München overweegt nazi-struikelstenen weer toe te staan

Telkens als het naziverleden opduikt in Duitsland is het pijnlijk en genant. Dat geldt zeker voor het complexe debat dat nu in München speelt over de Stolpersteine ofwel struikelstenen. Het gaat om een project van beeldend kunstenaar Gunter Demnig die sinds 2000 voor de woningen van nazislachtoffers, meestal Joden, stenen aanbrengt voorzien van een messing plaatje van tien bij tien centimeter, met daarop de belangrijkste gegevens van het slachtoffer. Er zijn in heel Europa 50.000 van deze gedenkstenen.

Dat juist München in 2004 het plaatsen van struikelstenen verboden heeft, leidde tot gefronste wenkbrauwen. De Beierse hoofdstad geldt als de geboorteplaats van het nazisme, omdat Hitler er met zijn trawanten vanaf de jaren ’20 zijn machtsbasis opbouwde. En in München staat nog altijd het gebouw waar bij logeerde: de Führerbau, nu conservatorium.

De gemeenteraad overwoog in 2004 dat de stenen makkelijk geschonden kunnen worden, dat voetgangers er over kunnen uitglijden en dat plaatsing te veel afhangt van het toeval. Dat gebeurt altijd op verzoek van nabestaanden of andere belanghebbenden. Dat laatste is wat voorstanders van de stenen zo goed vinden: de herdenking is niet meer anoniem, massaal, en op vastgelegde rituele momenten. Men kan altijd worden geconfronteerd met zo’n steen en in gedachten stilstaan bij wat met die persoon is gebeurd.

Der Tagesspiegel memoreert ook het gevoelloze optreden van het stadsbestuur. Dat liet na het verbod twee stenen voor het in 1941 door de nazi’s vermoorde echtpaar Siegfried en Paula Jordan weer uit het wegdek slopen.

Ironisch genoeg is het de voorzitter van de lokale Joodse gemeenschap, Charlotte Knobloch (82), wier bezwaren de doorslag gaven tot het verbod. Deze holocaustoverlevende en ex-voorzitter van het Joods Wereldcongres vindt de stenen een onwaardige manier doden te herdenken. Stenen worden letterlijk met voeten getreden en kunnen worden bespuwd en bevuild door honden. De stenen zijn volgens haar bedoeld om te ontroeren en Duitsers een positief zelfbeeld te geven.

Dat het verbod wellicht wordt opgeheven is ook het lobbyresultaat van Terry Swartzberg (61). De Amerikaan van Joodse komaf die zich in 1984 in München vestigde, ontfermde zich over de stenen van het echtpaar Jordan. Familie van de 7.000 slachtoffers van de holocaust in München, onder wie 4.500 joden, heeft al tweehonderd stenen laten maken. In februari neemt de gemeenteraad van München een besluit.