Immigrant hoeft onze waarden niet te delen

Eigenlijk is het de schuld van Paul Scheffer. De kracht van zijn spraakmakende stuk over de falende integratie van immigranten, het Multiculturele Drama, tien jaar geleden, was dat een linkse intellectueel zijn eigen partij, de PvdA, confronteerde met haar bangelijke houding ten opzichte van immigratie en haar visie met de diepgang van een Coca Cola-commercial. Maar Scheffers betoog had ook een spijtige bijwerking. Scheffer stelde in dat stuk vooral de koudwatervrees van de Nederlandse elite voor ‘suspecte’ zaken als culturele waarden en nationale identiteit aan de kaak, en hoe die houding in het immigratiebeleid doorwerkte als het wegkopen van problemen. Ja, dat was een beetje laf van ons, en ja, sinds de Tweede Wereldoorlog zat de angst voor etnisch-culturele confrontatie er flink in, en ja, het werd misschien tijd om die thema’s weer bespreekbaar te maken, maar wat Scheffer miskende, en zijn partij ook nu nog, was dat de economie altijd eerst komt.

Uitgangspunt van het Nederlandse minderhedenbeleid was decennialang: ‘integratie met behoud van culturele identiteit’. Of zoals deskundigen het tegenwoordig noemen: bridging door bonding. In de praktijk was alles gericht op die bonding, dan kwam de bridging misschien ooit vanzelf.

Toen de ‘gastarbeiders’ na gedane arbeid niet naar huis gingen, werden ze onder het motto ‘jij niet goed praten, jij uitkering’ naar het koffiehuis gestuurd. Welzijnsgestuurde segregatie. Probleem opgelost. Maar wat is het echte probleem, wat er in die koffiehuizen allemaal gezégd wordt, of dat ze er zítten? De Indische Nederlanders, de Chinese Nederlanders, de Vietnamese Nederlanders en andere immigrantengroepen, waarom horen wij daar zo zelden slechte berichten over? Omdat ze economisch redzaam zijn. Wie een mooie baan of een leuk winkeltje heeft, past wel op voor trammelant. Hebben zij al onze ‘waarden’ omarmd? Nee, maar wat zou het? Een immigrant moet niet Nederlands leren omdat hij dan Sinterklaasgedichten kan schrijven, maar omdat hij dan op het postkantoor kan werken.

Het Multiculturele Drama was geen cultureel verraad aan onszelf, zoals Scheffer stelde, maar een sociaal verraad aan hén. Mackie Messer leerde het ons reeds, en het is merkwaardig dat politici het zo makkelijk vergeten: eerst komt het eten en dan komt de moraal. Een linkse minister van Sociale Zaken belast met integratie zou dáár vol op moeten inzetten: werk, werk en nog eens werk. Investeren in arbeidsparticipatie en eindelijk afrekenen met de nog altijd aanzienlijke discriminatie van allochtonen op de arbeidsmarkt. In plaats daarvan begeeft hij zich op grondwettelijk drijfzand door zich te mengen in het beleid van religieuze organisaties die ‘de integratie niet bevorderen’, of zoiets vaags, terwijl zij daar niet eens voor zijn opgericht. In zijn hand een onderzoek dat hij volgens de auteurs verkeerd begrepen heeft (zie NRC Handelsblad van maandag jl.)

Wat zou Asscher bewegen?

Scheffers nadruk op cultureel zelfbewustzijn en verantwoordelijkheid was koren op de molen van conservatieve nationalisten als Geert Wilders, die de elite ook verwijt dat zij de nationale identiteit verkwanselen, zie de bekende PVV-plannen voor een moskeestop en een kopvoddentaks, of een wet waarin de RALkleur van de knecht van Sinterklaas wordt vastgelegd. Die schijnconsensus biedt de PvdA een alibi om te kiezen voor een lijn die zowel tegemoetkomt aan de Scheffer-analyse als aan het xenofobe evangelie van Wilders. Integratie zónder behoud van culturele identiteit. Een aantrekkelijke combinatie, die Lodewijk Asscher niet liet liggen. Terwijl hij dat, als hoeder van de grondwet én als sociaal-democraat, toch had moeten doen. Dat had zijn partij twee Kamerzetels gescheeld.