Het Aha-moment

Als je een 15-jarige een dvd-recorder of ander technisch apparaat in handen geeft, heeft-ie vaak veel sneller door hoe je ’t moet gebruiken dan menig volwassene. Hoe goed je je als volwassene ook houdt aan het lezen van de gebruiksaanwijzing, en ook al maak je gebruik van een schat aan ervaring, niets lijkt te helpen die pubers te verslaan. Terwijl ze vaak zo moeilijk te interesseren zijn voor het kijken naar actualiteitenprogramma’s of het doen van hun huiswerk.

De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met het ‘aha-inzicht’, een belangrijk onderdeel van creativiteit. We lieten adolescenten en volwassenen opdrachten maken waarbij ze lucifers moesten verplaatsen om nieuwe figuren te maken. Adolescenten zagen gemiddeld genomen eerder de goede oplossing dan volwassenen; zij kwamen sneller tot het aha-moment.

We hebben vervolgens ook onderzocht welke hersengebieden actief werden bij dat aha-moment. De frontale cortex bleek een belangrijke rol te spelen. Het aantal zenuwcellen in de frontale cortex neemt toe vanaf de geboorte en piekt in de adolescentie, waarna de goede zenuwcellen blijven zitten en de overbodige zenuwcellen worden afgevoerd. Hierdoor gaat de frontale cortex steeds efficiënter werken.

Je kunt dit vergelijken met een bos zonder duidelijke wandelpaden. Naarmate het bos vaker door wandelaars wordt betreden, raken sommige paden steeds verder ingesleten.

Volwassenen gebruiken de frontale cortex als vierbaansweg bij het oplossen van problemen. Dat adolescenten zo’n moeite met planning hebben, komt mede door hun frontale cortex die nog werkt als een kronkelweg in het bos. Maar bij het aha-moment hebben juist zij de mogelijkheid nog af te slaan naar zijpaden. Om creatieve oplossingen te vinden, gebruiken zij de frontale cortex meer dan volwassenen.

Wat helpt beter: een vierbaans-cortex, of een kronkelwegen-cortex? In 90 procent van de gevallen is een volwassen brein behulpzamer. Maar voor circa 10 procent is het beter ‘out of the box’-oplossingen te bedenken, of gewoon iets te proberen zonder dat je een specifieke oplossing voor ogen hebt. Onze onderzoeken laten zien dat de hersenen van jongeren extra goed zijn uitgerust om creatieve oplossingen te bedenken voor alledaagse problemen.

Als adolescent moeten jongeren zich losmaken van hun ouders en zich snel kunnen aanpassen aan nieuwe situaties, zoals de overgang naar een nieuwe school, of het vormen van een vriendengroep. Hun hersenen zijn toegerust voor deze uitdagingen, wat dit tot een unieke periode voor zelfontplooiing maakt. Voor de ouders die zich zorgen maken over hoe jongeren hun toekomst plannen, is het goed te weten dat de vierbaanswegen daarna vanzelf wel volgen.