Inbreuk privacy blijft kwalijk

Waarom doet een crimineel zijn telefoon uit als hij op het slechte pad is? Omdat in Europa alle providers wettelijk verplicht zijn een jaar lang te onthouden wie er met wie, vanaf welke locatie en hoe lang telefoneerde. Die zogeheten bewaarplicht geldt ook het internetverkeer; iedere zoekopdracht, ieder sitebezoek wordt een half jaar opgeborgen.

Onder voorwaarden mag justitie de opbrengst van dit enorme digitale sleepnet raadplegen. Zo kunnen tot een jaar na het delict nog verdachten die in de buurt waren, worden opgespoord. Of tot een half jaar na websitebezoek namen en IP-adressen van kinderpornogebruikers teruggevonden worden. Mits die natuurlijk zo vriendelijk waren geen voorzorgsmaatregelen te nemen.

Het is dan ook geen wonder dat het kabinet deze bewaarplicht van telecomgegevens niet uit handen wil geven. Toch was dat de logische consequentie van het arrest van het EU Hof in Luxemburg waarmee in april de onderliggende EU dataretentie-richtlijn werd vernietigd, wegens vergaande inbreuk op de grondrechten.

Hoofdargument was dat een zo vergaande inbreuk op ieders privéleven alleen mogelijk moet zijn als het strikt noodzakelijk is. Dat is nooit aangetoond. Het Hof eiste een duidelijk verband tussen het gedrag van een persoon en de opslag van diens telecomgegevens. Of zoals de Raad van State later vaststelde: er moet „duidelijk en precies zijn omschreven welke categorieën gegevens, van welke elektronische communicatiemiddelen, van welke personen strikt noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of vervolgen van ernstige criminaliteit”. En dan moeten er ook aanwijzingen bestaan voor een verband tussen het gedrag van die persoon en zware criminaliteit. Zo ongeveer het tegenovergestelde van een database die automatisch volloopt met de verkeersgegevens van heel Nederland, waarna achteraf wordt vastgesteld wie er verdacht kan zijn.

Toch houdt het kabinet vast aan die benadering. Wel komen er extra garanties en waarborgen voor het bewaren en het verlenen van toegang, die voldoende zouden zijn om de privacybezwaren te ‘matigen’. De rechter-commissaris moet voortaan tevoren toestemming geven. Bij verdenking van delicten waarop acht jaar of minder staat, mag een half jaar worden teruggekeken. Bij acht jaar of meer mag een heel jaar bellen of gebeld worden teruggehaald.

Op zichzelf zijn dat verbeteringen. Maar het valt te betwijfelen of dit voorstel nu wél voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. Het kabinet houdt vast aan het uitgangspunt van de massasurveillance. Ieders digitale leven wordt onthouden en beschouwd als waardevol toekomstig onderzoeksmateriaal. Dat zit fundamenteel fout.