Een lange weg naar liedjes

Vandaag begint het festival Le Guess Who? in Utrecht. Daar staat ook de band Greylag, die vier jaar puzzelde aan zijn debuutalbum, vol nummers van uitgesteld verlangen. En nu is de zanger net bestolen van zijn materiaal.

De dag voor het bezoek aan Amsterdam is Andrew Stonestreet, zanger/gitarist van de Amerikaanse band Greylag, bestolen. Op het station van Brussel keek hij even de andere kant op, en zijn rugzak met paspoort, portemonnee en tickets was weg. Maar erger dan de reisspullen is het verlies van zijn dagboek met ideeën voor liedjes, die hij de afgelopen zes maanden had opgetekend.

Stonestreet kijkt in zijn koffie. „Allemaal materiaal voor de volgende cd.” Bassist/arrangeur Daniel Dixon zegt: „Het kan ook positief zijn dat je nu opnieuw begint, zonder oude bagage.” Stonestreet kijkt op. „Ja, jij hebt makkelijk praten, jij hebt alles nog.” Dixon: „Het zal nu misschien langer duren voordat er nieuwe nummers verschijnen. We zijn langzame werkers.”

Ze vertellen hoe ze vier jaar hebben gepuzzeld aan hun pas verschenen, titelloze debuut-cd. Samen met drummer Brady Swan schaafden ze aan het negental nummers, dat zich uiteindelijk laat beluisteren als een eerbetoon aan gitaar en zang. Die worden hier met allerlei nuance ten gehore gebracht: de gitaar klinkt akoestisch, elektrisch of als pedal steel; Stonestreets verlangende stem galmt eenzaam tussen de instrumenten, of wordt omhuld door een koor van gelijkgestemden. De liedjes zijn een fijngevoelige variant op rock en country, die soms uitdijt tot een wijds tableau, zoals in het opwindende ‘Yours To Shake’ en ‘Burn On’.

Elk nummer is een grillig landschap

Dixon (31) en Stonestreet (27), allebei met uitwaaierende haardos en intense blik, zijn vandaag te zien op het Le Guess Who-festival in Utrecht. Dit is hun eerste tournee als popmuzikant. Voor Dixon is het een onverwachte ervaring, van huis uit is hij producer en componist van filmmuziek. „Ik heb compositie gestudeerd, en daarna een aantal jaar orkestpartijen voor film geschreven. Ik was een serieuze jongen, echt niet van plan om mijn leven te vergooien aan een band. Het leven van popmuzikant vond ik ongewis en onverantwoordelijk. Maar doordat ik Andrew tegenkwam ben ik dan toch popmuzikant geworden.” Stonestreet: „Hij kwam bij me langs en ging niet meer weg. De hele dag oefenden we op onze liedjes.”

Na een aantal jaren samenspelen, ook met drummer Swan, begon Greylag aan de opname van hun debuut-cd. Stonestreet: „We spelen liever niet volgens het patroon van couplet, refrein en weer een couplet. We werken aan de instrumentaties tot we van ieder nummer een grillig landschap hebben gemaakt. Daarvoor zetten we allerlei instrumenten in: mandoline, orgel, banjo, bouzouki. Bij het nummer ‘Arms Unknown’ zei Phil: ‘Er spreekt veel hunkering uit dit nummer, laten we proberen nog meer uitgesteld verlangen op te roepen.’ Toen besloten we dat Daniel het couplet zou spelen op een lapsteel, wat een soort glijdend effect geeft, als een zwieper richting refrein. Dat soort dingen, daar praatten we lang over. Want het kan altijd nog beter.”

Door de stijl en het geluid klinkt deze debuut-cd van Greylag alsof hij ook in de jaren zeventig gemaakt had kunnen worden. Voelen ze zich zo ‘onthecht’ van het huidige tijdperk? Dixon grijnst: „Misschien klinken de liedjes alsof ze eerder gemaakt konden worden, maar door ons juist uitsluitend op dit moment. Nu kwamen we de juiste mensen tegen, nu hadden we tijd om onze ideeën uit te werken. Voor ons is de plaat het eindpunt van een lange weg.”