Gecontroleerd op doping bereiken ze remise

Magnus Carlsen en Vishy Anand spelen tweemaal remise: daaraan ging voor de Indiase uitdager een lijdensweg van vele uren vooraf

Bijna werd er maandag in de WK-match tussen Magnus Carlsen en Vishy Anand een record gebroken. De langste partij in een match om het wereldkampioenschap, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1886, werd in 1978 gespeeld door Anatoli Karpov en Viktor Kortchnoi. Die partij had 124 zetten en duurde ongeveer twaalf uur, verspreid over drie dagen. Carlsen en Anand kwamen tot 122 zetten en hadden er maar iets meer dan zes uur voor nodig. Het speeltempo lag vroeger een stuk lager.

Voor Anand betekende het zes uur lijden, maar aan het eind sleepte hij de remise uit het vuur. De partij van dinsdag werd ook remise, op een veel minder opwindende manier. Na acht van de twaalf partijen staat Carlsen met 4,5-3,5 voor.

Over die achtste partij van dinsdag valt niet veel te vertellen. Voor de partij begon had Carlsens secondant, de Deen Peter Heine Nielsen, tegen de Noorse televisie gezegd dat ze een leuk idee in de opening hadden bedacht. Dat was ook zo, maar het leuke idee bleek bedoeld te zijn om een saaie stelling op het bord te krijgen en Carlsen, die zwart had, aan een makkelijke remise te helpen. Anand probeerde wel wat, maar Carlsen, die er af en toe uitzag alsof hij aan het bord in slaap was gevallen, had als hij weer ontwaakte voor de hele partij maar veertig minuten bedenktijd nodig om de gevaren op afstand te houden.

Daarna moesten ze aantreden voor de dopingcontrole. Dat gebeurt bij iedere WK-match en iedereen in de schaakwereld vindt dat het flauwekul is. Het wordt aanvaard omdat het voor subsidiestromen in veel landen belangrijk is dat schaken als een echte sport wordt beschouwd, en bij een echte sport hoort dopingcontrole.

Nu leek het er – ongetwijfeld ten onrechte – wel op alsof Carlsen, die aan het bord dan weer naar links en dan weer naar rechts wegdoezelde, inderdaad zwaar onder de drugs zat. Zijn manager zei dat het kwam doordat hij tegen zijn gewoonte in al voor twaalf uur ’s ochtends was opgestaan, om de opening voor te bereiden.

De dag daarvoor was een groots gevecht geleverd. Anand had zich met zwart verdedigd met de openingsvariant die door zijn soliditeit de Berlijnse Muur wordt genoemd, maar hij werd door Carlsen toch zo in het nauw gebracht dat hij zich gedwongen voelde om een stuk te offeren. Het eindspel dat toen ontstond was moeilijk te beoordelen. Kasparov twitterde na afloop dat hij het idee had dat Carlsen kansen had gemist.

Na 104 zetten had Carlsen toren en paard tegen toren, wat duidelijk remise is. Maar de Nederlandse schaakgrootmeester Erwin l’ Ami twitterde toen: „Iedere keer als dit eindspel in een elitetoernooi voorkomt en de commentatoren zeggen dat het remise is, is er iemand die zegt: wacht even, Carlsen heeft dit wel gewonnen tegen...” Tegen hemzelf, bedoelde L’Ami, in het Tata Steel toernooi van 2011. Garri Kasparov heeft het ook eens gewonnen van Judit Polgar, maar Anand hield stand.

Carlsen - Anand, zevende partij

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. 0-0 Pxe4 5. d4 Pd6 6. Lxc6 dxc6 7. dxe5 Pf5 8. Dxd8+ Kxd8 9. h3 Ke8 10. Pc3 h5 11. Lf4 Le7 12. Tad1 Le6 13. Pg5 Th6 14. g3 Lxg5 15. Lxg5 Tg6 16. h4 f6 17. exf6 gxf6 18. Lf4 Pxh4 19. f3 Td8 20. Kf2 Txd1 21. Pxd1 Pf5 22. Th1 Lxa2 23. Txh5 Le6 24. g4 Pd6 25. Th7 In Giri-Radjabov, een paar weken geleden in Tasjkent, deed zwart 25...f5 en hij bereikte remise. 25...Pf7 26. Pe3 Kd8 27. Pf5 c5 28. Pg3 Pe5 29. Th8+ Tg8 30. Lxe5 fxe5 31. Th5

Zie diagram boven

Wit staat beter, want zijn pionnen op de koningsvleugel zijn gevaarlijker dan die van zwart aan de andere kant. 31...Lxg4 Anand hakt de knoop door met een stukoffer. 32. fxg4 Txg4 33. Txe5 b6 Met toren, paard en twee pionnen tegen toren en vier pionnen heeft wit kansen, maar in het vervolg kon Carlsen geen serieus winstplan vinden. Hij won de vier pionnen van Anand, maar verloor zijn eigen pionnen, waardoor op de 104de zet het eindspel van toren en paard tegen toren werd bereikt, dat 18 zetten later remise werd gegeven.