Al die lijstjes? Luchtkastelen

De stad blijft prijzen winnen, maar dat is alleen fijn voor toeristen. Vorige week nog werd de stad uitgeroepen tot ‘City of the year 2015’. Stop met onszelf zo ophemelen en pak echte problemen aan, vindt schrijver Vincent Cardinaal.

Illustratie Anne van Wieren

Lijstjes. Rotterdam is de stad van lijstjes geworden. Iedere week lijkt er wel weer een nieuwe hitnotering bij te komen. Staan we niet in de reisgids Rough Guide, dan is de New York Times wel verliefd.

De stad stijgt op deze manier constant met stip in de top zoveel van ‘hippe’ steden. Met dank aan de specialiteit van het huis: het creëren van iconen van glas en staal.

In dat opzicht was 2014 een ontzettend rijk jaar. Er was de opening van Rotterdam Centraal door koning Willem-Alexander. Niet lang daarvoor mocht heel de wereld kennis komen nemen van De Rotterdam – de ‘hurkende reus aan de Nieuwe Maas’ zoals architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout het megaproject van Rem Koolhaas noemde. Als kers op de taart kwam daar in de vroege herfst de Markthal. Uitgerust met het grootste kunstwerk in zijn soort ter wereld aan het plafond, en met binnen drie weken na opening een miljoen bezoekers op de teller.

De ‘ultieme’ beloning kwam afgelopen week. Wethouder Ronald Schneider mocht helemaal naar Londen. Daar kreeg hij namens de stad het predicaat ‘City of the year 2015’ op zijn revers gespeld. De prijs werd uitgelegd als een waardering voor de groei die de stad de afgelopen twintig jaar doormaakte. Van tochtgat met junkieproblematiek tot mondaine semi-metropool, daar komt het in het kort op neer.

Maar ik denk dat het een vertekend beeld is. Ik denk dat deze stad aan de lopende band PR aan het bedrijven is, met luchtkastelen tot gevolg.

Nog zorgwekkender is dat de kritiek lijkt weg te sijpelen uit de stad. Rotterdam heeft grote sociale problemen en staat voor fikse bezuinigingen, juist op het beleid dat die problemen moet aanpakken. Het constante gerinkel met champagneglazen van bestuurders, ambtenaren én media van deze stad begint daarom gênant te worden.

Eerst dat kritische geluid. Alleen in de stad van het ultieme second city syndrome kan een particulier tijdschrift zoals Gers! ontstaan, dat zo’n positief geluid over de stad laat horen dat de gemeente het adopteert als officieel relatietijdschrift. Niemand leek deze actie van de gemeente vreemd te vinden.

De kersverse winnaar van de Rotterdamse Persprijs is een website over eten. De prijs komt De Buik van Rotterdam best toe, maar is dit werkelijk het summum van journalistiek dat de stad momenteel rijk is? Op De Buik is vrijwel ieder artikel een jubelstuk. Daar naar gevraagd bij de uitreiking van de prijs zei een van de initiatiefnemers: „Wij schiften bij voorbaat al wat goed en slecht is, vandaar dat we louter positief zijn.” Ah, vandaar. Tja.

Erger is dat ook de gemeente voorgaat in de polonaise. Zoek op twitter voor de lol eens op #rotterdam en #wearerotterdam – de ambtenaren en bewindslieden buitelen over elkaar in het bewieroken van deze fan-tas-ti-sche stad. Het collegeakkoord #Kendoe (hashtag incluis!) begint ook met de vaststelling dat Rotterdam goed bezig is.

Op opiniesite Vers Beton liet ik in een column een anonieme ambtenaar aan het woord. Hij uitte zijn ongenoegen over bovenstaande zaken. Nog geen uur na publicatie had ik liefst twee wethouders in mijn inbox, die persoonlijk even wilde stellen dat deze persoon het niet bij het juiste eind had.

Rotterdam mag dan wel de prijzen aan elkaar rijgen, de problemen stapelen zich op. De bijstand is nauwelijks meer hanteerbaar. Toch wordt hier op bezuinigd. De Rotterdamse Rekenkamer, de Rotterdamse Ombudsman én hoogleraar economie Robert Dur van de Erasmus Universiteit hebben los van elkaar hier al grote vraagtekens bij gezet. Ook de Pauluskerk is zeer bezorgd over de armoedeaanpak. Bij de kerk merken ze een grote toename in de vraag om hulp van Rotterdammers. Steffart Buijs, van de Pauluskerk-organisatie: „De gemeente zegt: zoek het zelf maar uit.”

Deze problematiek speelt zich geenszins aan de onderkant van de samenleving af. Een bevriend stel van mij, jonge dertigers en ouders van twee kinderen, kunnen ook nauwelijks aan hun lasten voldoen. Beiden werken, in de zorg en de kunsten. Een van hen is tijdelijk uit de running door ziekte. Omdat ze getrouwd zijn heeft deze persoon geen recht op bijstand. Ook is er geen tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang van deze mensen – juist de personen van wie je zou verwachten dat ze kunnen profiteren van het ‘hippe’ Rotterdam. Het tegendeel is waar. De lijstjes zijn alleen goed voor toerisme. De gewone Rotterdammer heeft er niets aan.

Hier volgt een oproep: Rotterdam, stop met felle marketing bedrijven en pak de problemen aan die zo talrijk zijn. Zeker nu gemeenten vanaf 2015 zélf de zorg moeten gaan regelen. Wie voor de bühne champagne blijft kantelen, of de MTV Awards probeert binnen te halen – die is het equivalent van het strijkorkest van de Titanic. Het is dansen op de vulkaan.