Als je iets van je leven wil maken, is dit de stad

De best geklede zanger, Dave von Raven, en de best geklede wethouder, Hugo de Jonge, over muziek en de kunst van presenteren.

 

Foto Andreas Terlaak

Dave von Raven (33) draagt een zwart ribfluweel maatpak. En zijn Ray Ban-zonnebril, zoals altijd. In het revers van zijn jasje heeft de zanger en gitarist van beatgroep The Kik zijn naam laten borduren. Zijn door de jaren 60 beïnvloede kledingstijl leverde hem onlangs een nominatie op voor Esquire’s verkiezing van best geklede man. „Die wil ik zo graag winnen jôh”, zegt hij een paar dagen voor de bekendmaking. „Ik vind het heel belangrijk hoe ik eruit zie. Het publiek moet iets hebben om naar te kijken. Als ik win, dan is dat erkenning.”

Als er op het Rotterdamse stadhuis zo’n verkiezing zou zijn, zou Hugo de Jonge (37) op een nominatie kunnen rekenen. De wethouder voor Onderwijs, Jeugd en Zorg draagt schoenen met een kleurige opdruk van bloemen en fruit, precies zoals de plafondschildering in de net geopende Markthal. De Jonge: „Ik hou gewoon van mooie dingen. Laatst had ik ze aan op het CDA-congres in Alkmaar. Toen werd ik wel even aangestaard.”

Interesse voor kleding en schoenen, dat hebben de CDA’er en de zanger/muzikant gemeen. Ze houden beiden van muziek. En ze koesteren allebei een onvoorwaardelijke liefde voor Rotterdam.

Von Raven (een artiestennaam, in zijn paspoort staat Mellaart) werd in Rotterdam geboren, in het oude ziekenhuis aan de Bergweg. De Jonge vestigde zich in 1996 ‘op Zuid’ toen hij een opleiding volgde voor basisschoolleraar. Zijn vader, hervormd predikant, had bij een ritje op zijn brommer een huisje voor hem gevonden in de Millinxbuurt. „Hij zei dat het zo knus was, en zo goedkoop”, zegt De Jonge. „Ik begreep al snel waarom. Er was toen al veel mis in de buurt. Ik heb vanuit mijn raam nog gezien dat ze begonnen met het preventief fouilleren.”

Dave woont in Delft

Als domineeszoon moest De Jonge vaak verhuizen. Hij had al veel van Nederland gezien voor hij in Rotterdam neerstreek. Von Ravens zwerftocht beperkte zich tot de Maasstad. Hij woonde bijna overal: aan de Schieweg, in Bloemhof, in Blijdorp, Nesselande, een flatje in Hillegersberg („zo groot als een postzegel”). Maar nu heeft hij zijn geliefde stad achter zich gelaten. Sinds twee jaar woont hij in Delft. „Ik woonde als een God in Rotterdam op een soort boerderijtje – antikraak. Jarenlang. Toen het werd verkocht, moest ik eruit. Ik had zo veel zooi verzameld, allemaal instrumenten, een hond, kippen... Ik was dus allang blij dat ik iets vond.”

De Jonge: „Met zo’n accent kun je niet buiten Rotterdam wonen. Misschien moeten we een kerstactie opzetten: haal Dave von Raven terug naar Rotterdam!”

De zanger is in korte tijd uitgegroeid tot een cultureel boegbeeld voor de stad. The Kik, met zijn Merseybeat-sound en Nederlandse teksten, werd landelijk bekend toen die in 2012 huisband werd in De Wereld Draait Door. Elke laatste vrijdag van de maand was de band live in de uitzending te horen. Vaak maakt presentator Matthijs van Nieuwkerk plagerige opmerkingen over Dave’s stad.

„Het viel wel op ja”, zegt hij. „Zat ik daar als enige tussen alle Amsterdammers. Voor m’n gevoel was ik met Jules Deelder de enige Rotterdammer binnen de grachtengordel. Ik vond het leuk hoor, dat wel. Ik ben hartstikke trots op de stad. Ik vind het helemaal niet erg om als Rotterdammer te worden neergezet.”

Er waren mensen die zich afvroegen of hij zich dat Rotterdamse accent had aangemeten. Net als zijn Beatles-achtige kleding. Als onderdeel van zijn imago.

„Ik ben gewoon zo. Ik speel geen toneelstukje. Dat hou je niet vol. Er zijn misschien mensen die me als karikatuur zien, dat vind ik niet erg. Natuurlijk, zo’n zonnebril is image, ik hou ervan om op te vallen. Maar ik ben gewoon mezelf.”

De Jonge knikt instemmend. Hij staat dan wel niet dag in dag uit op het podium, ook hij denkt na over hoe hij zijn boodschap het beste vertelt. „Je bent voortdurend bezig met presenteren. In de raad, in vergaderingen, op werkbezoek. De boodschap moet goed overkomen.”

„Hoeveel uur werk je eigenlijk”, vraagt Von Raven.

De Jonge: „Een uur of 80, 90, 100 per week. Ik probeer één keer in de week thuis te eten en ga kijken als mijn zoontje van negen voetbalt. Afgelopen week had ik wel een record. De begroting werd behandeld. Ik lag om kwart over vijf pas in bed, om kwart voor zeven ging de wekker weer. Dan ben je gaar als boter.”

Von Raven: „En jij moet nog zinnige dingen zeggen ook.”

De Jonge speelde vroeger gitaar

De Jonge: „Ik heb vroeger ook gitaar gespeeld. Iedere puber wil toch rockheld worden. Het was niet mijn beste fase.” De wethouder is nog steeds bezig met muziek. „De Matthäus-Passion, die heb ik tien keer gezongen. Ik hou van Bach. Van jazz. En van The Kik natuurlijk. Wist je dat ik vaak ‘Simone’ draai tijdens het hardlopen?”

Von Raven: „Maar ik hou ook van Bach hoor. Ik speel klavecimbel. Op mijn zesde begon ik met piano spelen, terwijl ik niet uit een erg muzikale familie kom. Na de basisschool ging ik naar de havo voor Muziek en Dans. Ik heb elk jaar twee keer gedaan, maar heel veel geleerd over muziek.”

De wethouder en de zanger spreken over de vraag of er nu wel of niet een nieuwe popzaal in Rotterdam moet komen. Al jaren heeft de stad geen middelgroot poppodium meer. Nu lijkt er weer beweging. Wat vind jij er nou van, wil De Jonge weten. Von Raven zit er niet op te wachten. „Dan heb je een zaal waar 6.000 man in gaat, waar je één keer per jaar Lionel Richie kan laten spelen en één keer Marco Borsato. Maar wat doe je de rest van het jaar met die zaal? Laat die grote artiesten lekker naar Amsterdam gaan.”

De Jonge: „Ik denk niet dat we per se een grote zaal moeten hebben. Je moet dit aan de markt overlaten, we hebben slechte ervaringen uit het verleden. Met zalen subsidiëren hebben we niet zulke goede ervaringen. Maar als er een ondernemer is die zegt: help het mij mogelijk maken, dan moet je er niet tegen zijn.”

Von Raven: „Misschien is het egoïstisch hoor, maar ik krijg die zaal toch niet vol. Van mij hoeft het niet.”

‘Het gaat weer over ons’

Of de popzaal nou wel of niet komt, beiden zijn ervan overtuigd dat Rotterdam de afgelopen jaren leuker is geworden. „Het is niets anders dan Rotterdam dat je leest in de kranten”, jubelt Von Raven, die de recente triomfen opsomt – Centraal Station, De Rotterdam, de Markthal. „Het gaat weer over ons. Dat hebben we toch maar mooi bereikt met z’n allen.”

De Jonge: „Als je iets van je leven wil maken, is dit de stad. Die sfeer hangt hier. Hoe het komt? Het zit in de samenstelling van de stad. De rest van Nederland wordt steeds ouder en grijzer, Rotterdam wordt steeds jonger. We willen het talent van jonge mensen benutten.”

Onderwijs gaat De Jonge aan het hart. Hij is trots dat het percentage voortijdig schoolverlaters met 40 procent is teruggedrongen de afgelopen jaren. Wat betreft onderwijsresultaten loopt Rotterdam nog steeds iets achter bij de rest van het land, maar de noordoever zit inmiddels op het niveau van de vier grote steden, zegt De Jonge. Volgens hem gaat het op Zuid ook steeds beter met de schoolprestaties van de kinderen.

Rotterdam is niet langer een stad die de slechte lijstjes aanvoert, zegt de wethouder trots. Hij vindt Rotterdam een laboratorium voor rest van het land. Waarom? „Het is minder dichtgetimmerd dan elders in de Randstad. Er is ruimte voor vernieuwing. Heb je een goed idee? Hier kan veel.”

Von Raven: „Voor ondernemers is er veel ruimte om er wat moois van te maken. Neem Schorem op de Nieuwe Binnenweg, die jongens die een barbierszaak in oude stijl hebben opgericht. De klanten staan in een rij op de stoep. Waar zie je dat nou? En over die grote popzaal: ik ben juist zo blij met Rotown, waar je al die underground bandjes hoort die wél iets nieuws doen.”