Ook mensen die zich niet verzetten werden gedood

Nieuw onderzoek naar de Molukse treinkaping levert weer nieuwe feiten op. Voor de regering is de kous hiermee af, voor nabestaanden niet.

Op 23 mei 1977 gijzelden Molukse jongeren een lagere school in Bovensmilde en een trein tussen Assen en Groningen, vlakbij De Punt. Foto ANP

Kan nu, zoals minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) opperde, „eindelijk het hoofdstuk langzaamaan gesloten worden?” Wordt er een punt gezet achter De Punt?

Gisteren presenteerde Hennis samen met minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD) het archiefonderzoek dat zij hebben laten doen naar de Molukse treinkaping van 1977, waarbij zes gijzelnemers en twee gegijzelden werden doodgeschoten. De Tweede Kamer had daarom gevraagd na journalistieke berichten dat de gijzelnemers doelbewust waren „geëxecuteerd” door een „regen van kogels”.

1. Wat staat er voor nieuws in het rapport?

Vier van de zes gedode gijzelnemers schoten niet op de mariniers die op 11 juni 1977 de gekaapte trein bestormden. De enige vrouwelijke kaper was helemaal niet bewapend en wat betreft de andere drie zijn er „geen aanwijzingen” dat ze zich met hun wapens hebben verzet. Sommigen lagen op de grond terwijl ze werden doodgeschoten.

Dat staat haaks op de uitspraak van verantwoordelijk minister van Justitie Dries van Agt destijds dat „mariniers in de trein geen schot gelost hebben op een gijzelnemer die zich niet door middel van een vuurwapen verzette”. Wat Van Agt zei, was dus niet waar, maar de ambtelijke onderzoekers hebben niet kunnen vaststellen of hij loog of niet beter wist.

In zijn verdediging zei minister Hennis dat de opdracht waarmee mariniers, na gerichte beschietingen op de trein van buitenaf, de kapers tegemoet traden, niet verbood om op ongewapende gijzelnemers te schieten. Alleen wanneer zij zich „duidelijk waarneembaar hadden overgegeven” moest geen geweld meer worden gebruikt.

2. Wat wisten we al?

Op 23 mei 1977 gijzelden Molukse jongeren een lagere school in Bovensmilde en een trein tussen Assen en Groningen, vlakbij De Punt. Na bijna drie weken werd een eind aan die gijzelingsacties gemaakt. Daarbij kwamen in de trein zes gijzelnemers en twee gegijzelden om het leven door militair vuur. Drie kapers werden gearresteerd en 49 gegijzelden bevrijd.

Destijds kwam niet alle informatie over de operatie naar buiten. Mede vanwege angst voor volgende gijzelingen of terreur. Het kabinet wilde de vijand niet wijzer maken dan die al was.

3. Hoe wordt er over de actie geoordeeld?

Hoewel toenmalig premier Joop den Uyl tien jaar na de beëindiging van de kaping sprak van een „executie” heeft de regering dat altijd ontkent. Ook na dit onderzoek blijft dat de officiële vaststelling. „Het doel van het plan was de bevrijding en bescherming van de gegijzelde passagiers in de trein. De consequentie dat waarschijnlijk alle gijzelnemers zouden omkomen, werd aanvaard”, schrijven de bewindslieden. Geen executie dus.

Volgens het kabinet zijn bovendien „geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen waaruit blijkt dat het besluit tot ingrijpen destijds onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest”. En de militairen handelden binnen hun opdracht.

4. Wordt de kwestie hiermee na 37 jaar dan afgesloten?

Voor de regering lijkt de kous hiermee af, maar voor de nabestaanden zeker niet. De vader van de vrouwelijke gegijzelde die per ongeluk werd doodgeschoten, is ontevreden. „Uiteindelijk is het nog steeds zo dat mijn dochter in de trein is gestapt en er dood weer is uitgekomen en daar heeft nog steeds niemand verantwoordelijkheid voor genomen of excuses voor gemaakt”, zegt Karel Monsjou.

Ook in de Molukse gemeenschap is „heel teleurgesteld” gereageerd. Het beeld dat de Nederlandse overheid buitensporig veel geweld heeft gebruikt, is niet veranderd. Molukse organisaties vinden het onverteerbaar dat het onderzoek alleen op basis van archiefmateriaal bij de betrokken ministeries is gedaan. Zij roepen op tot een parlementaire enquête.

De advocaat die namens Molukse nabestaanden de Staat heeft aangeklaagd, is wel tevreden met het rapport. „Hun conclusies zijn anders, maar de feiten uit het onderzoek onderschrijven wat wij hebben gezegd”, zegt Zegveld. „Er zijn mensen van dichtbij beschoten die geen verzet boden. Dat zijn gewoon executies. Het is ronduit schokkend.”