Politie worstelt al jaren met opslag geheime informatie

Voor het opslaan en delen van dossiers is de politie niet afhankelijk van internet. Toch belandden ze op een website.

Het principe is simpel: elke beëdigde politiefunctionaris heeft toegang tot alle politiebestanden. Tenzij. Zo zijn bestanden van de de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) van de politie per definitie niet toegankelijk. Ook kan elk rechercheteam besluiten om gegevens over lopend onderzoek besloten te houden.

In de praktijk kan bijvoorbeeld een wijkagent daardoor in handhaving- en opsporingbestanden vaak alleen zien of er tegen iemand onderzoek loopt, maar kan hij niet de achterliggende dossiers lezen. En als een rechercheteam het niet wenselijk vindt dat andere collega’s weten dat er onderzoek loopt, kan zelfs alle informatie in besloten bestanden worden opgeslagen.

Gisteren berichtte deze krant over een veiligheidslek van de politie, waardoor tientallen vertrouwelijke documenten uit die categorie op straat zijn komen te liggen. Het gaat om politieonderzoeken naar moordzaken, overvallen, criminele organisaties en jihadverdachten. De gevoelige informatie stond op een onbeveiligd deel van de website van een freelance -boekhouder, en was vindbaar via zoekmachine Google. Een familielid, dat systeembeheerder is bij de politie, heeft het op die site geplaatst.

Het is onduidelijk waarom de systeembeheerder deze documenten online heeft gezet. Zijn intenties zijn onderwerp van het onderzoek door de rijksrecherche. Mogelijk heeft hij het voor rechercheurs eenvoudiger willen maken om dossiers te raadplegen. Een aanwijzing daarvoor is een overzichtspagina met links naar onder meer werkroosters en dossiers.

Vóór de vorming van de Nationale Politie had elk politiekorps zijn eigen datasysteem en was het in de praktijk ingewikkeld om toegang te krijgen tot bestanden van andere korpsen. Nu is er wel een landelijk databestand. Daarvoor heeft de politie een eigen glasvezelkabel laten inrichten. Rechercheurs, CIE’ers en andere politiefunctionarissen zijn voor hun interne communicatie dus niet afhankelijk van het internet.

Gisteren was de verbazing in recherchekringen groot toen deze krant publiceerde over dat veiligheidslek. Een politieman vatte het nieuws samen als „onbegrijpelijk”.

Het is niet zo uitzonderlijk dat een systeembeheerder toegang tot vertrouwelijke dossiers heeft. Rechercheteams kunnen ondersteund worden door dossierbewerkers. Die kunnen dan inzage hebben. „Maar dan gaat het wel om beëdigde functionarissen die ook een uitgebreid veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.” Iedere politiefunctionaris heeft achter zijn naam een autorisatiecode. Die verschilt per persoon en functie.

ICT is al jarenlang een achilleshiel bij de politie. De datasystemen van de individuele politiekorpsen waren zo ingewikkeld dat rechercheurs grote moeite hadden om informatie erin op te slaan. Met de komst van een groot systeem zou dat veranderen. Maar deze maand publiceerde NOS Journaal onderzoeken waaruit blijkt dat de ICT-ondersteuning nog niet deugt. De systemen zijn vaak zo complex dat informatie soms onjuist is. ICT-directeur Aad Meijboom, oud-politiechef van Rotterdam, stapte naar aanleiding van dat onderzoek op. Er werken circa 1.500 ICT’ers bij de politie.

De Tweede Kamer heeft om opheldering gevraagd bij minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD), die gisteren zei zich te zijn „rot geschrokken”. De minister moet de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van volgende week schriftelijk informeren.