dus zat ik in het gloednieuwe Amsterdamtheater naar Anne te kijken, de eerste toneelbewerking die volledig gebaseerd is op het Verzameld Werk van Anne Frank.

De eerste tien minuten was ik nogal afgeleid door het systeem waarmee de Italianen die pal voor mij zaten het toneelstuk met ondertiteling konden volgen. Ze hadden een kastje voor zich met een tablet. Het zag er heel fancy uit en ik moest me enorm bedwingen om niet stiekem mee te lezen om te zien wat Annes woorden in het Italiaans waren. Algauw werd ik gelukkig het toneelstuk in gezogen. Ik vond het indrukwekkend en subtiel. Het stuk is een mooie ode aan Anne Frank als schrijfster. Het einde – we weten allemaal hoe Anne aan haar einde kwam – was hartverscheurend, juist doordat het zo ingetogen was. Na afloop was het even stil. Daarna barstte er een applaus los dat door het specifieke ritme en volume zowel enthousiasme over het toneelstuk als gepast verdriet over de tragische geschiedenis wist uit te drukken. En dat terwijl we in vele talen klapten, zag ik toen het licht weer aan ging en alle ondertitelkastjes zichtbaar werden.

Een paar dagen later zapte ik toevallig langs de documentaire Annes erfenis. Zoals dat gaat met bekende mensen waren er wereldwijd vele meningen over haar en hoe er prudent met haar tekst en beeltenis zou moeten worden omgegaan. Wat me zo tegenviel was dat er ook door sommige Nederlandse instanties heel bezitterig over haar werd gedaan, terwijl wij nou juist al zoveel hebben. Zo zou het belachelijk zijn dat er enkele meters familie-Frank-archief van Amsterdam naar Frankfurt (nota bene Anne’s geboorteplaats) zouden moeten. Alles wat met haar te maken heeft zou hier in Amsterdam thuishoren.

Ik kan me daar dus enorm over opwinden. Natuurlijk, wij mogen verguld met haar zijn. Exact een jaar geleden pleitte ik er op deze plek zelfs nog voor om niet achteloos langs Prinsengracht 263 te fietsen. ‘Onze Anne’, noemde ik die column toen, maar ik bedoelde er niet mee: van ons alleen.

Hoe erg is het als wij hier in Amsterdam een facsimile van het menukaartje van het huwelijksdiner van Otto en Edith zouden hebben in plaats van het originele exemplaar? Wij hebben hier al het hele achterhuis inclusief bewegende boekenkast. Wij hebben het originele fysieke dagboek. Geef die paar meter lekker aan Frankfurt.

Anne schreef, praatte en droomde in het Nederlands, ze groeide op in Nederland en dook er onder. Ze werd waarschijnlijk ook verraden door Nederlanders, maar dat terzijde. Ze was oorspronkelijk Duits. En haar verlangens, haar angsten, haar ergernissen, haar humor, haar verhaal; het bleek universeel.

Net als, helaas, het verlangen om haar op te eisen.