Column

Boeken en films die zichzelf maken

Wim Kieft en Michel van Egmond in ‘DWDD’.

De prominente aandacht voor publieksprijzen, in vrijwel alle media, kan aanleiding geven tot misverstanden. Dan heb ik het nog niet eens over het feit dat de Gouden Televizierring en de NS Publieksprijs helemaal niet bestemd zijn voor het best bekeken televisieprogramma of het meest verkochte boek van het jaar, maar voor de titel die de meeste stemmen op internet vergaart. Dus zijn het in zekere zin prijzen voor het beste digitale vriendennetwerk.

Onlangs werden in RTL Boulevard de Nederlandse filmrecensenten gekapitteld, omdat ze het zo vaak mis hadden. Kreeg een film als Pak van Mijn Hart slechte kritieken en werd het toch een kassucces, dan toonde dat aan dat het oordeel niet klopte. Want een recensie dient namelijk, in deze opvatting, een weerspiegeling te zijn van het verwachte commerciële succes.

Soit. Ik doel in dit stukje op een nog andere denkfout. Gisteren zaten in De Wereld Draait Door namens de zes voor de NS Publieksprijs genomineerde bestsellers zeven gasten aan tafel: de zes auteurs en de hoofdpersoon van Kieft, geschreven door Michel van Egmond. Dat boek werd de winnaar, als opvolger van verleden jaar Gijp door dezelfde schrijver. Die Van Egmond doet dus iets goed. Je kunt hem geen ghostwriter noemen, want het is volstrekt duidelijk wie de auteur is. Beide ex-voetballers, René van der Gijp en Wim Kieft, laten geen gelegenheid voorbijgaan om te benadrukken dat zij dat niet zijn.

Toch blijven de televisiemakers net doen alsof ze dat niet begrepen hebben. Een van de drugs afgekickte voetbalanalist is namelijk kijkcijfermatig interessanter dan een journalist met een gouden pennetje. En de geldprijs van de NS plus jaarabonnement eerste klas kon de verre van schuldenvrije Kieft ook beter gebruiken dan de bestsellerschrijver.

We gaan hetzelfde fenomeen de komende tien dagen ook weer uitgebreid aanschouwen in de media-aandacht voor het documentairefestival IDFA. In talkshows zit dan de hoofdpersoon, mits BN’er, aan tafel, of anders een BN’er met verstand van het onderwerp. De regisseur van de film, die ervoor gezorgd heeft dat de betreffende documentaire kennelijk de moeite waard is, mag van geluk spreken als hij of zij op de eerste rij van het publiek af en toe kan meepraten. Want, zo luidt het misverstand, documentaires maken zichzelf, als het onderwerp goed genoeg is.

De uitzondering op de regel vormt de talkshow Inside IDFA 2014 (VPRO), waarin Daphne Bunskoek drie avonden min of meer zinvolle gesprekken met filmmakers voert. Desondanks sprak ze over de openingsfilm Rond de Wereld in 50 Concerten niet met regisseur Heddy Honigmann, maar met musicoloog Henkjan Honing.

Alles wat je in film ziet, fictie of documentaire, is per definitie een constructie. Zowel PowNews als Nieuwsuur en Pauw besteedde aandacht aan het optreden in Amsterdam van de veroordeelde oplichter Jordan Belfort. Zijn bewonderaars verwachtten de ster van The Wolf of Wall Street, maar dat is toch echt de acteur Leonardo DiCaprio. Niemand noemde gisteren de naam van regisseur Martin Scorsese.