Hoe is het intussen met die nieuwssite van 250 miljoen?

Een jaar geleden trok eBay-miljardair Pierre Omidyar 250 miljoen dollar uit voor een veelbelovende nieuwssite. Glenn Greenwald (NSA-onthullingen) ging er werken. Hoe is het nu?

Glenn Greenwald, journalist bij The Intercept, aan het werk in Rio de Janeiro. Foto The New York Times

Wat die vlammetjes met een getal ernaast bij elk artikel van The Intercept precies betekenen? Glenn Greenwald, de belangrijkste journalist van de in februari gelanceerde nieuwssite, weet het niet. „Ik heb daar nog niet echt aandacht aan geschonken.”

The Intercept (‘de onderschepping’) is de nieuwssite waar Glenn Greenwald een jaar geleden naartoe vertrok. Hij was toen net wereldberoemd geworden, dankzij onthullingen in The Guardian over afluisterpraktijken bij de NSA die hij deed met hulp van klokkenluider Edward Snowden.

Kort na Greenwalds vertrek bij The Guardian werd bekend wie de nieuwe nieuwssite financierde: eBay-oprichter en miljardair Pierre Omidyar. Met een eigen nieuwsorganisatie, First Look Media, wilde Omidyar ‘doorsnee lezers’ transformeren tot ‘betrokken burgers’. De reden? Tot aan de NSA-onthullingen was hij Obama-aanhanger geweest. Nu wilde hij helpen met het blootleggen van wat overheden nog meer in het geniep doen.

En dat moest lukken, met Greenwald aan boord en een investering van 250 miljoen dollar. Ter vergelijking: voor datzelfde bedrag had Jeff Bezos een paar weken eerder The Washington Post gekocht, en daar werkten ruim zeshonderd journalisten.

Het waren grote plannen

Omidyars project was een start-up, maar dankzij het kapitaal en de mensen wel een bijzonder veelbelovende. The Intercept was de eerste site van First Look. Er zouden er snel meer volgen, die samen moesten komen op een ‘vlaggenschipsite’.

De vraag is, een jaar later, wat het heeft opgeleverd.

Omidyar had grote plannen. Greenwald zat nog steeds op een flinke stapel via Snowden verkregen NSA-documenten en nam twee gelijkgestemde journalisten mee: Laura Poitras, als documentairemaakster ook betrokken bij de Snowden-onthullingen. En de getalenteerde Jeremy Scahill van The Nation. Gedrieën begonnen ze met The Intercept, haastig gelanceerd om de stroom NSA-berichten niet te laten stokken. Op dag één schreef Greenwald dat Amerikaanse drones op mensen vuren die op basis van de simkaart in hun telefoon een doelwit zijn, zonder te verifiëren of die telefoon wel echt in handen is van een van de bad guys. Dat begon goed.

Kort daarna werd de tweede First Look-titel aangekondigd. Racket zou een satirische kijk op de politiek en de financiële wereld bieden. Omidyar zette ook daar een zwaargewicht op: Matt Taibbi, beroemd geworden met stukken voor tijdschrift Rolling Stone over de vuile praktijken van Wall Street.

Tot zo ver het goede nieuws.

Vorige maand verscheen een opvallend openhartig verslag van binnenuit op The Intercept, geplaatst door Greenwald, Poitras, Scahill en John Cook (toen hoofdredacteur, inmiddels opgestapt). Omidyar bemoeide zich in de eerste maanden overal mee. Hij voerde verplichte vergadermomenten in, legde de redactie zijn favoriete managementmethode op en hield soms zelfs persoonlijk de kleinste declaraties tegen.

Allemaal op afstand, vanuit zijn woonplaats Honolulu op Hawaii. Greenwald, die in Rio woont, heeft zijn suikeroom nog nooit ontmoet: „We hebben het allebei erg druk.” De andere journalisten ziet hij wel regelmatig, maar een fysieke redactie is er niet. „We zitten in verschillende steden, dus we communiceren via internet of de telefoon.”

Na die beginperiode verscheen er steeds minder nieuws op The Intercept, totdat de site in april zelfs helemaal stilviel, zonder uitleg. De toen net aangetrokken Cook verbrak de stilte na tien dagen met een update. Zijn boodschap: we moesten nu eenmaal snel iets lanceren voor de NSA-verhalen, maar eigenlijk zijn we nu pas aan het uitzoeken wie we zijn en wat we willen.

Omidyar vroeg zich ondertussen hetzelfde af. Bij de aankondiging was het slechts bij vage vergezichten gebleven: „bijdragen aan het algemeen belang”, „aan de journalistiek teruggeven wat verloren is gegaan”. Maar wat wilde hij nu écht? Deze zomer liet hij weten dat het bedrijf zich meer ging richten op ‘producten’ en minder op ‘content’.

Met andere woorden: The Intercept en Racket kregen er voorlopig geen broertjes of zusjes bij. Eerst wilde hij uitzoeken hoe er geld verdiend kon worden. First Look Media was in zijn ogen net zo goed een technologiebedrijf dat, bijvoorbeeld, privacysoftware kan ontwikkelen en verkopen. Het idee voor een vlaggenschipsite werd geschrapt: daar waren er bij nader inzien al genoeg van.

Al weg voor het eerste artikel

De wankelende start-up kreeg twee weken geleden een nieuwe klap toen Taibbi weer vertrok, zonder ooit een woord te hebben geschreven voor First Look. Hij lag constant in de clinch met Omidyar en andere leidinggevenden. Taibbi’s beoogde aftrapstuk, een zesduizend woorden tellende reconstructie van een schandaal bij de bank JPMorgan Chase, verscheen vorige week vrijdag in Rolling Stone.

Zonder hem is het onzeker wat er met de plannen voor Racket gebeurt, zodat de brede nieuwsorganisatie die Omidyar vorig jaar voor ogen had nog steeds niets meer is dan één nieuwssite, die ook nog eens vrijwel uitsluitend gebouwd is op het fundament van Greenwalds’ banden met Snowden.

Uiteraard is dat wel een stevig fundament. Via The Intercept ging de stroom NSA-onthullingen gestaag door. Je kunt je afvragen of die onthullingen niet evengoed zouden zijn gedaan als Greenwald bij The Guardian zou zijn gebleven.

Vermoedelijk hadden ze daar zelfs een groter publiek bereikt: slechts een handvol van de ruim tweehonderd artikelen die tot nu toe bij The Intercept verschenen, trok meer dan 125.000 lezers – het gemiddelde van een Youp van ’t Hek-column op nrc.nl.

Dat is waar die vlammetjes voor staan: pageviews. Vooralsnog laten betrekkelijk weinig ‘doorsnee lezers’ zich dus transformeren tot ‘betrokken burgers’ via First Look.

Een bij nader inzien toch erg bemoeizuchtige baas, collega's die met ruzie vertrekken en nog altijd geen verdienmodel. Wist Greenwald wel waar hij aan begon? „Natuurlijk”, zegt hij. „Maar een start-up beginnen is lastig. Ik had lekker veilig nog jaren bij The Guardian kunnen blijven met m’n columns, maar iets nieuws maken was en blijft heel spannend. Ook al wisten we allemaal dat het niet makkelijk zou zijn.”