Met zo’n handelsverdrag geeft de Kamer alles weg

De dreiging van megaboetes beperkt de vrijheid van wetgevers, vinden Hilde van der Pas, Geert Ritsema, Roeline Knottnerus en Burghard Ilge.

Drie topadvocaten die voortaan beslissen of buitenlandse bedrijven in een natuurgebied naar schaliegas mogen boren of hoe we onze gezondheidszorg inrichten. Dat is een mogelijk gevolg van een handelsverdrag tussen de EU en Canada waar de Tweede Kamer vandaag en de EU Raad van Ministers morgen over overleggen.

Terwijl het debat over een handelsverdrag tussen de EU en de VS (TTIP) langzaam op gang begint te komen, dreigt het verdrag met Canada er in Nederland geruisloos via de achterdeur ingefietst te worden.

Hoe dat kan? In het verdrag met Canada is een controversiële clausule opgenomen, die buitenlandse bedrijven in staat stelt om landen rechtstreeks aan te klagen bij particuliere internationale tribunalen en daar compensatie te eisen voor wetgeving – bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid, het milieu en financiële stabiliteit – waarvan zij menen dat deze hun winsten aantasten.

In dergelijke geschillen tussen investeerders en staten wordt uitspraak gedaan door drie for profit particuliere arbiters die vaak de wet ten gunste van de investeerders interpreteren. Deze commerciële arbiters staan boven de nationale wet, kunnen democratisch besloten wetgeving terugdraaien en verdienen daar miljoenen aan. Niet voor niets loopt het aantal zaken de spuigaten uit de laatste jaren: van 38 claims in 1996 tot meer dan 500 zaken in 2013.

Canada’s ervaring met het handelsverdrag met de VS en Mexico (NAFTA) illustreert de gevaren van een dergelijke clausule: onder NAFTA is Canada al 35 keer aangeklaagd, waarbij het land tot nu toe schadevergoedingen heeft moeten uitkeren aan buitenlandse investeerders ter waarde van meer dan 171.500.000 Amerikaanse dollar. Alles bij elkaar hebben buitenlandse investeerders nog schadeclaims tegen de Canadese overheid uitstaan voor enkele miljarden dollars. Canada werd bijvoorbeeld aangeklaagd toen het een moratorium op het boren naar schaliegas aankondigde (Lone Pine vs. Canada). Het Nederlandse moratorium op schaliegaswinning komt door investeringsarbitrage in de nieuwe internationale handelsverdragen al ernstig onder druk te staan. Amerikaanse bedrijven zouden met het verdrag met Canada tevens Europese landen aan kunnen klagen, door middel van een dochteronderneming in Canada.

De arbitrageclausule is als parallel rechtsysteem overbodig. Het internationaal opererende bedrijfsleven is zeer goed in staat risico’s en te verwachten rendementen van investeringen in te schatten. Als de risico’s te groot worden geacht staan hen allerlei opties ter beschikking, zoals de gang naar reguliere rechtbanken en particuliere verzekeringen.

De weerstand tegen arbitrageclausules in het handelsverdrag neemt dan ook toe, zowel in Canada als de EU. Niet alleen onder maatschappelijk organisaties maar ook onder EU-lidstaten. In een reactie hierop zijn de Europese Commissie en de Canadese overheid een tegenoffensief begonnen om de gevaren van investeringsarbitrage te bagatelliseren. De „hervormingen” die vervolgens zijn aangekondigd om zorgen weg te nemen zijn slechts cosmetisch en zullen misbruik door investeerders en arbiters zeker niet voorkomen. Integendeel: het verdrag zal de reikwijdte van investeringsarbitrage aanzienlijk uitbreiden en de EU en Canada blootstellen aan ongekende en onvoorspelbare aansprakelijkheidsrisico’s.

Democratische besluitvorming staat door die arbitrage dus sterk onder druk. Zuid-Europese landen die op gezag van de EU hun beleid moesten aanpassen tijdens de economische crisis, zijn al aangeklaagd door investeerders die door dit beleid hun winst zagen dalen. Het is uiteindelijk de belastingbetaler die voor deze kosten op moet draaien.

Nederland is tot nu toe niet aangeklaagd onder een investeringsverdrag, maar door het verdrag met Canada wordt deze kans veel groter. Om over een handelsverdrag met de VS, die een nog grotere claimcultuur kennen, nog maar te zwijgen.

CETA is inmiddels uitonderhandeld, de inhoud van het verdrag kan dus niet meer veranderd worden, en kan worden gezien als een blauwdruk voor het verdrag met de VS, dat inmiddels redelijk wat aandacht geniet van Nederlandse politici en journalisten.

Tientallen organisaties en vakbonden uit Europa en Canada lanceerden daarom gisteren het rapport ‘Trading away democracy’. Tweede Kamerleden hebben nu nog de kans tegen het verdrag te stemmen.

Wij roepen het Nederlandse parlement op om deze kans niet aan zich voorbij te laten gaan, voordat het te laat is en we vastzitten aan de investeringsbeschermingclause in verdragen met Canada en met de Verenigde Staten.