Pro-Russisch is goed, maar wie betaalt de pensioenen?

Kiev draait de subsidiekraan dicht in de hoop de rebellen zo te verstikken. Moskou ziet dat als voorbode van de invasie.

Vernielde huizen in de Donbas Foto Reuters

Protest in de Donbas. In Jenakijevo, de geboorteplaats van de voortvluchtige ex-president Viktor Janoekovitsj, zijn maandag (alleenstaande) moeders met hun kroost het gemeentehuis binnengedrongen. Ze eisten kinderbijslag. De burgemeester van Jenakijevo had beloofd dat die hulp maandag zou worden uitbetaald. Maar toen het maandag was, zei het gemeentehuis dat er geen geld was.

Humanitaire hulp uit Rusland kon de burgemeester wel leveren. Maar wanneer die hulp in natura zou komen, wist hij ook niet. Op dezelfde dag blokkeerden vrouwen in Torez, het stadje waar de MH17 neerstortte, een straat. Ook zij eisten kinderbijslag.

De reden voor dit sociale protest is simpel. Ook in de afgescheiden Donbas kan het achtergebleven volk niet bij pro-Russische ideeën alleen leven. Roepen om een onafhankelijke staat Novorossija, die zich bij Rusland wil aansluiten, levert geen brood op de plank. De oorlog heeft de plaatselijke kolen- en staalindustrie nagenoeg tot stilstand gebracht. In Loegansk draait nog maar 15 procent van de fabrieken en mijnen, zo berekende het Wiener Institut für Internationale Wirtschaftsvergleiche, en in Donetsk 60 procent.

Bovendien is de financiële infrastructuur in rebellengebied in elkaar gestort. In Donetsk is het filiaal van de Russische Spaarbank aan de Bogdan Chmelnitsky-boulevard de enige plek waar burgers nog contant geld kunnen opnemen. Volgens de lokale nieuwssite Novosti Donbassa stonden er gisteren duizend mensen in de rij.

Er is ook een politieke oorzaak. De oorlog in Oekraïne draait ook om een basale financiële vraag: wie krijgt geld van wie? De rebellen moeten het hebben van donaties of confiscaties. Dat is geen stabiele basis voor een schatkist.

Intussen heeft de regering in Kiev haar betalingen aan het lokale bestuur gestaakt. In de Donbas zijn begin deze maand verkiezingen gehouden voor ‘volksraden’ van deze afgescheiden staten. Die verkiezingen waren in strijd met het akkoord dat Oekraïne, Rusland en de OVSE op 5 september in Minsk sloten. Daarom heeft Kiev de eerder aangenomen decentralisatiewet ingetrokken en is ze gestopt met de overboekingen naar de oostelijke provincies. Dit pensioengeld zou toch niet terecht komen bij de bejaarden maar bij de rebellen. Zo zou de Oekraïense staat met belastinggeld de pro-Russische opstand tegen zichzelf financieren, is het argument van Kiev.

Maar het neemt zo wel een risico. De Oekraïense regering kan met deze ‘verstikkingstactiek’ het volk in de Donbas namelijk ook verder tegen zich in het harnas jagen. In de kolen- en mijnstreek, waar nostalgie naar de oude en glorieuze Sovjettijd sterk leeft, voelt de arbeidersklasse zich toch al vernederd door de westerse ‘kosmopolieten’ in Kiev. Dit isolement is afgelopen maanden versterkt door de vlucht van veel ondernemers en werknemers uit de dienstensector. Het dichtdraaien van de subsidiekraan illustreert in de ogen van veel achterblijvers in de Donbas dat Kiev het ooit zo trotse industriële oosten liever kwijt dan rijk is.

De Russische regering heeft daarop gisteren ook gezinspeeld. In de Staatsdoema zei minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken dat Oekraïne niet alleen uit is op het „economische en sociale verstikken van de regio”, maar dat president Petro Porosjenko zo ook een „voedingsbodem” wil creëren voor „een militaire invasie en een gewelddadige oplossing” in de Donbas.

Omgekeerd wil Moskou de lasten echter niet op zich nemen. Lavrov zei gisteren in de Doema niet dat Novorossija op erkenning kan rekenen. Rusland wil iets anders: namelijk de garantie dat Oekraïne zich niet bij de NAVO zal aansluiten.

Zoals Kiev de Donbas in zijn eigen sop wil laten gaar koken, zo gebruikt Moskou de Donbas als troefkaart.