Common rapt soepel en helder

Natuurlijk, hij was al vaker in Amsterdam, zegt de ruim twee decennia actieve rapper Common (42) uit Chicago woensdagavond in Paradiso; het is een van zijn favoriete steden. Maar het lijkt een eerste keer, vertelt hij, omdat hij zich, ondanks zijn lange en succesvolle loopbaan in de hiphopindustrie, rauw en hongerig voelt als een debutant. Het zal een van de redenen zijn waarom zijn tiende en meest recente plaat Nobody’s Smiling – een krachtig album over zijn door hardnekkig geweld geteisterde woonplaats Chicago – zo fris en strijdbaar klinkt.

Common is een rapper die weinig nodig heeft om de zaal mee te nemen. Twee dj’s, een toetsenist en een zangeres die geweldig blijkt te kunnen rappen. De rapper zelf paradeert, gebalde vuist in de lucht, ontspannen over het podium. Zijn raps klinken zo soepel en helder als op plaat, gedreven en gedoseerd; mooi bezielend bij Testify – intiem gerapt vanaf een kruk badend in rood licht – en met extra pit wanneer hij een van zijn verhalen over een geplaagde stad rapt: over een vrouw in Chicago die in alles handelt om te overleven („she hustle harder than a nigga”).

Tijdens zijn concert vraagt Common herhaaldelijk aandacht voor J. Dilla, de in 2006 overleden hiphopmaestro en goochelaar met samples en geluiden die op Commons carrière en de ontwikkeling van beatsmuziek in het algemeen enorme invloed had. Common loopt het publiek in en rapt zijn bevlogen poëtische teksten op stevige, rauwe en soulvolle beats, ontspannen tussen de mensen alsof hij elke avond met ze in deze zaal staat. Aan het eind wordt het iets te gemoedelijk maar op het toppunt van zijn optreden laat veteraan Common zien dat hij bulkt van energie, uithoudingsvermogen en vakmanschap.