‘Uw zootje ongeregeld is terug’

Fratsen pakt moeiteloos de draad weer op met hun priemende, meeslepende rock: vlnrFrits Rietman,Adri Karsenberg,André Manuel enRoeland Drost. Foto Gerhard Zervaas

Prachtige, knoestige koppen hebben ze gekregen, de mannen van Fratsen. Ze zingen over een Hollands utopia, over de sukkels die er wonen en de chaos die ze veroorzaken. Kortom, het echte leven. In het verleden werd Fratsen te gemakkelijk weggezet als een Twentse feestband. Maar met hun confronterende teksten en muziek die tot op het bot gaat, kunnen ze zich meten met de beste Nederlandstalige rockgroepen.

Als echte Tukkers haalden ze op hun album Snachs (1994) uit naar de toen populaire groep Toontje Lager die in hun hit Lente in Twente zong: „Als ik weer zo’n Tukker zie, vol met bier en sympathie.” Fratsen antwoordde: „Ben jij ook zo bang dat Toontje Lager weer bij elkaar komt?”

Nu zijn ze zelf weer bij elkaar. Bijna twintig jaar na hun vorige album Naar Buiten verschijnt Caspar, waarmee Fratsen moeiteloos de draad oppakt van de priemende, meeslepende rockmuziek waarop ze het patent hebben. „Caspar is onze geluidstechnicus”, zegt André Manuel (48) over Caspar Falke, die al sinds het begin bij de band betrokken is. „Maar ook een van de drie wijzen uit het oosten. Daar is over nagedacht. Eerst zou de plaat Het Land van Waas en Maal heten. Daar was zo veel discussie over dat ik de anderen via mijn weblog liet weten dat Caspar de titel is.”

In het serene, met groen omzoomde kastelendorp Diepenheim vond Fratsen de ideale voedingsbodem voor tegendraadse muziek. Manuel: „We begonnen als huisband van de jeugdsoos Pand van Janna, een gekraakte stadsboerderij die al sinds 1973 een bakermat van verzet tegen de gevestigde orde is. Daar kregen wij onze anarchistische opvoeding.”

André Manuel, sinds eind jaren tachtig ook solo actief als cabaretier, heeft een reputatie in het dorp. Toen Willem-Alexander in 2001 een bezoek bracht aan Diepenheim om Máxima aan de bevolking voor te stellen, verscheen Manuel in zijn blote piemel achter het raam van zijn huis dat langs de route lag. Van het ‘penisincident’ heeft het koningspaar niets meegekregen. „Binnen een minuut hadden ze me opgepakt en zat ik in de arrestantenwagen.”

Fratsen viert het vrije woord en de vrije gedachte, met toetsenman Roeland Drost, bassist Frits Rietman en drummer Adri Karsenberg terug in de gelederen. In Alles komt goed, tevens onderdeel van Manuels nieuwe cabaretprogramma Het Geval Apart (zie recensie hiernaast), sommen ze op wat er allemaal mis kan gaan als de mens met moderne ongemakken als ebola en religieus fanatisme wordt geconfronteerd. Wrange humor is hun handelsmerk: „Uw kapitein is op zoek naar hulp, kijk daar gaat ’ie in zijn reddingsboot.”

Onderwerpen voor teksten dienen zich vanzelf aan, bij gesprekken in de kroeg. „Het nummer Sommigen werd ingegeven door het droeve verhaal van een oude vriend van ons, die een paar weken dood in zijn huis heeft gelegen voordat hij werd gevonden. Het was een onderwerp dat ons nogal bezighield en waar we het in de kroeg over hadden. Ik wil geen teksten schrijven met een quasi-poëtische pretentie. Zeker als je in je eigen taal zingt, moet het gaan over dingen die werkelijk leven onder de mensen.”

Hoewel de hoekige dwarsigheid van hun muziek soms in verband wordt gebracht met Tom Waits, zien ze zelf meer in de ouderwets degelijke rock van The Allman Brothers, Rory Gallagher, Queen en Deep Purple. Drummer Adri Karsenberg: „Er wordt vaak een beetje neerbuigend gedaan over die muziek, maar als je een livetape van Deep Purple hoort is het soms pure jazz wat ze spelen. Dergelijke improvisaties hoor je tegenwoordig niet vaak meer in de rockmuziek. Onze nummers hebben een vastomlijnde structuur als we ze op de plaat zetten, maar op het podium kan het nog alle kanten op gaan.”

Ze móésten weer bij elkaar komen, zegt André Manuel over het verbond van vrienden dat een tijdlang was uitgezwermd. Het gevoel was er meteen weer toen ze bijeenkwamen in een repetitieruimte. „Zeg nooit nooit”, zingt hij in een prachtig nummer dat Purple rain van Prince evenaart in drama en explosief gitaarlawaai, „uw zootje ongeregeld is terug”.