Turken zien zich vaker als voorbeeld

Hoe gaat het nu tussen Turkije en Europa? Het is al heel lang de bedoeling dat Turkije ooit bij de Europese Unie komt. Gesprekken daarover begonnen eind jaren vijftig. Turkije is officieel kandidaat-lidstaat sinds 1999.

Vroeger vonden Turken EU-lidmaatschap heel belangrijk. Ze wilden graag bij Europa horen. Dat was niet alleen economisch van belang, het was ook een prestigekwestie. Maar de afgelopen jaren is de belangstelling aanmerkelijk geluwd. Uit peilingen blijkt dat inmiddels tweederde van de Turken niet bij de EU hoeft.

Dat komt mede doordat Turken het gevoel hebben dat de EU hen er toch niet bij wil. Trotse Turken laten merken dat ze de EU helemaal niet nodig hebben. Graag of niet.

De meeste Turken vinden het tegelijk wel belangrijk dat de visumplicht voor de Schengenzone voor Turken wordt afgeschaft. De visumprocedure duurt weken en is lastig, zelfs als ze alleen even op bezoek willen bij familie. Veel Turken hebben familie binnen de EU. De uitkomsten van de stemmingen bij het Eurovisiesongfestival getuigden daar altijd van. Turkije profiteerde dan van de vele Turken buiten Turkije die op de Turkse kandidaat stemden.

De afnemende belangstelling voor EU-lidmaatschap loopt parallel met groeiend Turks zelfvertrouwen en met het aan de macht komen van een zelfbewuste conservatieve islamitische regering in Turkije. De Turkse economie groeide, terwijl die van de meeste EU-lidstaten kromp.

In de Turkse hoofdstad Ankara wordt daarom steeds meer gedacht vanuit het idee dat Turkije zelf een centrum is waar andere landen zich op kunnen richten. Dat geldt voor landen in het Midden-Oosten en op de Balkan die vroeger deel uitmaakten van het grote Ottomaanse rijk, waarvan Istanbul de hoofdstad was. Het geldt ook voor etnisch Turkse minderheden in bijvoorbeeld delen van de voormalige Sovjet-Unie. En voor nieuwe Turkse minderheden, in landen van de EU.