Vestia-banken vallen aan als ze voor rechter komen

Oud-bestuurder Erik Staal wil banken voor de rechter dagen om hun schuld aan te tonen, maar Vestia werkt niet mee.

Internationale banken gaan alsnog vele miljoenen eisen van woningcorporatie Vestia als deze banken zich in Nederland voor de rechter moeten verantwoorden voor de verkoop van risicovolle derivaten (rentecontracten) aan Vestia. Dat zei de advocaat van de corporatie gisteren in de Haagse rechtbank. De Franse bank Société Générale en het Britse Barclays zijn in het Verenigd Koninkrijk op voorhand procedures begonnen.

Aanleiding voor die procedures is een poging van Vestia’s oud-bestuurder Erik Staal om de banken door de Haagse rechtbank te laten oproepen. Het nieuwe corporatiebestuur heeft Staal aansprakelijk gesteld voor ruim 2 miljard euro wegens de schade door speculatie met derivaten. Staal tekende zelf de contracten daarvoor, maar acht de banken schuldig aan het verkopen van de risicovolle financiële producten. Hij wil hen betrekken in de civiele rechtszaak die Vestia tegen hem voert, plus de Nederlandse staat en andere toezichthouders die volgens onderzoek ook gefaald hebben.

Vestia kocht haar derivaten in 2012 af voor 2 miljard euro en sloot een overeenkomst met de banken: ze mogen niet méér geld eisen, tenzij de corporatie de banken aansprakelijk stelt en als eerste gaat procederen. Toen Staal dit jaar het initiatief nam en de rechter verzocht om de banken op te mogen roepen, maakte Vestia aanvankelijk ook geen bezwaar: het leek een goedkope weg om belastend materiaal tegen de banken te verzamelen. Société Générale en Barclays eisen dat Vestia zich verzet tegen Staals verzoek. Onder die druk is de corporatie toch gezwicht. De Franse en de Britse bank hebben hun procedures voorlopig stilgezet. Vestia is bang „uiterst kostbare” rechtzaken tegen meerdere banken in Londen te moeten voeren als zij zich in Den Haag moeten verantwoorden. De corporatie is nog niet klaar met een eigen onderzoek naar de banken. Verder is het strafrechtelijk onderzoek naar onder anderen Vestia’s oud-kasbeheerder Marcel de V., die miljoenen verdiende aan de derivaten, nog niet klaar. Daarbij draagt Vestia nu aan dat „complexe en langslepende” procedures tegen de banken de zaak tegen Staal vertragen.

Credit Suisse, dat in 2012 geen overeenkomst met Vestia sloot, won dit jaar al een rechtszaak tegen de corporatie in Londen. Vestia bood de bank 59 miljoen euro om de derivaten af te kopen, maar verwacht nu zeker 70 miljoen te moeten betalen.

De corporatie heeft verder bezwaar gemaakt tegen het oproepen van de Staat en de toezichthouders, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) en Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), omdat dit „kansloos” zou zijn. „Op zijn minst opvallend”, vond Staals advocaat. Hij citeerde Vestia-bestuurder Willy de Mooij die eerder in deze krant opriep tot grondig onderzoek naar de toezichthouders. „Shaming and blaming mag”, zei ze.

De advocaat van zes oud-commissarissen, die ook aansprakelijk zijn gesteld voor 2 miljard euro, noemde Vestia „immoreel”. Hij zei dat de corporatie alleen achter „burgers” aangaat, en niet achter de Staat, toezichthouders of de banken. De commissarissen zijn bovendien „afgesneden van rechtsbijstand”, zeggen hun advocaten. De aansprakelijkheidsverzekeraar heeft de vergoeding van juridische kosten namelijk opgeschort.

Staals advocaat noemde de vordering van 2 miljard euro puur „symbolisch”. Samen zouden de oud-bestuurder, de oud-commissarissen en en de oud-kasbeheerder „nog geen half procent” van dat bedrag kunnen betalen: grofweg tien miljoen euro.