Iran snakt naar einde aan sancties

Maandag moeten het Westen en Teheran een nucleaire deal sluiten. De Iraniërs willen een betere toekomst.

Tapijtverkoper in Iran. Door de westerse sancties liggen in Iraanse winkels vaak alleen lokale producten. Veel Iraniërs hopen dat maandag een nucleair akoord rondkomt opdat de economie weer lucht krijgt. Foto AFP

Zoals zoveel Iraniërs heeft Giti Heydarian het gevoel dat haar leven op een kruispunt is beland, nu onderhandelaars in Wenen proberen een nucleaire deal te sluiten. „Het is simpel”, zegt ze. „Na een akkoord komt er meer vrijheid en krijg ik meer te besteden. Anders blijf ik lijden onder sancties en oorlogsdreiging.”

Maandag moet er duidelijkheid komen voor 75 miljoen Iraniërs. Dan beslist de internationale gemeenschap onder leiding van de VS, na een jaar overleg, of er een akkoord komt over het Iraanse uraniumverrijkingsprogramma. Het Westen meent dat het dient om een kernbom te maken. Teheran zegt dat het vreedzaam is.

President Hassan Rouhani wil de verstikkende sancties tegen zijn land ongedaan maken. De werkloosheid is torenhoog, een rijke bovenlaag heeft zich verrijkt dankzij de sancties, en de bevolking is het radicalisme van de staat meer dan beu. Tegelijkertijd is de schatkist leeg. Iran kan vanwege de sancties maar de helft van zijn olieproductie verkopen en de olieprijs is ook nog eens met 25 procent gedaald, van rond de 100 euro per vat in de zomer naar rond de 75 euro nu.

„Als er geen overeenkomst komt, wat voor toekomst hebben we dan?”, vraagt Heydarian, 31 jaar en lerares. „Ik kan die voortdurende onzekerheid niet meer aan. De overeenkomst komt er, het kan niet anders.”

De druk op de regering groeit. „De olieprijzen zullen verder dalen, terwijl de regering nu al grote financiële tekorten heeft”, zegt Jamshid Edalatian van de kamer van koophandel in Teheran. „We hebben deze deal nodig, anders gaan we zware tijden tegemoet.”

De geldnood kan dwingen tot impopulaire maatregelen, zoals het afschaffen van een subsidie van rond de 10 euro die bijna alle Iraniërs maandelijks ontvangen, en die ze als grondrecht zien. De regering heeft gezegd dat prijzen van gas, water en licht omhoog zullen gaan.

In Teheran is daar weinig van te merken. De schappen van supermarkten liggen vol, vaak met lokale producten. Billboards voor de nieuwe iPhone staan langs de snelwegen en de media berichten dagelijks over de geweldige buitenlandse interesse in de onderontwikkelde Iraanse markt.

Zo wordt door de overheid dagelijks hoop geïnjecteerd in de samenleving. Wat er maandag ook gebeurt, volgens minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Zarif wordt het in ieder geval een dag van ‘nationale victorie’.

„We hebben al gewonnen in de nucleaire gesprekken”, zei Rouhani onlangs met een brede glimlach op staatstelevisie, „en als God het wil zullen we ook overwinnen op allerlei andere terreinen.” Dit optimisme is aanstekelijk. „Onze leiders herhalen avond aan avond dat alles goed komt”, zegt consultant Mohammad Heydarian [geen familie van Giti]. „Ik heb vertrouwen in de goede afloop.”

In Bahram’s kapperszaak nabij Teheran’s drukke Keshavarz-boulevard zijn alle vijf stoelen leeg. De 25-jarige Isa, die zijn achternaam niet wil geven is daarom maar, de samovar, een traditionele theepot, aan het poetsen. Boven in een hoek staat de staatstelevisie aan zonder geluid en Isa zingt een lied over harten gevuld met liefde. Hij koos voor Rouhani, zegt hij, omdat hij geen hardliner was. „Ik geloof in zijn beloftes”, zegt de kapper, „vooral omdat ik niet aan de realiteit wil denken.”

Sommige Iraniërs maken zich zorgen over wat er gebeurt als de deal uitblijft. „Misschien komen er protesten”, zegt Hamid Reza Jalaeipour, een socioloog en hervormingsgezinde oud-politicus. Maar ook hij heeft vertrouwen. „De Iraniërs zijn als koperplaat, ze kunnen gebogen worden, maar vallen nooit uit elkaar.”

De regering benadrukt gretig elk economische succesje. De inflatie is van 40 naar 25 procent gedaald, de val van de nationale munt is gestopt. Er zou een groei zijn van 10 procent – meer dan in China. „Ik weet niet veel over economie”, zegt Mahin Ranjbaran (37) die wat bijverdient met afwassen in een restaurant. „Mijn man en ik wonen met onze twee kinderen bij mijn ouders, en nog steeds kunnen we onze rekeningen niet betalen. Dat is mijn maatstaf voor hoe goed het gaat.”