Expositie van Tino Sehgal is briljante zet van het Stedelijk

Kun je verliefd zijn op het oeuvre van een kunstenaar? Kun je vlinders in je buik krijgen van een tentoonstelling, of nog dagen nagloeien van een samenzijn met een kunstwerk? Als dat kan, dan heb ik al jaren heimelijk een oogje op het werk van de Duits-Britse kunstenaar Tino Sehgal (1976). Tot in detail kan ik me de dag herinneren dat ik zijn werk voor het eerst tegenkwam: 9 juni 2005 op de Biënnale van Venetië. En ook de ontmoetingen daarna, op tentoonstellingen in Berlijn, Kassel, Amsterdam, Derry en New York, staan in mijn geheugen gegrift.

Ik zeg ontmoetingen omdat het werk van Sehgal niet bestaat uit verf op doek of inkt op papier. Zijn hele oeuvre is gebaseerd op handelingen van mensen. In Venetië waren het bijvoorbeeld de suppoosten in het Duitse paviljoen die vrolijk zingend en dansend om de biënnalebezoekers heen dartelden. Op de Berlijn Biënnale van 2006 waren het twee dansers die in slowmotion een vrijpartij uitvoerden op het versleten parket van een vervallen danszaal. Als je goed keek, herkende je in hun poses beroemde kunsthistorische kussen – van Auguste Rodin, Gustav Klimt en Jeff Koons.

Het mooie van Sehgals beelden is dat ze alleen in de herinnering bestaan. De kunstenaar documenteert zijn werk nooit, maakt geen catalogi, stelt zelfs geen contracten op bij aankopen. De choreografieën die aan zijn kunstwerken ten grondslag liggen – Sehgal werd opgeleid als danser – draagt hij mondeling over op de mensen die ze moeten uitvoeren. Wie op Google zoekt op afbeeldingen van zijn werk, zal alleen wat illegale, onscherpe kiekjes van museumbezoekers vinden. Zo onttrekt de kunstenaar zich aan alle wetten van de kunstmarkt. Zijn beelden zijn geen verhandelbare objecten, maar ervaringen. Je had erbij moeten zijn.

Wat een geweldig nieuws was het dus toen Beatrix Ruf, sinds 1 november officieel de directeur van het Stedelijk Museum, vorige week aankondigde dat haar eerste tentoonstelling een overzicht van het werk van Tino Sehgal zal zijn. Het retrospectief, Sehgals eerste, zal het hele jaar 2015 in beslag nemen. Iedere maand wordt er een ander werk getoond in een andere zaal van het museum. Dat is best een radicaal plan: ieder uur dat het Stedelijk in 2015 geopend is, zullen er namens Sehgal vertolkers van zijn kunstwerken aanwezig zijn. Soms zullen het subtiele ingrepen zijn – een gesprekje dat een performer met een bezoeker aangaat. Soms ook zullen het massale flashmobs zijn waaraan tientallen figuranten meedoen, zoals op Sehgals tentoonstelling in 2012 in de Turbine Hall van Tate Modern.

Het is een briljante zet van het Stedelijk. Omdat het werk van Sehgal zo mooi aansluit bij de traditie van conceptuele kunst die het museum zo beroemd heeft gemaakt. Omdat het weer leven in de brouwerij zal gaan schoppen. En omdat het bezoekers zal aansporen om iedere maand terug te komen. Want wie ooit door een werk van Sehgal verleid is, zal er altijd een zwak voor houden.