De plannen zijn er, nu het geld nog

De Europese Commissie wil 300 miljard euro om de economieën in Europa op te peppen. Projecten genoeg, maar waar is het geld?

De Tweede Maasvlakte is mede mogelijk gemaakt door kredietfaciliteiten van de Europese Investeringsbank EIB. Foto ANP

Jean-Claude Juncker heeft de volledige aandacht van Europese hoofdsteden. Want er valt wat te halen bij de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie: 300 miljard euro om precies te zijn.

Met dat bedrag wil Juncker de stagnerende Europese economie de komende drie jaar een zwiep geven. Het investeringsplan, dat hij eerder dit jaar al aankondigde, staat hoog op de agenda van de EU-top van regeringsleiders eind deze maand. Het is zijn eerste grote initiatief en ook meteen een lakmoesproef. Kan Juncker optimisme terugbrengen in Europa?

Aan enthousiasme geen gebrek. Lidstaten mochten afgelopen week lijstjes inleveren van projecten voor de ‘New Deal’. Die lijstjes zijn heel lang geworden: vanuit België kwamen 28 projecten die in totaal goed zijn voor maar liefst 23,8 miljard euro. Het laat zien hoe wanhopig lidstaten op zoek zijn naar geld en hoezeer investeerders het laten afweten.

Maar enthousiasme is nog geen garantie voor een snel akkoord. Want waar komt het geld vandaan? Van de lidstaten? En kan dat wel, gezien de geweldige inspanningen die landen leveren om begrotingstekorten en schuldenbergen terug te dringen?

Volgende week maakt Juncker mogelijk details bekend, maar nu al beginnen de contouren van zijn plan duidelijk te worden. Het zou niet of nauwelijks gaan om ‘nieuw geld’, maar om één of meer investeringsfondsen waar ‘Europa’ deels garant voor staat.

Dat kan bijvoorbeeld via de EU-begroting of via de Europese Investeringsbank (EIB). Met zo’n garantstelling zouden private investeerders over de streep getrokken kunnen worden.

Dat is nog maar de eerste horde. Het plan-Juncker moet meer worden dan een geldpot: het geld moet naar projecten waar de Europese economie als geheel ook echt iets aan heeft, niet naar de bouw van rotondes. „Het moeten niet 28 nationale lijstjes worden”, zegt Europarlementariër Esther de Lange (CDA). „Alleen door ze te koppelen krijgen ze meerwaarde.” De vraag is: wie beslist daarover?

Elektriciteitsnetwerk

Juncker wil zelf kunnen sturen in de projectselectie, maar dat ligt gevoelig. Een voorbeeld: Spanje en Portugal kunnen niet van hun overschot aan zonne-energie af, omdat een cruciale energieverbinding met Frankrijk ontbreekt. Parijs houdt dat af, het wil nationale energiebedrijven beschermen. Maar in Brussel staat energie-efficiëntie hoog op de agenda: de afhankelijkheid van Russisch gas knelt als nooit tevoren. Het gezonde verstand zegt: bouw die extra lijn. Maar de politieke realiteit is weerbarstiger. En de Commissie zit daartussen.

Frankrijk denkt bovendien dat ‘Europese garanties’ onvoldoende zullen zijn om investeerders te trekken. „Ik vrees dat het teleurstellend kan uitpakken”, zei minister Emmanuel Macron (Economische Zaken) gisteren in de Financial Times. „Ik heb daar geen bewijzen voor, maar ik ben bezorgd.”

Macron pleit voor ‘echt geld’ voor het plan, zo’n 80 miljard euro wat hem betreft. Maar kan dat zonder te morren aan Europese begrotingsregels en lidstaten extra bestedingsruimte te gunnen? Niemand die dat in Brussel gelooft.

Investeringsachterstand

Er is meer kritiek. Guy Verhofstadt, de leider van de Europese liberalen, stemt op hoofdlijnen in met Junckers plan, maar hij vindt het niet ambitieus genoeg. Gisteren presenteerde hij een eigen ‘New Deal’, een fonds van 700 miljard euro. Ruwweg de investeringsachterstand van de EU ten opzichte van de Verenigde Staten. „Een kloof die jaarlijks met 100 miljard groeit”, zegt Verhofstadt. Lidstaten, EIB en euronoodfonds EFSM zouden, in die volgorde, garant moeten staan voor in totaal 20 procent van het fonds.

Wat Verhofstadt ook mist is een ‘kickstart’: het zal wel even duren voordat Junckers plan goed en wel op gang komt. Daarom zou er een extra plan moeten komen om de Europese economie volgend jaar al een eerste, snelle impuls te geven. „We hebben geen tijd te verliezen.” Hij denkt aan een belastingverlaging voor huishoudens en het midden- en kleinbedrijf, door de EIB tijdelijk nationale investeringsprojecten te laten overnemen.

De Lange vindt dat haar liberale collega te hard van stapel loopt. „Het gevaar is dat we het alleen maar over geld gaan hebben”, zegt de Europarlementariër. „Waar het nu om gaat is dat de juiste hervormingen van de grond komen. Dat is al moeilijk genoeg.’’