Mars was maar even warm genoeg om er water te laten stromen

Vulkaanuitbarstingen warmden Mars nu en dan op.

De warme, ‘natte’ perioden die de planeet Mars lang geleden doormaakte duurden maar kort. Ze waren het gevolg van vulkanische activiteit, waarbij zwaveldioxide – een broeikasgas – in de atmosfeer terechtkwam. Dat schreven aardwetenschappers uit Israël en de VS maandag in Nature Geoscience.

Mars is nu koud en droog, maar er zijn tal van aanwijzingen dat dit ruwweg 3,7 miljard jaar geleden anders was. Rond de evenaar van de planeet wemelt het van de opgedroogde rivierbeddingen en meren. Het moet er dus warm genoeg zijn geweest om water te laten stromen.

De grote vraag is waar die warmte vandaan kwam. Niet van de zon, want die gaf destijds juist minder licht en warmte dan nu. Daarom wordt de oorzaak van de warmte doorgaans gezocht bij de vulkanische processen die zich op de toen nog jonge planeet Mars afspeelden.

Bij vulkaanuitbarstingen komt veel waterdamp en koolstofdioxidegas vrij. Het lag voor de hand dat dit – via het broeikaseffect – de oorzaak is geweest van de opwarming van Mars. Klimaatmodellen laten echter zien dat er méér nodig was om een warm en nat klimaat in stand te houden.

Bij hun nieuwe onderzoek zoeken Itay Halevy en James Head de verklaring bij de zwavel die bij vulkanische activiteit vrijkomt. Op aarde leidt grootschalig vulkanisme doorgaans tot afkoeling, doordat zwavelzuurhoudende deeltjes en asdeeltjes zonlicht weerkaatsen. Maar de simulaties van Halevy en Head tonen dat zwavelzuurdeeltjes in de stofrijke Marsatmosfeer minder zonlicht reflecteren.

Daarbij zou het vrijkomende zwaveldioxidegas de broeikaswerking net genoeg hebben versterkt om het gebied rond de evenaar van Mars op te warmen. Volgens de aardwetenschappers was die opwarming wel steeds van tijdelijke aard: de perioden dat het warm genoeg was om sneeuw en ijs te doen smelten duurden slechts enkele tientallen of honderden jaren. De rest van de tijd was Mars gewoon ijskoud.