Dood Irakees niet goed onderzocht - Staat moet 25.000 euro betalen

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (Fr). Foto ANP/Lex van Lieshout

De marechaussee, de militaire rechtbank in Arnhem en het Openbaar Ministerie hebben het onderzoek naar de dood van de Irakees Azhar Sabah Jaloud, die in 2004 in de provincie Al-Muthanna door een Nederlandse militair 28 keer werd beschoten, niet goed uitgevoerd.

De Staat moet zijn vader 25.000 euro betalen. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg vanochtend unaniem geoordeeld.

Noodweer

De 29-jarige Irakees werd gedood nadat de auto waarin hij zat was doorgereden bij een checkpoint in de Zuid-Iraakse provincie. Nederlandse militairen trainden daar Irakezen tijdens de Amerikaans-Britse bezetting van het land. De Nederlandse militair schoot, zo bleek uit het onderzoek door de marechaussee, omdat hij dacht zelf beschoten te worden. Noodweer dus. Bovendien kon volgens het Openbaar Ministerie niet achterhaald worden of de kogel die Jaloud had gedood Nederlands of Irakees was. De militair kwam daarom niet voor de rechter.

Maar uit de auto waar Jaloud in zat werd niet geschoten en vorig jaar bleek dat verklaringen van de Irakese militairen dat zij ook niet hadden gevuurd buiten het dossier waren gehouden. Het Europees Hof oordeelt dat het Nederlandse onderzoek daarom onvoldoende was. Bovendien was de militair na het incident niet afgezonderd van andere getuigen, was de autopsie onzorgvuldig en kogeldelen kwijtgemaakt.

‘Belangrijke overwinning’

Volgens advocaat Liesbeth Zegveld is het vonnis een belangrijke overwinning, niet alleen in deze zaak, maar in alle kwesties van Nederlands militair optreden in het buitenland. De Staat had voor het Hof betoogd dat een veroordeling negatieve gevolgen kan hebben voor de bereidheid van Europese landen om militairen uit te sturen.

Het is onduidelijk of er alsnog een strafzaak in Nederland moet komen tegen de militair. Zegveld heeft in ieder geval aangifte gedaan wegens meineed in verband met het achterhouden van de Irakese verklaringen.